Review

CDA-oppositie in driedubbele spagaat

De liberaal Kappeyne van de Copello vroeg de anti-revolutionaire voorman Abraham Kuyper, zijn grote tegenstrever, in 1874 vriendelijk doch dringend aanwezig te zijn bij het Tweede-Kamerdebat over de lager-onderwijswet. Desnoods was hij bereid het debat op te houden, mocht Kuyper verhinderd zijn. “Ik zou er zeer prijs op stellen dat Uwe tegenwoordigheid in de Kamer dan niet werd gemist, want welk beginsel ook zegeviert, het is wenselijk dat elk beginsel krachtig verdedigd wordt”, schreef hij aan Kuyper.

In zijn boek 'De honden blaffen', over de oppositie van het CDA, haalt de journalist Kees Versteegh de brief van Kappeyne van de Copello aan, om het contrast te schetsen tussen het krachtige, zelfverzekerde weerwerk van 'Abraham de Geweldige' en het bleke, onzekere aanzien van de CDA-oppositie in onze tijd. Versteegh, verbonden aan NRC Handelsblad, speurt naar de verklaring voor dat contrast.

De christen-democraten weten na vijf jaar oppositie nog altijd niet te kiezen tussen de moker of de floret, oftewel, in een historische vergelijking, tussen Kuyper of De Savornin Lohman. Kuyper koos voor de moker en wees de opvatting af van zijn geestverwant De Savornin Lohman, de latere CHU-leider, volgens wie ook een oppositiepartij nooit het kabinet mag aanvallen: “Wij zijn gouvernementeel, omdat 's lands belang eischt dat, als men zelf niet aan het roer staat, men toch anderen niet beletten moet om vooruit te stevenen.”

Een cruciaal verschil tussen de christen-democratische oppositie toen en nu is dat waar Kuyper de ARP in 1879 oprichtte om te opponeren, het CDA tot de nederlaag van 1994 niets anders gewend was dan te regeren. Naast een duidelijke opponent, de liberalen, had Kuyper bovendien in de strijd om gelijkberechtiging van openbaar en bijzonder onderwijs een duidelijk doel. Vijand en thema kwamen samen in het dogma van de antithese, Kuypers leer dat het rationele Verlichtingsdenken van het liberalisme onverzoenlijk is met het christelijk geloof en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke orde.

Het CDA heeft als oppositiepartij geprobeerd een eigentijdse antithese te formuleren: de tegenstelling tussen het materialisme en individualisme van de zelfredzame succesyup, politiek vertegenwoordigd door Paars, en de cultuurpolitieke opdracht van het CDA om te waken voor kleinschaligheid en gemeenschapszin.

Terecht stelt Versteegh echter vast dat zolang er geen massale maatschappelijke actie op gang komt tegen de verschijnselen die het CDA laakt, de christen-democratische cultuuranalyses wat in de lucht blijven hangen. De geloofwaardigheid staat bovendien onder druk door de medeverantwoordelijkheid die het CDA als regeringspartij heeft aanvaard voor een abortus-en euthanasiewetgeving die tot de meest liberale ter wereld behoort.

Bart Tromp prikte in een debat met een CDA'er diens zorgen over de abortuspraktijk ooit door met de opmerking: “Nou, jongens, jullie hebben het gehoord. Volgens het CDA is abortus moord, tenzij je vijf dagen tevoren de dokter om bedenktijd hebt gevraagd.” Versteegh concludeert: “De antithese bleef een abstractie, een vorm van ideologische overkill die voor gewone partijleden slecht te behappen bleek.”

De auteur behandelt een reeks oorzaken van de moeizame overgang naar een oppositiecultuur. Eén daarvan is de verwevenheid van hun staatsvisie met de belangrijke rol die christen-democraten aan maatschappelijke groeperingen toekennen. Volgens Versteegh belemmert dat laatste het CDA om, los van dat middenveld, te komen tot een eigenstandige politieke meningsvorming en koers. Dat bleek bijvoorbeeld in het finale Eerste-Kamerdebat over het deeltijdrecht voor werknemers, waarin het CDA zijn sympathie voor dat idee ondergeschikt maakte aan de tegenstand van de sociale partners.

Daar komt bij dat de maatschappelijke organisaties de christen-democraten zelf snel de rug toekeerden na het verlies van de regeermacht. De openhartige woorden van CNV-voorzitter Westerlaken na de onderhandelingen met Paars over de arbeidsvoorziening hebben ook een algemene geldigheid: “We konden onze punten pakken bij de nieuwe, zittende macht en we hadden daarom geen enkele behoefte om olie te verversen bij het CDA.”

Bovendien, constateert Versteegh, appelleren de milieu-organisaties en de kerken meer aan de politieke ideeën van GroenLinks over ecologie en sociale rechtvaardigheid dan aan christen-democratische idealen. Vooral de moeizame verhouding met de kerken is opvallend. Het CDA hoedt zich voor een vereenzelviging met de kerken, om te voorkomen dat buiten- of randkerkelijken van de partij vervreemden. Dat was een reden om afstand te houden van de kerkelijke handtekeningenactie tegen de 24-uurseconomie.

Dat brengt de auteur op het beeld van een ingewikkelde gymnastiekoefening, waarin het CDA in drie spagaten tegelijkertijd staat. De benen staan in het ene vlak verdeeld tussen christelijk en niet-christelijk, in het andere vlak tussen verzuild en niet-verzuild, in het derde tussen links en rechts.

Een bevrijding van het CDA uit deze driedubbele spagaat dient niet alleen het partijbelang, ook de weerbaarheid van de democratie heeft er volgens Versteegh baat bij. Hij citeert instemmend de politicoloog Hans Daalder: “De afwezigheid van een echte oppositie verzwakt potentieel elke regering. Een sterke oppositie kan een regering sterk maken, wanneer ze het vertrouwen van de burger vergroot dat de regering een waakzaam oog kan verdragen.”

Versteegh verbindt aan die waarneming de vraag of de mislukking van Paars als democratische vernieuwing niet zozeer aan de coalitie zelf, als wel aan de tandenloosheid van de grootste oppositiepartij moet worden gewijt. Dat lijkt me vergezocht, alleen al omdat hij zo de eigen verantwoordelijkheid van Paars voor de democratische zuiverheid miskent. Het CDA heeft toch niet aan alles schuld?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden