CDA en PvdA zijn geknipt voor elkaar

Het ouderwetse links-rechts-denken geeft geen helder beeld meer van de politiek. Zeker niet nu Pim Fortuyn zijn aansprekende ideeën overal vandaan plukt. Om te zien waar de partijen staan, en welke coalities geloofwaardig zijn, hebben we een ideologische driehoek nodig.

Aan het begin van de verkiezingscampagne leek het zo simpel. De strijd zou gaan tussen de sociaal-democratische lijsttrekker Ad Melkert en het dream team van de VVD onder leiding van Hans Dijkstal. Beide heren probeerden de zwevende kiezer aan zich te binden door zich op de vlakte te houden over hun standpunten. Met de komst van Pim Fortuyn nam de verkiezingsstrijd echter een andere wending. De regeringspartijen staan op aanzienlijk verlies in de peilingen.

De fout die met name de genoemde partijen hebben gemaakt, is dat ze de politieke agenda hebben laten dicteren door Fortuyn. Hierbij hebben ze hun eigen politieke plannen en waarden laten varen en hun traditionele achterban losgelaten. Dit heeft slechts in het voordeel gewerkt van partijen die wel degelijk duidelijk hun standpunten aangeven, de Lijst Pim Fortuyn voorop.

Een logisch gevolg van deze observatie -partijen die zich weten te profileren, scoren electoraal beter- is dat elke politieke partij zich in de verkiezingscampagne moet richten op datgene wat haar onderscheidt van de andere partijen. Vaak wordt dit onderscheid gezocht in termen van 'links' en 'rechts'. Zo zou het programma van Pim Fortuyn 'rechtser' zijn dan dat van de VVD en zou GroenLinks opteren voor een 'centrumlinkse coalitie'.

Hoewel dit links-rechts-denken in Nederland al jarenlang door de media en in politiek-wetenschappelijke verhandelingen wordt gebruikt, is er geen eenduidige definitie van 'links' en 'rechts'. Rechts staat zowel voor marktgerichte partijen, als voor conservatieve- en religieuze partijen. Deze verschillende definities lopen ook nog eens vaak door elkaar heen. Zo worden bijvoorbeeld de kleine christelijke partijen rechts van de VVD geplaatst, maar zijn zij economisch links van de VVD te vinden. Belangrijker dan het definitieprobleem is wellicht dat het eendimensionale links-rechts-denken geen recht doet aan de daadwerkelijke scheidslijnen in de Nederlandse politiek. Immers in Nederland hebben we van oudsher te maken met drie grote politieke stromingen: het confessionalisme, het socialisme en het liberalisme.

Al in 1989 stelden Percy B. Lehning, Jos de Beus en Jacques van Doorn dat de Nederlandse politieke partijen niet moeten worden ingedeeld op één politieke dimensie (zoals bijvoorbeeld de links-rechtsdimensie). Er zou in Nederland sprake zijn van een 'ideologische driehoek'. Wij hebben deze driehoek vormgegeven aan de hand van drie dominante politieke dimensies. Ten eerste is er de economische, waarbij vrije marktwerking tegenover staatsingrijpen staat. Een tweede dimensie wordt gekenmerkt door ethische vraagstukken; aan het ene uiteinde staat hier de neutrale overheid, aan het andere uiteinde de morele overheid. De derde dimensie is de zogenaamde communitaire dimensie. Hierbij staat het individualisme tegenover het gemeenschapsdenken. Volgens Jan Peter Balkenende en CDA-huisideoloog Kees Klop staan waarden over het gezin en het maatschappelijk middenveld centraal binnen deze dimensie.

De volgende stap was het bepalen van de standpunten of posities van de politieke partijen. Daarvoor hebben we vijftien politieke strijdpunten gekozen die representatief zijn voor de tegenstellingen binnen de drie dimensies.

Zo vallen onder de economische items regulering, koppeling van de uitkering aan loon/welvaart, gezondheidszorg, lastenverlichting en bezuinigingen in de collectieve sector. Onder gemeenschapsdenken vallen hetverhogen van kinderbijslag, de collectieve arbeidsovereenkomst, zondag rustdag, belasting naar draagkracht en ontwikkelingshulp. En wat betreft ethische items hebben we gekeken naar de opvattingen over euthanasie, adoptie door homoparen, medisch onderzoek naar rest-embryo's, het legaliseren van soft drugs en de normen en waarden. De partijopvattingen over deze vijftien strijdpunten zijn te vinden in de verkiezingsprogramma's die alle partijen voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 hebben uitgebracht.

De communitaristische, economische en ethische issues blijken deels van elkaar te onderscheiden te zijn en deels met elkaar samen te hangen. De samenhang tussen de verschillende opvattingen is bepalend voor de hoeken tussen de drie dimensies (in de figuur weergegeven met drie lijnen): hoe meer samenhang tussen de dimensies, hoe meer ze congruent lopen. De hoekpunten van de ideologische driehoek kunnen worden opgevat als het primaat van de socialistische, confessionele en liberale ideologieën. Naarmate een partij zich verder van het snijpunt van de dimensies bevindt, is een partij zuiverder in de leer.

Op basis van de onderzochte partijprogramma's kan het volgende uit het aldus ontstane model worden afgeleid. Voor de socialistische partijen (de SP, GroenLinks en de PvdA) ligt het primaat bij de staat die moet ingrijpen in de marktwerking om gelijkheid tussen individuen te garanderen. De socialisten ondersteunen verder een ethisch neutrale overheid en een aantal communitaristische waarden.

Voor de liberale partijen (D66, Leefbaar Nederland, de VVD en de Lijst Pim Fortuyn) ligt het primaat bij de vrijheid van het individu. Deze kan het best worden gerealiseerd in een vrijemarkteconomie en met een overheid die zich neutraal opstelt ten aanzien van ethische kwesties. Voor de confessionele partijen (de SGP, de ChristenUnie en het CDA) ligt het primaat bij de religieuze normen en waarden die de overheid dient te handhaven. Ook communitaristische waarden als 'het gezin als hoeksteen van de samenleving' zijn bij deze partijen sterk vertegenwoordigd.

Uit ons onderzoek blijkt dat Leefbaar Nederland zich in de buurt van D66 en de VVD bevindt. Leefbaar Nederland is dan ook niet zozeer een directe concurrent voor de PvdA, zoals hier en daar wordt gesuggereerd, maar veeleer voor de liberale partijen in ons politieke systeem. Het programma van Fortuyn is op de door ons onderzochte dimensies nagenoeg identiek aan dat van Leefbaar Nederland. Fortuyn weet zich echter beter te profileren dan Leefbaar Nederland en vormt zodoende vooral een bedreiging voor de VVD, die door haar gematigde opstelling een ideologisch gat heeft laten vallen.

Wanneer de PvdA en de VVD zoveel mogelijk zetels willen halen in de Tweede Kamer, zullen ze zich moeten richten op de traditionele achterban, op hun traditionele waarden en dus op de traditionele tegenstellingen. Het zal de huidige regeringspartijen niet lukken om de onvrede over acht jaar Paars weg te nemen, zeker niet wanneer ze de agenda laten bepalen door Pim Fortuyn. De partijen moeten benadrukken waar zijzelf ideologisch staan. De PvdA moet zich niet presenteren als de partij van de crime fighters, maar als de sociaal-democratische partij van Nederland. Evenzo zal de VVD duidelijk moeten maken dat zij de liberale partij van Nederland is.

De enige grote partij die deze strategie de laatste maanden heeft toegepast, is het CDA. De laatste acht jaar hebben de christen-democraten een proces van herpositionering doorgemaakt en zijn ze weer begonnen zich te profileren. Lijsttrekker Balkenende presenteert het CDA consequent als de partij van de gemeenschap. En het is met dit duidelijke profiel dat het CDA als enige grote partij stabiel scoort in de opiniepeilingen. De vraag is echter of het CDA ook bereid is om tijdens de coalitieformatie consequenties te verbinden aan zijn profilering.

Balkenende heeft onlangs zeer helder aangegeven dat er een nieuwe antithese is ontstaan in Nederland, zo schrijft Willem Breedveld in zijn column van 13 maart. Het zou in de huidige politiek gaan om een strijd tussen partijen die het individu tot uitgangspunt nemen, zoals de VVD, D66 en tegenwoordig ook een flink deel van de PvdA en partijen die zich laten gezeggen door een ideologie, de gemeenschapsdenkers.

Uit ons model blijkt echter dat Balkenende ernaast zit of op zijn minst een deel van de werkelijkheid mist. Ook de socialistische partijen hebben het communitarisme namelijk hoog in het vaandel en ze vormen aldus natuurlijke coalitiepartners van het CDA. De gedeelde communitaristische waarden tussen PvdA en CDA zijn recentelijk naar voren gekomen tijdens het WAO-debat. Tegenover de liberale partijen, die staan voor een uitgeklede WAO-regeling waarbinnen het individu verantwoordelijk is voor zijn eigen (bij-)verzekering, hebben PvdA en CDA elkaar gevonden. De twee partijen zijn namelijk van mening dat het probleem moet worden aangepakt door de betrokken gemeenschap: de werkgevers- en werknemersorganisaties. Niet door het individu, niet door de staat, maar door de gemeenschap.

Indien de christen-democraten inderdaad het gemeenschapsdenken als hun belangrijkste politieke pijler beschouwen, zullen ze bij de naderende formatieperiode moeten kiezen voor een coalitie met de PvdA. Een coalitie met de liberale partijen is slechts dan mogelijk, wanneer het CDA zijn communitaristische waarden ondergeschikt maakt aan het ideaal van de vrije marktwerking. En zich daarmee volstrekt ongeloofwaardig maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden