CDA benut zijn eigen kracht niet

De uitslag van de raadsverkiezingen is een ongekende motie van wantrouwen voor het kabinet, zegt Gabriël van den Brink. De pasbenoemde hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde analyseert waarom het premier Balkenende maar niet lukt zijn boodschap over te brengen.

Stel dat premier Balkenende een jazzsaxofonist zou zijn. Zou hij kunnen improviseren, vitaliteit in zijn spel brengen, de complexiteit van muziek door laten dringen tot zijn toehoorders? In de politiek zijn dat net zulke onmisbare kwaliteiten als in de muziek, zegt cultuursocioloog Gabriël van den Brink: ,,Een politicus moet boeien, fascineren, verleiden. Dat helpt hem de rijkdom van zijn gedachten over te brengen. Niets van dat alles zie ik bij Balkenende. Hij is als de jazzsaxofonist die altijd dezelfde melodie speelt. Het zijn altijd dezelfde woorden. 'Moeilijke besluiten', 'verantwoordelijkheid' zijn loze woorden geworden. Ik sluit niet uit dat Balkenende een diep verhaal heeft. Alleen krijgen we het niet te horen.“

Dat politieke onvermogen van Balkenende is volgens Van den Brink een van de oorzaken van de mislukking van het waarden- en normendebat waartoe de CDA-politicus het initiatief nam. Het kabinet is er daardoor ook niet in geslaagd een verbinding te leggen tussen zijn ingrepen in de economie en onderliggende morele, cultuurpolitieke motieven voor die ingrepen. Het kabinet wil namelijk de verzorgingsstaat hervormen. Het heeft de burgers dat project louter voorgeschoteld als een onvermijdelijkheid, afgedwongen door de wetten van de economie.

Het resultaat van deze ingrepen, zegt Van den Brink, is dat burgers tegenover elkaar komen te staan. De maatschappelijke samenhang neemt af en onderlinge banden van solidariteit worden verbroken. Volgens hem heeft de bevolking in grote meerderheid juist de behoefte aan het tegendeel. Aan een socialere, meer ontspannen samenleving waarin de moraliteit tussen mensen zwaarder weegt dan het economisch nut van hun relatie.

Van den Brink is sinds 1 februari hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de universiteit van Tilburg. Hoewel politiek dakloos, verleent hij regelmatig medewerking aan het CDA-blad Christen-democratische Verkenningen. Hij gaat met het CDA noch met een andere partij een formele band aan, ook omdat hij zich wil verzekeren van een zo breed mogelijk gehoor. Op zoek naar dat brede gehoor, analyseert hij juist problemen uit het alledaagse leven van burgers, en verbindt die met de taal van de filosoof. Zijn laatste boek, 'Culturele contrasten', gaat over het leven van migranten in Rotterdam.

Hij vindt de uitslag van de raadsverkiezingen een ongekende motie van wantrouwen voor het kabinet. “Die afstraffing komt niet uit de lucht vallen. Opmerkelijk is eerder dat het kabinet dat niet heeft zien aankomen. Nog steeds ziet Balkenende in de uitslag geen aanleiding tot bezinning, hoewel uit onderzoek al jarenlang blijkt dat de Nederlanders in brede kring niet willen meegaan in de modernisering die het kabinet nastreeft. Die modernisering is neoliberaal en economisch bepaald: 'China en India zijn onze concurrenten, we moeten beter en goedkoper dan zij produceren en dan zullen we winnen'. Qua analyse is dat van een economisch determinisme dat marxisten niet kunnen verbeteren. De boodschap wordt op zodanige wijze gebracht dat de weerstand groter en groter wordt.“

“Iedereen die sociaal gevoel heeft of moreel denkt heeft moeite met dit kabinet. Dat blijkt in het asielvraagstuk. Nederlanders dragen tegenover asielzoekers twee zielen in één borst. Ze zijn vóór een hard beleid tegen migranten, de grenzen moeten dicht. Maar ze voelen ook mededogen met individuele asielzoekers die een gezicht hebben gekregen. Ik heb daar geen oplossing voor. Alleen weet ik wel dat we daarop een beetje intelligent moeten reageren. Dat past slecht bij de stijl van een minister die zich louter op regels beroept, waardoor de moraal en de barmhartigheid het nakijken hebben. Volgens mij houden Nederlanders daar niet zo van.“

“De agenda van dit kabinet staat dus al jarenlang op gespannen voet met wat Nederland voelt. Het kabinet wil met de verzorgingsstaat de Angelsaksische kant op, Nederland de Rijnlandse of Zweedse. Het kabinet reageert daar niet op en past evenmin zijn argumenten aan. Het stelt het volk voor voldongen feiten. 'Er is nu eenmaal geen alternatief', zegt het, 'we moeten wel, we gaan hiermee door'. Dan is het niet zo gek als mensen bij het referendum over de Europese Grondwet of bij raadsverkiezingen 'nee' zeggen.“

Van den Brink meent dat het CDA de kracht van zijn ideologie onvoldoende benut. “Ik vond het CDA altijd interessant omdat de partij een intelligent gemengde agenda had. Aan de ene kant wilde het Nederland laten functioneren binnen het kapitalisme, aan de andere kant beschikte het over een moreel idee over het opkomen voor zwakken, het behoud van gemeenschapszin. Ik zie dat in dit kabinet niet terug. In het kabinet zit de dominantie van het economisch denken ingebakken. Dat is het grote intellectuele tekort van deze tijd. We doen alsof de economische processen alles bepalen en de rest er maar zo'n beetje achteraan bungelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. Dat wreekt zich op het moment dat normatieve vraagstukken aan de orde zijn. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat het CDA op zo'n primitieve manier de economische en de morele dimensies uit elkaar haalt. Daarmee zetten de christen-democraten bij de vuilnisbak wat altijd hun kracht is geweest.“

“Balkenende agendeerde het waarden- en normendebat, en dat was heel goed van hem. Maar vervolgens heeft hij het geen substantie gegeven, noch een verbinding gelegd met andere leefsferen zoals de economie. Dat sterke verhaal hoor je niet. Ik vrees dat het kabinet geen idee heeft van morele vragen in deze tijd, noch van de onderliggende analyse.“

Die analyse kan volgens Gabriël van den Brink alleen rusten op een verhaal over het moderne leven, op een idee over de richting die Nederland opgaat. “Het dagelijks leven is vol met morele keuzes. Ik denk dat de moraal en de geestelijke cultuur een veel zwaardere rol spelen in het moderne, dagelijkse leven van mensen dan men vaak aanneemt. Neem het islamdebat. Iedereen komt nu tot de conclusie dat multiculturaliteit niet kan. Maar wat dan wel? Als we migranten aanspreken, waarop dan en op welke toon? Dat is volledig uit de hand gelopen. In het islamdebat tekenen zich vooral harde, ongenuanceerde standpunten af. Die hardheid komt aanwaaien uit de maatschappij, van mensen en stromingen die helemaal niets met religie hebben. Dat mag. Het CDA zou alleen tegenwicht moeten bieden. Het had moeten laten zien dat de problemen met allochtonen niet samenvallen met religie. Er kan een vruchtbare verhouding tussen religie en democratie zijn.“

“Of neem het debat over onze concurrentiepositie. Daarin klinkt alleen alleen koopmanspraat door. 'Er zijn kapers op de kust en er moet harder en langer worden gewerkt'. Dat neem ik zonder meer aan, maar wat dat moreel betekent hoor ik niet. De concurrentiestrijd met China en India is ook een morele opgave, waarin autonome persoonlijke keuzes, doorzettingsvermogen, opofferingsgezindheid en menselijke creativiteit een rol spelen. Balkenende volstaat dan met een innovatieplatform. Dat zal wel nodig wezen, maar waar is het verhaal over de broodnodige creativiteit in de moderne samenleving, over beroepseer, of normverhoging en elitevorming in het onderwijs? Je leest wel eens van politici die dromen van de Randstad als het New York van 2015. Dat is allemaal reclamepraat. Ik droom zo vaak. De vraag is hoe je de burger met zo'n vergezicht aanspreekt.“

“Deze voorbeelden illustreren dat de maatschappelijke en politieke bovenlaag geen morele en culturele agenda bezit. Ik maak voor de oppositie geen uitzondering. Ook de PvdA heeft geen dieperstekend verhaal over de moraliteit in het dagelijks leven. Mensen stemmen nu links omdat ze hopen dat links wél de menselijkheid, barmhartigheid en betrokkenheid tot uitdrukking brengt die zij bedreigd zien door het kabinetsbeleid. Dat legt bij de oppositie de verantwoordelijkheid om die weerzin tegen het vechtersliberalisme expliciet te maken in morele termen. Ik wacht af.“

Hij erkent dat PvdA-leider Bos bindend leiderschap tracht te ontplooien, zeker sinds de moord op Van Gogh. Het is tekenend dat allochtonen in overgrote meerderheid bij de raadsverkiezingen op de PvdA hebben gestemd. ,,Zij hebben het goed begrepen, vooral de Turken en Marokkanen. Zij stemden niet religieus, zij kozen hun beschermers. Dat is goed. Het is prima dat zij zich langs democratische weg verdedigen. Er rust een zware last op de PvdA en Wouter Bos. Matiging is niet voldoende. Een partij moet ook richting bieden en inhoud hebben. En dan vind ik dat Bos tot dusver onvoldoende substantie heeft.“

,,Hoe houd je de boel bij elkaar? Op zich is dat een goed, nobel motief. Intuïtief willen mensen dat. De eerste reacties op de moord op Van Gogh gaven een dubbel beeld. In het publieke debat stonden de harde kampen tegenover elkaar. Maar in het gewone leven zag je dat mensen helemaal geen zin hadden de zaak op de spits te drijven. Ook zij wilden de boel bij elkaar houden. De vraag is alleen hoe. En dan vind ik sentimenten onvoldoende. Elkaar allemaal aardig vinden? Slappe hap. Eindeloos polderen? Dat is het ook niet. Er is meer inspanning geboden om over en weer na te gaan waarin autochtonen en allochtonen op alledaags niveau van mening verschillen, over opvoeding, man-vrouwverhoudingen, school, werk, de buurt. Wat verwachten wij in Nederland van elkaar? Wie past zich aan? En daarover heb ik Bos nog niet gehoord.“

PvdA noch CDA reageert volgens Van den Brink intelligent op de omslag in de tijdgeest. Na een periode waarin traditionele banden losraakten en morele regels gelijkstonden met bemoeizucht, voelen mensen de behoefte aan sociale samenhang en binding. “We maken de reactiemee op de liberalisering van de moraal sedert de jaren zestig. De ene partij is daarvoor gevoeliger dan de andere. GroenLinks is absoluut niet in staat dit op te pakken. Femke Halsema verdedigt een libertaire houding juist op moment dat veel mensen daarvanaf willen. Dat is het verschil met de SP. Het succes van die partij heeft ook te maken met haar moralisme en gemeenschapszin.“

“Bij de PvdA was de gelijkheid lange tijd zo belangrijk dat de gedachte alleen al aan elite, normstelling of gezag vloeken in de kerk was. Ze hebben grote moeite met de kentering. Ze kunnen zich daar misschien ook te weinig bij voorstelllen. Het CDA heeft een ander probleem. Daar is men te ver meegegaan met het idee dat religie een private kwestie is, iets wat je thuis laat. Dan ben je overgeleverd aan de dynamiek van de markt. Bij gebrek aan reserves van morele, religieuze of culurele aard heeft het CDA geen weerwoord op de markt. Ook daardoor is er nu bijna geen politicus in die partij die woorden heeft bij de kanteling van de tijdgeest. De taal ontbreekt waarin het andere dan de markt, het morele engagement aanwezig is.“

“Ook de VVD deelt in de misère. Ik vind Ayaan Hirsi Ali buitengewoon moedig. Dat moet je waarderen in een democratie. Inhoudelijk ben ik het niet met haar eens. Ze versimpelt de Verlichting tot een doctrinaire zaak. Daarmee doet ze de complexiteit van de werkelijkheid geen recht.“

“Die werkelijkheid is dat allerlei religieuze tradities ook in het publieke leven hun plaats hebben, en dat ze een verrijking zijn als ze dat democratisch en verstandig doen. Dat is geen dogma, dat is de complexe realiteit. De simpele stelling dat problemen in de opvoeding of in verhouding tussen mannen en vrouwen zijn terug te voeren tot de koran lijkt me historisch en analytisch onhoudbaar, en in ieder geval politiek onverstandig.“

“Ik heb de VVD nog nooit betrapt op een intelligente gedachte op dit vlak. Wel interessant is dat er zoveel zwarte vrouwen opstomen in de VVD. Dat is leuk. De VVD met haar emancipatie-ideaal biedt een plezierige thuisbasis aan zelfstandige, zwarte vrouwen die ook hun schoonheid behouden. Zij laten zien dat een zelfstandige vrouw niet hoeft rond te lopen in een soepjurk. Zij vieren de brille, de schoonheid, het vrouwelijk element. Deze vrouwen hebben geen talent voor ondergeschiktheid. Ze zijn trots, eigenwijs. Ik hoop nu maar dat de VVD er zelf ook een verhaal bij heeft.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden