CDA kan altijd bruggen slaan

Rutte, Verhagen en Wilders zochten elkaar donderdag op, nadat ze waren beëdigd als lid van de nieuwe Tweede Kamer. (FOTO ANP ) Beeld ANP
Rutte, Verhagen en Wilders zochten elkaar donderdag op, nadat ze waren beëdigd als lid van de nieuwe Tweede Kamer. (FOTO ANP )Beeld ANP

’Het land mot toch geregeerd worden’, zei CDA-formateur Donner in 2002, en hij smeedde een coalitie met de LPF. Balkenende begreep de boodschap toen. Hoe zit dat met Verhagen nu?

Demissionair premier Jan Peter Balkenende mijmerde recent in zijn Torentje over de dagen die hem in 2002 naar de macht voerden. Als CDA-fractievoorzitter was hij ’s avonds getuige van de rellen voor de Tweede Kamer na de moord op Pim Fortuyn. Voor het Torentje, waar de toenmalige premier Wim Kok resideerde, riep een menigte ’Kok, moordenaar’. „Uit de parkeergarage kwam rook”, memoreerde Balkenende. Daar hadden relschoppers auto’s in de brand gestoken. Rond het Binnenhof leek een revolte te zijn uitgebroken.

De rellen werden in de kiem gesmoord maar maakten grote indruk op Balkenende. Ruim een week na de moord, op 15 mei, won hij onverwachts de verkiezingen. De revolte van die avond kristalliseerde zich in de 26 zetels van de Lijst Pim Fortuyn. Dik twee maanden later, op 22 juli, stond het eerste kabinet-Balkenende op het bordes van Huis ten Bosch. Een onvermoede coalitie met de LPF en VVD was geboren.

Acht jaar later, toen de contouren van de grootste nederlaag van het CDA in de geschiedenis zich aftekenenden, noemde Balkenende niet zonder reden die gedenkwaardige avond. Leiderschap vereist keuzes die zwaar op de maag kunnen liggen, op gespannen voet kunnen staan met het programma en beginselen van de partij. Het resultaat van de onderhandelingen tussen CDA, VVD en LPF destijds heette dan ook geen regeerakkoord, maar afstandelijker een ’strategisch akkoord’. Daarmee zeiden de christen-democraten en liberalen dat er ook andere redenen een rol speelden dan inhoudelijke om de Fortuynisten binnenboord te halen. CDA en VVD konden met die typering afstand houden van de nieuwkomer die de gevestigde politiek op zijn kop zette.

Balkenende legitimeerde in zijn regeringsverklaring de keuze voor de LPF. „Dit is een kabinet dat voortkomt uit een omwenteling in het politieke klimaat. Burgers hebben uiting gegeven aan een onderstroom van onvrede, van onbehagen en van geschokt vertrouwen. Onvrede over een politiek die de problemen waar burgers dagelijks mee te maken hebben te vaak onbenoemd laat, zoals de overlast en onveiligheid. Onbehagen over een samenleving waarin mensen steeds meer lang elkaar heen leven. Geschokt vertrouwen in een overheid die geen antwoord lijkt te weten of durft te geven op problemen als toenemend geweld. Ook geen antwoord geeft op de moeizame inburgering van vreemdelingen in onze samenleving. Kiezers willen – terecht – dat de problemen die zij ervaren ook door de politiek onder ogen worden gezien en serieus genomen. Die problemen waren te lang onbespreekbaar.”

Zijn partij, het CDA, staat nu weer voor ongemakkelijke keuzes. Moet ze een coalitie vormen met de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders? Kan de partij dat dragen? Zijn er andere opties voor een coalitie? Moet de partij die 20 zetels heeft verloren niet rechtstreeks naar de oppositie? Ook al is een coalitie met Wilders van de baan, de partij trilt op haar grondvesten.

Overigens spelen die vragen ook bij de VVD, waar samenwerking met de PVV niet vanzelfsprekend is.

Eén voordeel heeft Maxime Verhagen, de CDA-fractievoorzitter. Tijdens het eerste kabinet-Balkenende had hij dezelfde functie. Hij maakte de opkomst en ondergang van de LPF van nabij mee en kent dus als geen ander de redenen van destijds om een akkoord te sluiten met deze partij. De situatie is nu wel anders. Toen won het CDA de verkiezingen, nu verloor het CDA twintig zetels. De LPF hing als los zand aan elkaar, had geen feitelijk partijprogramma, nu staat er stevige partij met een sterkte leider, Geert Wilders.

Wilders kan zich de enige echte erfgenaam noemen van Fortuyn. Hij borduurt voort op diens erfenis, stampte een strak geleide partij uit de grond, maar werd ook een stuk extremer dan zijn voorganger, met zijn harde stellingnames over integratie, immigratie en religie. Hoewel afkomstig uit de VVD en volgens de SP een unverfroren liberaal, nam hij op sociaal-economisch terrein gaandeweg populistische standpunten in: weg met Europa, geen verhoging van de AOW-leeftijd, geen aantasting van de hypotheekrenteaftrek en geen ingrepen in de zorg. Dat waren bewuste, wellicht opportunistische keuzes, maar effectief waren ze wel.

Lang is gedacht dat de Partij van de Vrijheid geen blijvertje was, maar tot nu toe heeft Wilders dat telkenmale gelogenstraft. Het eerste signaal dat zijn beweging op draagvlak in de samenleving kon rekenen was het referendum tegen de Europese ’grondwet’ in 2005. Mede door zijn verzet en dat van de SP en ChristenUnie stemde Nederland tegen.

Een jaar later kwam Wilders met 9 zetels de Tweede Kamer binnen. In 2009 werd de PVV bij de verkiezingen voor het Europees Parlement met het CDA de grootste partij. Na de gemeenteraadsverkiezingen was de partij de grootste in Almere en de één na grootste in Den Haag. Bij de laatste Kamerverkiezingen had de partij wellicht nog groter kunnen zijn als twijfelaars niet uiteindelijk voor de VVD hadden gekozen.

Wie de 26 zetels van de LPF in herinnering neemt, kan niet anders concluderen dat er een aanzienlijke onderstroom in de samenleving is die ontevreden is over de gevestigde politiek en bereid is te stemmen op een partij met extreme standpunten of, spiegelbeeldig, vindt dat die partij geen extreme standpunten heeft.

Die maatschappelijke onvrede manifesteerde zich ook in onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) eind vorig jaar. Daaruit bleek dat mensen het meest bezorgd zijn over veiligheid, immigratie en integratie én de gezondheidszorg.

Gevraagd naar de sterke punten van Nederland scoorden vrijheid (waaronder het homohuwelijk) en de verzorgingsstaat (sociale voorzieningen) het hoogst. Een meerderheid (54 procent) meende dat Nederland de verkeerde kant op gaat. In de periode 1997 en 2006 daalde het vertrouwen in de regering en de Tweede Kamer, concludeerden het SCP.

Juist op de punten die burgers het meeste zorgen baren, manifesteerde de PVV zich het sterkst. De twee partijen die zich het hardst profileerden op het terrein van immigratie, integratie en veiligheid, VVD en PVV, wonnen samen 24 zetels. Op links was er slechts een mager plusje van tien zetels, voor D66 en GroenLinks samen. De SP, PvdA en CU verloren samen 14 zetels.

Zo bezien was de opdracht van informateur Rosenthal logisch om te onderzoeken of een coalitie van VVD, PVV en CDA mogelijk was. Politicoloog Meindert Fennema noemde een rechtse coalitie het meest logisch voor wie de verkiezingsprogramma’s naast elkaar legt. Na de eerste informatieronde zijn de tekenen echter niet hoopvol. Het CDA weigert vooralsnog aan te schuiven. De PVV staat te ver van haar beginselen af en het verlies van 20 zetels is te groot. Partijprominenten en -afdelingen waarschuwen de partijleiding dat het CDA kan scheuren als ze toch kiest voor samenwerking met de PVV. ’No way’, riep een CDA-Kamerlid deze week. Anderzijds zijn er ook CDA’ers die gruwen van samenwerking met de PvdA. Het blijft een geweldig dilemma voor een partij die het liefst in de cockpit zit.

Vrij recent nog nam een andere partij wel het risico om, ondanks zetelverlies, een ongewone coalitie aan te gaan. De VVD kreeg bij de verkiezingen van 2002 een pak slaag, veertien zetels verlies. Lijsttrekker Hans Dijkstal stapte op. Toch sloot de VVD een akkoord met de partij waar ze het meest last van had gehad, de LPF. Dat legde de VVD geen windeieren want een jaar later, bij de vervroegde verkiezingen van 2003, won de ze er vier terug.

De vraag is of Paars-plus (VVD, PvdA, D66 en GroenLinks) of een coalitie in het politieke midden (VVD, PvdA en CDA) werkbare alternatieven zijn. Getalsmatig zijn ze heel wel mogelijk, maar de vraag is of de VVD gelukkig wordt in een coalitie met drie linkse partijen en of er met de PvdA wel te hervormen valt. Dit bezwaar geldt ook voor een coalitie in het midden, waar CDA en de PvdA elkaar weer tegenkomen.

Tegenstanders van de PVV halen opgelucht adem nu de eerste formatie is mislukt. Relevante vraag is of een samenwerking waarin de PVV niet vertegenwoordigd is tegemoetkomt aan de noden in de samenleving. Die wil vooral een oplossing voor de problemen van integratie, immigratie, veiligheid en zorg. In de afgelopen acht jaar hebben de gevestigde partijen die niet geboden, ook al schoven ze naar rechts, getuige de winst van de PVV.

Wilders loopt er nu wel tegenaan dat extreme standpunten een overwinning kunnen opleveren, maar dat de verwijdering met andere partijen die ze veroorzaken onoverbrugbaar wordt.

Het CDA neemt, ondanks het enorme zetelverlies, in twee serieuze coalities een spilpositie in. De partij heeft altijd een antenne gehad voor breedlevende gevoelens. Ze kan bij het beantwoorden van de vraag of ze een centrum-rechtse coalitie wil steunen diepen uit de rijke geschiedenis van haar voorgangers. Protestanten, katholieken en socialisten leefden gescheiden in hun eigen organisaties en stonden lang onverzoenlijk tegenover elkaar. Alleen in ’s lands besturen slaagden de politici erin afspraken te maken om te kunnen regeren. Informateur Piet Hein Donner vond in 2002 in dat verleden zijn legitimatie om de LPF tot regeren te bewegen. Het land ’mot toch geregeerd worden’, zei Donner.

Balkenende begreep die boodschap, nu ligt de bal bij Maxime Verhagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden