Castro is dood, maar de eenpartijstaat leeft

De Cubaanse Communistische Partij heeft negen dagen van nationale rouw afgekondigd na het overlijden van Fidel Castro. De 90-jarige leider en ideoloog van de Cubaanse revolutie stierf vrijdagnacht en is zaterdag al gecremeerd. In de hoofdstad Havana treuren Cubanen om 'de man die Cuba waardigheid gaf'. Kritiek klinkt op fluistertoon. Grote vraag is wie het machtsvacuüm vult als de huidige president, Fidels broer Raúl Castro, er in 2018 mee stopt.

"Cuba zal niet veel veranderen, maar alles zal anders zijn." Daarmee vatte de Cubaanse blogger Harold Cárdenas gisteren in één zin de gevoelens van veel landgenoten en de beperkte gevolgen van Castro's dood samen.

Nog maar een decennium geleden zou de eenpartijstaat zijn ontspoord zonder het dictaat van deze ene man, maar dat is nu niet aan de orde. Het land wacht geen contrarevolutie, massale opstanden of pogingen tot staatsgreep. Veel Cubanen zullen oprecht rouwen, maar afscheid hebben ze de afgelopen jaren al van hem genomen.

Fidel is geleidelijk aan van het toneel verdwenen. Vanaf het moment dat hij in 2006 wegens ziekte moest terugtreden is de hoofdrol in de Cubaanse politiek overgeheveld naar zijn broer, waarbij hij zelf hooguit meekeek. De laatste paar jaar was Fidel onzichtbaar, alleen nog symbolisch aanwezig en voor het dagelijks overleven van de meeste Cubanen volstrekt irrelevant.

Fidels dood belooft ook geen beleidsomslag; eerder een continuering van wat zich de afgelopen jaren al heeft ontvouwd. In hetzelfde kalme Caribische ritme waarmee Fidel minder zichtbaar werd, liet zijn broer de eerste kleine vrijheden toe. Haast geruisloos sloeg Raúl een weg in die Fidel nooit nam. Hij stond kleine winkeltjes en ambachten toe, legaliseerde de verkoop van huizen en auto's en de aanschaf van computers en mobieltjes, en vergrootte de bewegingsvrijheid van de Cubanen. Aanvankelijk leken het slechts cosmetische veranderingen, anno 2016 investeren de rijkere Cubanen geld in hotels en restaurants, nemen zij personeel aan, mailen zij via mobiele telefoons en reizen zelfs dissidenten het land in en uit.

Als klap op de vuurpijl herstelde Raúl de diplomatieke betrekkingen met aartsvijand Amerika. Zijn handdruk met president Barack Obama markeerde misschien wel sterker het einde van het tijdperk Fidel dan diens overlijden.

In de rest van de regio zal Fidel weliswaar worden herinnerd als de onvermoeibare inspirator van links en revolutionair Latijns-Amerika. Hij was een stoorzender voor de een, een rots in de branding voor de ander, toen Cuba in de regio guerrillastrijders trainde en onderdak bood aan linkse activisten op de vlucht voor moorddadige militaire junta's. Maar ook op dat punt was zijn rol uitgespeeld. In het vorige decennium werd die al overgenomen door leiders als Lula da Silva in Brazilië, Evo Morales in Bolivia en Hugo Chávez in Venezuela, al zijn die ook alweer grotendeels van het toneel verdwenen.

Wie dat vacuüm gaat vullen is onduidelijk, in elk geval niet de charismaloze Raúl, die altijd 'de broer van' is gebleven, de man die president kon worden bij de gratie van Fidel. Fidels dood verzwakt zijn positie maar hij zal er kort last van hebben, want hij had al aangekondigd zich in 2018 terug te trekken. Die termijn zal de communistische partij hard nodig hebben om te werken aan een goede opvolger. Aspirant-leiders kunnen de komende jaren positie kiezen zonder de blik en het laatste woord van hun oude nestor die neigde naar het kamp van de hardliners. Voor zover Fidels aanwezigheid een obstakel was voor de opkomst van vernieuwers, dan maakt zijn dood op termijn de kans op verandering groter.

Voor de democratie hoeft dat weinig te betekenen. De communistische partij heeft geen enkele reden om het monopolie op de macht op te geven. Vrije verkiezingen zijn nog ver weg, onafhankelijke media bestaan alleen digitaal, wie openlijk kritiek levert kan nog altijd rekenen op harde repressie. Het afgelopen jaar werden om politieke motieven ruim 8600 mensen opgepakt, vaak voor korte tijd.

Voor de economie zijn nog twee andere factoren doorslaggevend: het tot nu toe onvoorspelbare Cubabeleid van Donald Trump en de instortende economie in Venezuela, het land dat Cuba al ruim een decennium met subsidies op de been houdt. Factoren die de toekomst van Cuba vele malen meer zullen bepalen dan de dood van de man die zijn land een halve eeuw lang in een isolement hield.

Castro had 638 levens

Ontploffende zeeschelpen, een vergiftigd duikpak, dodelijke pillen verstopt in gezichtscrème en een sigaar die in het gezicht ontplofte. Allemaal bedenksels van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA om Fidel Castro om te brengen. In totaal overleefde hij 637 pogingen, in de meeste gevallen in de praktijk gebracht. De voormalige bodyguard Fabian Escalante schreef maakte er een documentaire en een boek over. Zo werd Marita Lorenz, één van Castro's ex-geliefden, betrokken bij een complot. Zij deed vergiftigde pillen in een drankje van de Cubaanse leider, maar Castro zou haar zijn pistool hebben overhandigd met de boodschap: gebruik 'm. Daarna bedreven ze de liefde. Een ander idee was om LSD in het gezicht van Castro te spuiten voordat hij een belangrijke tv-rede hield. Vooral bedoeld om hem voor gek te zetten. De meest recente moordpoging dateert uit 2000. Het plan: explosieven leggen onder een podium in Panama, waarop Castro zou spreken. Maar Castro's veiligheidsteam voorkwam de aanslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden