CDA ontbeert aansprekende leider en heldere koers

Het CDA zit al jaren in een neerwaartse spiraal. Daar komt het niet uit met een ruk naar rechts, maar met een goed verhaal.

Morgen zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. De kans is groot dat die op een nieuwe nederlaag voor het CDA uitdraaien, gezien de diepe crisis waarin de partij verkeert.

Deze crisis heeft drie, deels met elkaar samenhangende, dimensies. Een electorale: de structurele afname van het christelijke volksdeel. Een personele: de afwezigheid van een breed gesteunde, aansprekende partijleider en een krachtige partijvoorzitter. En een strategische: de in de partij omstreden deelname aan het door de PVV gedoogde kabinet-Rutte en de daarmee verbonden vraag welke positie het CDA in het Nederlandse politieke bestel zou moeten innemen.

De gestage afkalving van de groep christelijke kiezers die min of meer vanzelfsprekend op het CDA stemt, vormt op de langere termijn bezien de grootste bedreiging voor de christen-democratie. Het percentage rooms-katholieke en protestantse kiezers in het Nederlandse electoraat loopt al decennialang terug als gevolg van de ontkerstening van de samenleving. Dit aandeel lag in 2006 op ongeveer 30 procent, tegen 60 in het midden van de jaren zestig.

Daarbij komt dat de relatie tussen religie en kiesgedrag steeds zwakker is geworden en dat minder dan de helft van de kiezers die zichzelf als gelovig beschouwen, op een christelijke partij stemmen.

De gevolgen hiervan zijn zichtbaar in de electorale ontwikkeling van het CDA. In de tweede helft van de jaren tachtig krabbelde de partij uit het dal en haalde zij onder premier Lubbers het recordaantal van 54 zetels. Daarna werd in de jaren negentig een zwaar verlies geleden van in totaal 25 zetels. Na de eeuwwisseling herstelde het CDA zich en kwam de partij met Balkenende aan het roer drie keer op rij op ruim veertig zetels uit. In 2010 volgde een nieuwe klap: met 21 zetels belandde het CDA op een all time low.

In deze electorale schommelingen tekent zich een neerwaartse trend af: de pieken liggen steeds lager en het dal van afgelopen jaar was dieper dan dat in de jaren negentig. Het dieptepunt lijkt nog niet bereikt, want in de peilingen staat het CDA momenteel opnieuw op verlies.

Structureel gezien heeft het CDA de afgelopen decennia dus duidelijk terrein op de kiezersmarkt verloren, zij het dat de partij soms boven zichzelf uitsteeg. Lubbers en Balkenende slaagden er in hun succesvolle jaren in om meer niet-godsdienstige kiezers aan te trekken.

Dit voordeel had ook een nadeel: de band van de meeste niet-religieuze kiezers met het CDA is per definitie minder duurzaam, waardoor veel minder op hun blijvende steun kan worden gerekend.

Hoewel kiezers doorgaans niet uitsluitend op basis van personen hun stem uitbrengen, toont het optreden van Lubbers en Balkenende wel het grote electorale belang aan van een aansprekende, breed gedragen partijleider. Die ontbreekt momenteel bij het CDA, zonder dat er overtuigende kandidaten in zicht zijn. Vicepremier Verhagen zou het waarschijnlijk wel willen zijn, maar is terughoudend dat te tonen. Dat zal te maken hebben met zijn imagoprobleem, dat mede het gevolg is van zijn duistere rol bij de val van de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie in februari 2010 en zijn drang om de samenwerking met de VVD en de PVV mogelijk te maken.

Het CDA ontbeert niet alleen een partijleider, maar ook een doortastende, onafhankelijke partijvoorzitter. Iemand, die de belangen van de partij als vereniging van leden tegenover de bewindsliedenploeg en de Kamerfractie bewaakt en een visie op de toekomst heeft.

Al met al lijkt er sprake te zijn van een vacuüm in de CDA-top, met als gevolg dat de interne verdeeldheid makkelijker dan voorheen naar buiten komt.

Dat de partij om de leiderschapskwestie heen loopt, heeft te maken met de angst voor een herleving van de discussie over de politieke samenwerking met Wilders. Het uitstellen van de aanwijzing van een nieuwe partijvoorzitter tot na de Statenverkiezingen duidt daarop. In oktober 2010 bleek dat een behoorlijk deel van de partijleden niets moest hebben van deelname aan een kabinet dat werd gedoogd door de islamofobe PVV. De opvatting van Wilders dat de islam geen religie is maar een politieke ideologie, druist volgens de oppositie in tegen de christen-democratische opvattingen.

In het debat ging het ook over de strategische vraag welke positie het CDA in het politieke bestel zou moeten innemen. Tegenstanders van de alliantie met de PVV, zoals Hirsch Ballin, willen vasthouden aan de identiteitsbepalende, traditionele middenpositie van de christen-democratie. Die poogt vanuit het politieke midden de maatschappelijke tegenstellingen te overbruggen.

Een aantal voorstanders van de huidige gedoogconstructie zien graag dat het CDA zich voortaan rechtser gaat positioneren. Verhagen bijvoorbeeld wil alleen 'in uiterste noodzaak' met de PvdA samenwerken, en de invloedrijke Hillen verheelt niet een conservatief CDA te willen, naar het voorbeeld van de Duitse CDU/CSU. Deze sterkere behoudende profilering lijkt een logische reactie op de voortschrijdende secularisatie en de afkalvende natuurlijke electorale achterban van het CDA. Van zo'n rechtse herpositionering is zeker niet alle heil te verwachten: op de rechterflank in de Nederlandse politiek is het druk, met naast de VVD sinds 2006 ook de PVV. En de onderlinge electorale concurrentie is groot.

Het CDA beschikt niet over een onomstreden, electoraal attractieve aanvoerder en een heldere strategie voor de toekomst. Wat de partij wel zeker weet is dat haar natuurlijke electorale basis afbrokkelt. Om een effectief antwoord te kunnen geven op die dreiging van structurele neergang, is helderheid nodig over de leider en meer nog de koers van de partij. Dit debat is sinds het partijcongres eind vorig jaar niet gevoerd; na de te verwachten terugval morgen zal het zeker oplaaien. Dat daarbij ook de deelname aan het kabinet-Rutte weer aan de orde zal komen, ligt voor de hand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden