Casual Friday in Nederland

Wie in Groot-Brittannië in een buttondown overhemd met stropdas op het werk verschijnt zal wat meewarig worden bekeken. Een button down is een vrijetijdsoverhemd om polo in te spelen. De knoopjes op de kraagpunten zorgen ervoor dat de kraag niet opwaait in de wind. Zo'n hemd draag je dus niet op het werk en zeker niet met stropdas.

In Nederland zal niemand je erop vastpinnen. Vergeleken met de Engelsen zijn de Nederlandse mannen een stuk informeler. De overname van Barings vorig jaar door ING maakte dat cultuurverschil weer eens haarfijn duidelijk. Bij de in onberispelijk in driedelig grijs gehulde Barings bankiers, staken onze postmannen in ribbroeken en spekzolen schamel af.

Die informele kleedcultuur, zou je denken, maakt Nederland een ideaal land voor Casual Friday, de nieuwe trend in bedrijven om op vrijdag het nette pak en de stropdas te verruilen voor een ongedwongen kaki-broek, een net T-shirt en een trui.

Dockers, een dochter van Levi's en niet toevallig ook 's erelds grootste fabrikant van de kaki-broek, wil die Casual Friday trend in Nederland nu grootscheeps introduceren. Afgelopen week stuurde het concern drie boekjes aan bedrijven waarin ze het Casual Friday-principe uitlegt en aanbiedt om bij de introductie ervan in het bedrijf te helpen. Vrijetijdskleding, redeneert Dockers, is niet minder verzorgd, maar wel meer ontspannen. Dat bevordert de werksfeer, de creativiteit en daarmee ook de produktiviteit.

Het succes is in de Verenigde Staten al bewezen. Daar begon het moederconcern Levi Strauss & amp; Co vier jaar geleden al met zo'n actie. Sindsdien adviseerde Dockers er twintigduizend bedrijven bij het invoeren van vrijetijdskleding op het werk. Inmiddels hebben zeven van de tien Amerikaanse bedrijven vijf dagen per week een zogenaamd 'Casual Wear Policy', waaronder bedrijven als IBM, Ford Motor Co, Citibank, Pepsi Co, American Express en AT & amp;T.

ORDINAIR En nu is Nederland aan de beurt. Dus even een paar vrienden op zakenposten gebeld. Casual Friday? De vriend bij Van Lanschot Bankiers verwacht dat er nog wel een generatie overheen zal gaan voordat vrijetijdskleding op zijn bank is ingeburgerd. In het bankwezen zijn de codes strikt. Hoe hoger in de hiërarchie hoe grijzer het pak en gedekter de stropdas - 'Zo één die je nooit onthoudt'. Een dasspeld wordt ordinair gevonden en witte sokken zijn helemaal uit den boze. Bankiers mogen hun persoonlijke ijdelheid alleen uitleven in dure brillen, exclusieve vulpennen en fraaie, oudgeworden leren koffertjes.

Toch zijn de codes niet overal hetzelfde, zelfs niet binnen één bedrijf. Zo zijn op de effectenafdeling, waar de kostuumjasjes de hele dag over de stoel hangen, de juiste bretels van belang. En in de Rotterdamse regio, het gebied van het vrije zakenleven, kunnen donkergroene en donkerrode kostuums wel door de beugel, terwijl die in een chique diplomatenstad als Den Haag weer helemaal taboe zijn, aldus de Van Lanschot-employé.

De andere vriend, manager bij een farmaceutische groothandel, noemt in grote lijnen dezelfde kledingcodes. Ook daar zijn maar twee kostuumkleuren in het spel: grijs en donkerblauw. En op opvallende stropdassen en dasspelden rust een taboe. Maar, benadrukt hij: “De regels zijn ongeschreven. Er is geen baas die tegen je zegt dat je de verkeerde kleren draagt. Slecht geklede mannen kom je in alle geledingen van het bedrijf tegen. En iemand die een hoge functie heeft binnen het bedrijf kan zich soms wel enige eigenzinnigheid permitteren. Hier loopt bijvoorbeeld een logistiek directeur rond met vreemde lampjes en belletjes aan zijn stropdas. Die heeft zo'n positie dat iedereen het accepteert.” En inderdaad, zulke onaangepaste carrièrehelden zijn er overal. Richard Branson van Virgin, Harry de Winter van IDTV, Eckart Wintzen van BSO zijn stuk voor stuk geslaagd als ondernemer, terwijl hun hippieverleden in al die jaren duidelijk zichtbaar is gebleven.

“Het zijn juist de mensen die vooruit willen komen in het bedrijf”, meent de farmaceutische groothandelmanager, “die instinctief aanvoelen dat zij het verst komen als zij zich aanpassen. Dat geldt vooral voor de commerciële en financiële afdelingen. Bij personeelszaken en in de automatisering zijn ze er minder gevoelig voor en daar is het truiengehalte erg hoog.”

Casual Friday is in geen van beide bedrijven een gewoonte. Op vrijdag verschijnt er in de farmaceutische groothandel wel eens iemand in een kakibroek en coltrui. Maar een overhemd zonder stropdas wordt al moeilijk, een polo kan helemaal niet.

De Van Lanschot-employé meent dat vrijetijdskleding op de bank nooit zal slagen, omdat status wordt afgelezen aan een pak. En of Casual Friday in staat zal zijn om een formele kleedcultuur - die al meer dan een eeuw wereldwijd bestaat en waarin status en hiërarchie haarfijn worden uitgedrukt met minieme kleedverschillen - omver te gooien valt inderdaad te betwijfelen.

Bedrijven zijn bang voor de onduidelijkheid die dan ontstaat of om onprofessioneel over te komen bij hun zakenrelaties.

In het adviesboekje van Dockers is voor dat probleem al een pasklaar antwoord gevonden. Het gaat er volgens Dockers om dat een bedrijf duidelijke regels opstelt over waar en wanneer vrijetijdskleding gedragen kan worden. In sommige bedrijven betekent Casual Dress Policy niet meer dan dat op weg naar het werk vrijetijdskleding gedragen mag worden of tijdens het jaarlijkse bedrijfsuitstapje. In andere gevallen mag er inderdaad één dag, soms zelfs de hele week vrijetijdskleding worden gedragen, maar dan wel op voorwaarde dat de werknemer zich formeel kleedt als hij een belangrijke afspraak heeft. Zo blijft voor de buitenwereld ten allen tijde duidelijk welke status aan iemand kleeft.

De vraag die dan rest is of de werknemer die aan zijn (hoge) status hecht die niet binnen het bedrijf wenst te blijven profileren. Maar ook voor dat probleem is een antwoord. Wie wil mag zich volgens het Dockers-boek formeel blijven kleden: “Het gaat erom jezelf vrij en ontspannen te voelen op je werk. Voor de een is dat in pak, voor de ander zonder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden