CDA en Islam / Snijden in eigen vlees

Het is aan het CDA om een duidelijke houding in te nemen tegenover de islam. Daarbij moet het wel verworvenheden aantasten als godsdienstvrijheid en soevereiniteit in eigen kring. Ook de SGP komt daarbij in de gevarenzone.

Het is volgens Thijs Jansen, wetenschappelijk medewerker van het CDA, geen toeval dat protestanten zo zichtbaar aanwezig zijn in de ministersploeg van het CDA. Twee gereformeerde ministers, Balkenende en Donner, zetten in het christen-democratische smaldeel de lijnen uit. Ook getalsmatig overheersen zij de ploeg, met vier protestanten op zes CDA-ministers. Heeft het CDA, wellicht onwillekeurig, met de protestantse dominantie in het kabinet willen beantwoorden aan de behoefte van Nederlanders zich weer een beeld van hun nationale identiteit te vormen?

Honderd jaar geleden beschreef de gereformeerde volksleider Abraham Kuyper het protestantisme als 'een grondtoon' van de natie. Volgens Jansen spelen we onder de 'jonge Kuyper' Balkenende opnieuw in dit register, nu de komst van grote aantallen vreemdelingen ons dwingt de culturele en morele grondslagen van Nederland opnieuw onder woorden te brengen. Jansen erkent dat de stelling die hij poneert, gewaagd want intuïtief is. Niettemin zijn er volgens hem overtuigende aanwijzingen dat Nederland in het felle debat over het 'multiculturele drama' terugvalt in de protestantse grondtoon.

,,Mijn intuïtie zegt me dat we sinds de verkiezingen van vorig jaar, met de opkomst van het fortuynisme, in een nieuwe fase zitten. Vooral door het debat over de multiculturele samenleving zijn we gedwongen weer een politiek idee van Nederland te formuleren. Zowel Fortuyn als Balkenende had die ambitie, schreef erover en boekte er grote verkiezingswinst mee. Beiden hebben de eigen culturele traditie als antidotum tegen het multiculturalisme in stelling gebracht, vooral tegen de islam. Wij hebben de schaduwzijden van de multiculturele samenleving in het zicht gekregen, we zoeken daarom iets gemeenschappelijks. We grijpen dan terug naar wat in de eerste-hulpkoffer van onze geschiedenis voor het oprapen ligt. Het protestantisme.''

,,Deze tijd roept de herinnering op aan de patriottentijd, aan het einde van de achttiende eeuw, de enige andere episode in onze geschiedenis waarin er sprake was van een Nederlands nationalisme. De patriotten waren de eersten die probeerden Nederland tot een eenheidsstaat te smeden, aan de hand van een omlijnd idee over de identiteit van de natie. Karakteristiek aan het patriottische nationalisme was dat het een religieus nationalisme was, in tegenstelling tot dat van andere revolutionairen uit die tijd, zoals de Fransen. De patriottische revolutie mag met de terugkeer van de Oranjes zijn mislukt, gebleven is het idee van Nederland als een protestantse natie.''

,,Zo bezien is het misschien niet zo verrassend dat het eerste kabinet na de dood van Fortuyn, een kabinet met een prominente aanwezigheid van calvinisten is. Balkenende is de belichaming van de calvinistische jongen. Sober. Zuinig. Behept met een zwaar drukkend verantwoordelijkheidsbesef. Over zijn volgende kabinet zegt hij zelf ook te hopen dat het zal steunen op een 'calvinistisch-rode' coalitie. Ik ontwaar ook een terugkeer van archetypische calvinistische denkpatronen. Je hoort vaak, en terecht, zeggen dat Nederland onder Balkenende zo in zichzelf is gekeerd. Dat kan heel goed te maken hebben met de sterke oriëntatie die protestanten vanouds op de Nederlandse natiestaat hebben, in tegenstelling tot de internationalistisch ingestelde katholieken. Katholieken gaan graag prat op de Europese eenwording als een project van de Europese christen-democraten. Dat is zo, alleen zijn het wel allemaal katholieke christen-democraten. In Christen-democratische Verkenningen constateert de politiek filosoof Richard Steenvoorde terecht dat de rooms-katholieke kerk altijd wat ongemakkelijk is met het begrip 'burger' omdat het zo nauw verbonden is met een nationaliteit. Die kerk ziet de gelovigen liever als wereldburgers.''

Jansen, verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA en eindredacteur van Christen-democratische Verkenningen, zegt het een en ander naar aanleiding van zijn artikel 'Naar een nieuw patriottisme' in het gisteren verschenen themanummer van dat blad. Hij schrijft dat we hulpeloos blijven tegenover de multiculturele problematiek, zolang we geen heldere opvatting hebben over de aard van de Nederlandse identiteit. Hoe kunnen we van allochtonen verlangen in de Nederlandse samenleving te integreren als wijzelf van die identiteit geen idee hebben? Een zoektocht naar die identiteit kan ons wapenen tegen het onbehagen over de achterblijvende integratie, meent hij. Dat is het thema van deze uitgave van het CDA-blad.

Vorige maand is ook het rapport Investeren in integratie verschenen, waarin de directeur van het Wetenschappelijk Instituut, Ab Klink, de christen-democratische zienswijze op de multiculturele samenleving aanscherpt. Hij geeft een diepere lading aan de ideeën die Balkenende eerder, in de verkiezingscampagne van 2002, presenteerde in de rede waarin hij de geruchtmakende uitspraak deed: ,,De multiculturele samenleving niet iets is om naar te streven.''

Klink doet een poging de 'basiswaarden' te definiëren die Balkenende aanduidde als de minimumwaarden waaraan iedereen in Nederland, ook de allochtonen, zich moet conformeren. Hij ontleent deze aan de Grondwet, het fundament van de Nederlandse rechtsstaat. Die rechtsstaat is volgens hem de politieke uitdrukking van de cultuur die in het Westen is gevormd onder invloed van het joods-christelijke geloof en de klassiek-humanistische traditie. De basiswaarden die Klink formuleert zijn: ,,De erkenning dat de mens uniek is, drager van een persoonlijke verantwoordelijkheid, met een eigen levensbestemming. Het recht om via eigen instellingen uitdrukking te geven aan ambities, levensovertuiging en -missie. De onverenigbaarheid van de dwang en persoonlijk geloof, staatsrechtelijk vertaald in de scheiding van kerk en staat. De gelijkwaardigheid van man en vrouw. De gelijkheid van een ieder voor de wet en de gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht geslacht, religie, seksuele geaardheid et cetera.''

Jansen kan zich vinden in de aanpak van Klink. Hij roemt diens rapport als het belangrijkste dat het Wetenschappelijk Instituut in de afgelopen tien jaar heeft gepubliceerd. Niettemin ziet hij wel beren op de weg. Grondwetsartikelen over de vrijheid van godsdienst, van vereniging en van onderwijs, evenals dat over gelijke behandeling, kunnen in de nieuwe omstandigheden van de multiculturele samenleving een strekking krijgen die het CDA tot een bezinning op zijn eigen standpunten dwingt, en mogelijk tot een herziening ervan. Zo heeft het CDA een koerswending gemaakt in de kwestie van de inspectie van de godsdienstlessen op islamitische scholen, waar het zich eerst met een beroep op de rechten van het bijzonder onderwijs tegen verzette maar later vóór was.

In de multiculturele samenleving moet ook de vrijheid van vereniging wellicht aan nieuwe, stakkere grenzen worden gebonden, zegt Jansen: ,,Ik spreek nu volledig op persoonlijke titel, dus ik verwoord hier geen standpunt van het CDA. Dan moet het volgende mij van het hart. Klink doet in zijn rapport een poging om het bestaansrecht van de SGP te verdedigen. Hoe lovenswaardig die poging ook is, om in aanmerking te komen voor die verdediging zal de SGP toch meer klare wijn moeten schenken.''

,,We ontlopen het probleem als we de SGP afdoen als folklore. De SGP is een partij die met de theocratie een ideaal aanhangt dat tot een inperking van de godsdienstvrijheid van anderen kan leiden. Een lid van het wetenschappelijk instituut van de SGP erkende recent in een discussie met mij dat, in het fictieve geval van een SGP-regering, katholieken en moslims hun toevlucht moeten zoeken tot schuilkerken en schuilmoskeeën. Ik hoor dat hierover een discussie in de SGP gaande is. Ik hoop van harte dat zij over de consequenties van haar opvattingen inzake godsdienstvrijheid duidelijkheid zal verschaffen. Doet zij dat onvoldoende, dan loopt zij het risico als een christelijke pendant van een theocratische islamitische partij te worden gezien.''

Ook in het geval van de Arabische Europese Liga, de organisatie van moslims in België en Nederland die van geen integratie willen weten, moeten volgens hem de grenzen duidelijk worden getrokken. De Vlaamse voorman Abu Jahja heeft erop gezinspeeld dat de AEL als politieke partij in Nederland de klassieke middeleeuwse sharia, de islamitische wetgeving, wil invoeren. ,,Feitelijk streven zij dan naar een theocratie, waarin ze hun religieuze normen ook aan andersdenkenden willen opleggen. Onder de sharia kan het afhakken van handen als straf voor diefstal worden ingevoerd. Gelet op uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de mens kan die ambitie een reden zijn voor een verbod.''

,,Nu moslims zich politiek en maatschappelijk gaan organiseren, zal het CDA bij elke beslissing over de wenselijkheid van die ontwikkeling voor indringende vragen komen te staan. Of het nu gaat over partijvorming of over inspectie van godsdienstlessen, de keuze zal telkens lastig zijn. Staan we inspectie van godsdienstlessen op moslimscholen toe, dan ontkomen we er omwille van de rechtsgelijkheid niet aan de inspecteurs ook toe te laten bij het bijbelonderricht op christelijke scholen.''

,,En we zullen ook onze opvattingen over de autonomie van organisaties tegen het licht moeten houden. De christen-democratie is voortgekomen uit verzet tegen de greep van de staat op het onderwijs. Scholen moesten evenals maatschappelijke organisaties soeverein kunnen zijn in eigen kring. Het is in de omstandigheden van nu echter de vraag of dat beginsel ons niet dwarszit bij de realisering van een ander ideaal dat we óók koesteren: gemeenschappelijkheid. Oftewel het idee dat we allemaal, ongeacht onze afkomst, een aantal basiswaarden moeten delen.''

,,Maar als we met elkaar iets willen delen, dan moeten we niet te vrijblijvend zijn over wát we dan willen delen. De overheid moet aan het onderwijs, dus ook aan de instellingen die inburgeringscursussen geven, veel dwingender voorschrijven welke kennis zij in lessen als maatschappijleer en geschiedenis dienen over te dragen. Ze hebben nu een te grote vrijheid om zelf de inhoud van het leerplan vast te stellen. Dat geldt ook voor de inburgeringscursussen. Balkenende heeft terecht gezegd dat die cursussen nu de immigranten niet meer leren dan een aantal foefjes om de weg in de verzorgingsstaat te vinden, bijvoorbeeld om het huursubsidieformulier te kunnen invullen. Aan loketten in Nederland geen gebrek, schreef uw collega van Elsevier, maar waar gaat dit land over?''

,,Het CDA hangt nu te veel aan dat ene ideaal van pluriformiteit en verscheidenheid. De gemeenschappelijkheid die wij toch ook tot stand willen brengen in Nederland, zal hoe dan ook ten koste van dat ideaal gaan. De discussie over waarden en normen is een poging die gemeenschappelijkheid onder woorden te brengen. Het is niet voor niets dat die discussie zo vaag en versnipperd blijft. Dat debat zal dat blijven zolang we geen nieuw evenwicht aanbrengen tussen verscheidenheid en gemeenschappelijkheid. Die opgave is voor het CDA moeilijker dan voor andere partijen. Anderzijds is het daarom ook misschien beter in staat tot aanvaardbare, doorleefde oplossingen te komen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden