CD-recensies

CD's op vrijdag: Het achtste album van Kanye is niet die gehoopte tour de force

Kanye West stelde deze week de muziekredactie toch ietwat teleur, net als de nieuwe maar weinig vernieuwende Lily Allen. Gelukkig was daar een overrompelende 'Sacre', in een nog maagdelijke Elbphilharmonie, onder leiding van de jonge dirigent Krzysztof Urbanski. Ook bewezen Dan Weiss en Keiji Haino dat de overeenkomsten tussen metal en jazz groter zijn dan gedacht, en de Rotterdamse stadsorganist Geert Bierling dat hij een aardig potje kan improviseren. 

Kanye West komt belofte niet na 


POP
Kanye West
ye (G. O. O. D.)
★★★☆☆

Nee: zijn achtste album is níét die gehoopte tour de force waarmee ­Kanye West in één klap zijn critici de mond zou snoeren. Het is wel een ietwat saai, haast onaf mini-album dat het ­ontstane beeld juist versterkt dat West is afgegleden tot… tot, ja, wat eigenlijk?

De Amerikaanse wereldster liet na een lange radiostilte in april weer van zich horen – en hoe. Hij heractiveerde zijn twitteraccount, om tussen tal van positiviteitsfilosofietjes een vijftal albums aan te kondigen dat in juni zou verschijnen. Zijn fans waren nog druk aan het watertanden toen West hun wenkbrauwen deed fronzen door met een rode Trump-pet te poseren. Dat fronzen veranderde in afgrijzen toen West in een interview slavernij ‘een keuze’ noemde.

Beeld Photo News / Jonathan Brady

In 2016 legde Kanye West abrupt zijn tournee stil, waarna hij zich met een heftige zenuwinzinking liet opnemen. Zijn manisch-megalomane gedrag de afgelopen maanden doen echter vermoeden dat de weg terug toch nog niet helemaal gevonden was. Er verschenen ­bezorgde duidingen waarin werd ­getwijfeld of een van de meest geprezen popmuzikanten van zijn tijd nog wel het label ‘genie’ verdiende. 

Maar toen verscheen Pusha T’s ‘Daytona’, het eerste in die genoemde albumserie. Zeven trefzekere raptracks, in elkaar gesleuteld door West, in retraite te Wyoming gemaakt met uitzicht op majestueuze bergketens. Geen wereldschokkende hiphop-vernieuwing, maar een ouderwets goed album. En dit was pas aflevering één.

Zo bezien valt ‘ye’ toch tegen. Niet om de lengte – zeven tracks, binnen 25 minuten, net als Daytona. Die beknoptheid wérkt, in de wetenschap dat we de komende weken nog meer muziek van Kanye West mogen verwachten, waaronder een samenwerking met Kid Cudi en een nieuw album van rapper Nas.

Maar: ‘ye’ vóélt veel langer. Door een compleet gebrek aan focus. De afgelopen albums van Kanye West waren ieder anders van toon, van kleur, lading, identiteit. Niet ‘ye’. Dat is juist van alles wat – en, desastreus voor een van de grootste geluidspioniers van zijn tijd: alles wat we al eens van West hebben gehoord.

Het album opent met een zacht kabbelsynthje waarboven West zijn ietwat verwarrende gedachten over moord, zelfmoord uiteenzet. In het daaropvolgende ‘Yikes’ herkennen we de sterke producer en rapper die Ye nog altijd kán zijn, net als de aanzet van ‘No Mistakes’. In potentie een knaller, maar het blijft bij die aanzet. Ook de andere nummers zijn meer schetsmatige tracks, die allerminst een kernachtig geheel vormen. 

Op ‘Wouln’t Leave’ reflecteert hij op de mediastorm van afgelopen maanden, maar het blijft vlak. West rapt zoals de productie: onderkoeld, haast verdoofd en eigenlijk ook een beetje saai. De nummers pruttelen voorbij, als een knapperend haardvuur in die blokhut in Wyoming waar Kanye zijn inspiratie moet hebben gevonden. Behaaglijk, zeker, maar explosief allerminst.

Het heeft er alle schijn van dat de nummers nog niet geschreven waren toen hij ze in april aankondigde, gezien de hyperactuele teksten. Die albumhoes versterkt die vluchtigheid – een met een smartphone gemaakte foto van de bergen in Wyoming, gemaakt onderweg naar de albumpresentatie vorige week. Met eroverheen ‘I Hate Being Bipolar, It’s Awesome’ gekrabbeld. 

Niet grappig, niet diepzinnig. Flauw, te gemakkelijk. Zoals dit album, eigenlijk, waarop zelfs de goede momenten niet beklijven. Beslist niet het kunstwerk dat West beloofd had. (Joris Belgers

KLASSIEK 
Krzysztof Urbanski 
Stravinsky Le sacre du printemps (Alpha Classics)
★★★★☆

Op de vorige hier besproken opname van Stravinsky’s ‘Le sacre du printemps’, die van Riccardo Chailly en het Lucerne Festival Orchestra, duurde de beruchte, hoge fagotsolo waarmee het stuk opent opvallend veel langer dan gebruikelijk. Maar op deze nieuwe opname van het NDR Elbphilharmonie Orchester onder leiding van Krzysztof Urbanski hebben we zo ongeveer een record te pakken. Secondenlang hangt die ongrijpbare eerste noot in de lucht, zinderend en huiverend voor wat komen gaat. En dat wat komt, is inderdaad behoorlijk heftig en opzwepend. 

De opname van de cd vond plaats in een nog lege en ongebruikte Elbphilharmonie in Hamburg in december 2016. Een maand later zou de spectaculaire nieuwe concertzaal officieel ­geopend worden. Urbanski is eerste gastdirigent van het huisorkest en maakte er al wat opvallende opnamen. In Nederland viel hij vorig ­seizoen op als zeer dynamische en stuwende dirigent bij het Radio Filharmonisch Orkest. De jonge Pool weet wat hij wil en tovert een messcherpe Sacre uit zijn baton. De ­musici zijn waarschijnlijk extra ­gemotiveerd vanwege hun nieuwe onderkomen en spelen zich het vuur uit de sloffen. Een en ander culmineert in een stampende en dampende ‘Danse de la terre’. ­Urbanski heeft het. (Peter van der Lint 

Metal en jazz vinden elkaar in virtuositeit 

JAZZ / METAL 

Keijo Haino + SUMAC
(Thrill Jockey)  ★★★☆☆

Dan Weiss
Starebaby

(Pi Recordings) ★★★★☆

Vreemd maar verklaarbaar: in heavy metal is de hoge uithaal het handelsmerk van veel zangers. Niet direct het stemgeluid dat je bij stoere mannen verwacht en toch is het precies dat: stoer doen. De falset als toonbeeld van viriliteit kwam via de blues de metal binnengewaaid. 

Blues is natuurlijk ook de bakermat van de jazz, maar dat is niet het enige waar beide genres elkaar raken. Een deel van de jazz zocht steevast de extremiteit. De free jazz in de jaren zestig, groepen als John Zorns Naked City en Painkiller tergden de trommelvliezen. Aan de andere kant zijn de vele metalvarianten de minstens zo bruut. Het verschil zit vaak tussen orde en vrijheid, en een kruisbestuiving tussen metal en jazz is vaak het boeiendst wanneer die uitersten op elkaar botsen. De oude Japanse experimentalist Keiji Haino (ex-Painkiller) zoekt nu met het Amerikaanse post-metaltrio SUMAC opnieuw alle grenzen op. Soms is het resultaat domweg herrie, soms komen ze tot iets heftigs nieuws dat diept raakt. 

Metal en jazz vinden elkaar ook in de virtuositeit, zeker ook in ingewikkelde ritmes. Drummer Dan Weiss diept die complexe ritmiek uit, en combineert de lome dreiging van death metal met de ongerijmde vrijheid van jazz. Soms perfect strak, soms een overweldigend chaotisch. Een cocktail waarin elk element herken- en verklaarbaar is, en die toch heel bijzonder smaakt. (Mischa Andriessen)  

Lily Allen is nog altijd nietsverhullend, maar weinig vernieuwend

POP

Lily Allen
No Shame
(Warner Music)
★★★☆☆

Bij een Lily Allen-album weet je één ding zeker: je gaat onverbloemde teksten krijgen. Ook op haar nieuwe album, toepasselijk ‘No Shame’ ­geheten, neemt ze inderdaad weer geen blad voor de mond. De 33-jarige Britse is inmiddels gescheiden en dat zullen we weten ook. Het ­onderwerp komt in verschillende songs terug, hoewel Allen haar relatieperikelen wel beduidend minder venijnig bezingt dan in het verleden. Zo is ‘Apples’ een weemoedige terugblik op haar gestrande relatie en is ‘Three’ een ontroerende poging om zich voor te stellen hoe de scheiding voor haar kinderen moet zijn geweest. 

Maar in Allens muziek zelf blijkt weinig te zijn veranderd. No Shame klinkt wel wat ingetogener dan haar eerdere platen, wat onder meer resulteert in het relaxte ‘Cake’. Helaas werkt die aanpak niet altijd en bevat het album ook nummers die net iets te onderkoeld klinken zoals ‘Higher’. Verder vermengt Allen, zoals eerder, hoekige pop met soepele reggaeritmes. Wel geeft ze nu haar songs wat extra smaak door met gastrappers zoals Giggs (‘Trigger Bang’) en Burna Boy (‘Your Choice’) samen te werken. Toch is No Shame een weinig verrassend album. Zonder gegarandeerde hits die tippen aan haar begindagen. (Saskia Bosch

Geert Bierling laat zijn orgels piepen, knarsen en dansen

KLASSIEK

Geert Bierling
Bierling Live
(Classical Records)
★★★★

De Rotterdamse stadsorganist Geert Bierling is vooral bekend vanwege zijn voor een breed publiek aantrekkelijke recitals die hij al vele jaren op het grote Doelenorgel geeft. En van de cd’s met overwegend zijn eigen aanstekelijke bewerkingen naar barokconcerten. Dat Bierling ook een fantastisch en veelzijdig improvisator is, blijkt nu uit de cd ‘Bierling Live’, een compilatie van improvisaties en eigen composities, uitgevoerd tijdens ­liveconcerten in de periode 1999-2016, in verschillende kerken in ­Nederland.

Bierling blijkt vele stijlen te beheersen. Zijn koraalgebonden variaties in barokstijl klinken alsof ze uit fr achttiende eeuw stammen. Vooral de monumentale variaties over ‘Nun danket alle Gott’ zijn een gaaf stuk werk. Hij vindt tevens zijn weg in oude vormen als het preludium en fuga, maar maakt toch het meest indruk met de improvisaties in ­moderne stijl, zoals ‘I love Bach’. Daarin laat hij duizenden pijpen van het kolossale Laurensorgel in Rotterdam piepen, knarsen, bulderen maar vooral dansen. Een fraai contrast hiermee vormt de verstilde meditatie over Psalm 65 in Frans-romantische stijl. (Christo Lelie)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden