Opinie

CDA deelt tegen wil en dank in malaise van liberaal christendom

CDA-leider Sybrand van Haersma Buma verlaat een bijeenkomst met het partijbestuur. Het CDA-bestuur kwam maandagavond bijeen om over eventuele regeringsdeelname te praten.Beeld ANP

Om het verdere terreinverlies van het CDA bij de verkiezingen te verklaren, moet de blik worden gericht op de natuurlijke achterban van de christen-democratie: katholieken en protestanten die tot de hoofdstroom behoren. Het CDA krijgt vanouds ook steun van orthodoxere protestanten, maar niet in de mate zoals vroeger bijvoorbeeld de ARP. Met de oprichting van kleinere christelijke partijen als SGP (1918) en GPV (1948) kwam er voor orthodoxere protestanten een alternatief. Dat had een eerste karakterverandering tot gevolg, al zagen de voorlopers van het CDA zich hierdoor tegelijkertijd genoodzaakt het eigen profiel te bewaken.

Tijdens de totstandkoming van het CDA in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, volgde een ingrijpender karakterverandering. Deze was ingegeven door theologische ontwikkelingen binnen de katholieke en mainstream protestantse kerken. Zo deed de opkomende oecumene de gedachte postvatten dat ook een in politiek opzicht gescheiden optrekken niet langer gerechtvaardigd was. Het Tweede Vaticaanse Concilie, dat vijftig jaar geleden begon, leidde binnen de KVP tot de wens om voortaan losser van de kerk te opereren. Tenslotte trachtten de grondleggers van het CDA een antwoord te formuleren op het zetelverlies als gevolg van de ontkerkelijking en ontzuiling. Voorzover de eenheidspartij echter nog altijd werd gedragen door overtuigde katholieken en protestanten, bleef ook deze karakterverandering uiteindelijk beperkt in omvang.

Vrijzinnig christendom
Sinds 1980 hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland niet stilgestaan. Hoewel er daarbij ook sprake is van voortschrijdend theologisch inzicht, springt toch allereerst de interne secularisatie in het oog. Hele delen van de katholieke en mainline protestantse kerken zijn onder invloed hiervan opgeschoven richting een veelal goed bedoelend, maar vrijzinnig christendom. Dit liberale christendom is het christendom van de katholieke scholen die zich willen ontdoen van het etiket katholiek. Het is het christendom van de protestantse dominees die naar eigen zeggen niet meer in God geloven of tenminste een vraag hiernaar maar lastig te beantwoorden vinden. Helaas is het daarmee ook het christendom van de sluitende kerkgebouwen.

Nu zou een tegenwerping kunnen luiden dat het meest recente verlies vooral wordt veroorzaakt door de deelname van het CDA aan het minderheidskabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Deze redenering kan echter ook worden omgedraaid. Niet veel christen-democraten zullen de gedoogconstructie in 2010 immers om inhoudelijke redenen hebben nagestreefd. Veeleer gold voor de voorstanders de tactische overweging dat de stemmers op de toen bijna verdriedubbelde PVV het beste terug te winnen zouden zijn door de partij op enigerlei wijze bij de regeringsvorming te betrekken, met alle risico's van dien voor de PVV. De verkiezingsuitslag van vorige week wijst erop dat dit ten dele inderdaad zo heeft gewerkt. Dat bijna alleen de VVD hiervan heeft geprofiteerd, is mede het gevolg van de aanhoudende verdeeldheid binnen het CDA over de kwestie.

Paars beleid
Het tweestromenland waarvan de verkiezingsuitslag getuigt, stelt de christen-democratie inmiddels voor de existentiële vraag hoe nu verder. Een terugkeer naar een paars beleid zou tot een wederopleving van de christen-democratie kunnen leiden. Zonder christen-democratisch tegenwicht van betekenis kan dit immers tot een aantasting van klassieke vrijheidsrechten als de vrijheden van godsdienst en onderwijs leiden. Het is echter de vraag of de interne secularisatie zo'n opleving niet in de weg staat.

Het kan ook tot een besluit tot opheffing van de partij komen. Niet lang voor de verkiezingen opperde de Amsterdamse predikant Paul Visser reeds deze mogelijkheid, overigens zonder daar op uit te zijn. Hij doelde op de achterdocht die het agenderen van bijvoorbeeld ethische thema's door christelijke partijen tegenwoordig op voorhand oproept. Onder met name conservatievere christen-democraten geldt het opgaan in een breder verband al langer als mogelijk scenario, al toont het Amerikaanse voorbeeld aan dat ook dat geen ideale situatie hoeft te zijn. Een verder aanlengen van de christelijke identiteit leidt wegens overbodigheid vermoedelijk evenzeer tot opheffing.

Aannemelijk is dat het CDA vooralsnog zal zoeken naar een tussenweg tussen de nu eenmaal weinig aantrekkelijke optie van opheffing, en de moeilijk haalbare werkelijke revitalisering. Aldus deelt de partij tegen wil en dank in de algehele malaise waarin het liberale christendom zich wereldwijd bevindt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden