Cavia's en de raadselachtigheid van het bestaan

Het was een mooie, onverwacht zachte najaarsdag. Er had zich een nazomerse warmte over het land gelegd, tenminste gedurende enkele middaguren, en ik had met enige literatuur aan de tuintafel plaats genomen. De roodgekleurde wingerd liet zijn blad al los, een laatste roos was in zijn bloei blijven steken, de moerbei stond zwaar en donkergroen te berusten in het uitblijven van de kou.

De goudkleurige dag was een geschenk, ik moest me bedwingen er niet op uit te trekken, naar bos en veld - de natuur moest er fonkelen en schitteren.

Ik keek de huiskamer in. Daar stond Billy, in zijn caviakooi. Een lage, plastic bak met stro en hooi, met een getralied deksel erop. Ik staarde een tijdje naar het dier, dat zich had teruggetrokken in zijn houten huisje met de ronde kijkgaten, waaraan hij soms zijn tanden slijpt. Uren van de dag brengt hij er in stilte door, zijn kleine terrein overziend, een landschapje met brokken in een kom en een stalen nippel om uit te drinken.

Op mooie dagen zetten we Billy in het gras, waar hij onmiddellijk hartstochtelijk begint te grazen, om dan ineens weg te schieten in de heg, aangedreven door een voor ons onzichtbaar gevaar, de schaduw van een vogel misschien.

Cavia's zijn vaker onderwerp geweest van deze rubriek, ze confronteren me in al hun minimalisme (cavia's zijn de saaiste dieren die ik ken) met de raadselachtigheid van het bestaan. Diep in de kern geloof ik dat hun leven niet anders is dan het mijne, sturend tussen driften en behoeften, maar in volkomen afhankelijkheid van hun omgeving.

Ik besloot te beproeven of er misschien in Billy een kiem van vrije wil schemerde. Ik zette hem in zijn plastic bak buiten op het gras, en verwijderde het getraliede deksel. De bak heeft een lage opstaande rand, waar hij, als hij zich een beetje opricht, overheen kan kijken.

Het buitenzetten zelf bracht hem vooralsnog niet in beweging, hij bleef zich stijf schuilhouden in zijn houten huis. Ik tilde het huisje bij hem vandaan, plaatste het op het gras, en bouwde een soort opstapje met een kleine houten hellingbaan om hem de mogelijk te bieden zelf uit zijn bak te klauteren, naar wat een lonkend paradijs moest zijn - zijn fijne huis in dat verrukkelijke gras.

Billy verroerde zich bij al deze activiteiten niet. Hij bleef in het hoekje van de bak liggen, daar waar zojuist nog zijn huisje stond, te midden van zijn korrelige ontlasting, want hij gebruikt zijn huisje ook als toilet, alsof hij geen afscheid nemen kan van wat zijn lijf verlaat.

Ik nam weer achter de tuintafel plaats en sloeg hem een tijdje gade. Behalve dat hij even zijn kop had geheven, gebeurde er niets. Niets verried dat hij dezelfde lust voelde erop uit te trekken als ik. Zou ik hem uit zijn bak tillen en op het gras zetten, dan zou hij naar hartelust gaan grazen, maar uit eigen beweging draaide alleen de aarde. Ik zag hier de volkomen afhankelijkheid en de overgave eraan.

Billy ging geen heften in handen nemen, net zo min als de moerbei, of de in zijn bloei verstilde roos.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden