CASSINI

27 november 2004. Noteer die datum vast in uw agenda, en houd tegen die tijd de nieuwsberichten in de gaten, want het is zo voorbij. En het zou zonde zijn als u het zou missen. Het project heeft zeven miljard gulden gekost, meer dan vierduizend mensen hebben er aan gewerkt en hij is er zeven jaar voor onderweg geweest.

Op die 27ste november van het jaar 2004 landt de ruimtesonde Huygens op Titan, de grootste maan van Saturnus. Vermoedelijk komt hij in een poel van vloeibaar ethaan terecht. Bij een temperatuur van 180 graden onder nul zal hij niet meer dan een half uur werken. Dan is alles kapotgevroren.

Natuurlijk, Cassini, het ruimteschip dat de Huygens bij Titan gaat afleveren, zal daarna nog zeker vier jaar rond Saturnus cirkelen en deze fascinerende planeet met zijn beroemde ringen nauwgezet in kaart brengen. En ook Huygens zelf zal tijdens zijn afdaling door de atmosfeer van Titan goed om zich heen kijken. Maar het krankzinnige feit blijft dat het moment suprême van zo'n grootschalige ruimtemissie van zo korte duur is.

En waarom? Wat hebben Cassini en Huygens te zoeken op Saturnus en Titan? Het zijn vragen waar de Nasa wel antwoorden op weet. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie voorziet iedere liefhebber en alle critici van een stortvloed aan informatie.

Saturnus is de markantste planeet van ons zonnestelsel, begint het Nasa-verhaal altijd. Het is, op Jupiter na, de grootste planeet - de aarde past er een kleine achthonderd keer in - maar het is in verhouding ook de lichtste. Saturnus is de enige planeet die in water zou blijven drijven.

Het is er koud, erg koud, maar de 140 graden onder nul is ook weer niet zo koud als je zou verwachten van een planeet die tien keer zo ver van de zon staat als de aarde. Saturnus heeft de vreemde gewoonte om meer energie uit te stralen dan hij van de zon krijgt. Al blijft het een onbehaaglijk oord, met zijn waterstof-atmosfeer waarin wolken van bevroren ammoniak zweven. Een landing is sowieso af te raden: Saturnus is een grote bol van gas. De planeet bestaat voornamelijk uit waterstof en helium, en heeft geen harde korst.

Het zijn de satellieten die Saturnus echt spannend maken. In de eerste plaats zijn er de ringen - tot nu toe zijn er zeven verschillende onderscheiden. Maar daarnaast heeft de planeet minstens achttien manen. Het zijn bijna allemaal ijsklompen, sommige maar een paar kilometer groot. De grootste, Rhea, meet ruim 1 500 kilometer in doorsnee. Alle klompen draaien synchroon om hun as. Behalve Phoebe, een ingevangen asteroïde, die juist tegen de andere in draait.

Temidden van dit kosmische ijsballet maakt Titan zijn rondjes. Titan is na Jupiters Ganymedes de grootste maan van het zonnestelsel, bijna half zo groot als de aarde. En: de enige maan met een atmosfeer. Ook hier gaat het om een ongezonde luchtlaag: methaan en stikstof plus een dik wolkendek van organische stoffen dat het zicht op de maan ontneemt.

VERVOLG OP PAGINA 18

Enkeltje Titan VERVOLG VAN PAGINA 17

Daar wil de Nasa alles vanaf weten, net als haar Europese evenknie, de Esa, die de missie van de Huygens sonde voor haar rekening neemt. Hoe ziet Titan er onder zijn wolkendek uit? Is het oppervlak werkelijk bedekt door oceanen van vloeibaar ethaan, zoals de theorie voorspelt? En de standaardvraag bij al deze missies: is leven op Titan mogelijk geweest?

Maar bovenal wil de Nasa er gewéést zijn. Gewoon van dichtbij, met eigen ogen - dat wil zeggen: met eigen instrumenten - gezien hebben hoe deze werelden op anderhalf miljard kilometer afstand er uitzien.

Dat is al een missie op zich: hoe krijg je Cassini bij Saturnus. Met de standaard technologie lukt dat niet. De krachtigste raket schiet het ruimteschip, toch een kleine zes ton zwaar, niet harder dan met een snelheid van vier kilometer per seconde de ruimte in. Met zo'n vaartje zijn de batterijen allang leeg als Cassini arriveert.

Net zo enthousiast vertelt de Nasa aan de liefhebbers en critici over de grote truc waarmee ze dit probleem oplost: de flyby. Cassini wordt niet naar Saturnus geschoten maar de andere kant op, naar Venus. Om extra snelheid te krijgen: door de zwaartekracht van de planeet lijkt het alsof het ruimteschip een lijntje uitgooit en zich laat 'opslingeren'.

Het commandocentrum van de Nasa stuurt het ruimteschip vervolgens bij om deze truc, opnieuw bij Venus, te herhalen. Daarna gaat het weer richting aarde: op 16 augustus 1999 vliegt Cassini op 800 kilometer hoogte over de Zuidpool en voert zijn snelheid op tot twintig kilometer per seconde. Later maakt het schip nog een flyby langs Jupiter. Ook als het in 2004 moet afremmen om in een baan rond Saturnus te komen, wordt gebruik gemaakt van de zwaartekracht.

Op eigen kracht doet Cassini weinig. De grote motoren worden alleen bij belangrijke manoeuvres ingezet: tussen de twee flyby's bij Venus, tijdens het 'mikken' voor de ontmoeting met aarde, en bij het invangen door Saturnus. Voor kleinere koerscorrecties beschikt Cassini over stuwraketjes. Overigens valt er op het laatst niet veel meer te corrigeren: een opdracht vanaf de aarde om bij te sturen is pas na anderhalf uur bij Saturnus.

Het huzarenstukje moet het ruimteschip daarom grotendeels zelf uitvoeren. Volgens schema stoot de Cassini op 6 november 2004 de Huygens sonde af. Drie weken later suist die met een snelheid van zes kilometer per seconde de atmosfeer van Titan binnen. De gigantische wrijvingskrachten remmen de sonde, die daarbij tot 2 000 graden Celsius opgloeit. Als de snelheid voldoende is teruggelopen, gooit Huygens zijn remparachute uit en zijn hitteschild af.

De sonde zakt door het wolkendek van Titan en heeft even later zicht op het maanoppervlak. Dan valt hij in de koude ethaanzee. Cassini, die de tweeëneenhalf uur durende duikvlucht heeft gevolgd, ziet het nog een half uur aan en wendt zijn antenne af.

Het einde van de Huygens? Niet helemaal. De sonde heeft een cd-rom aan boord waarop meer dan 600 000 handtekeningen zijn opgenomen, boodschappen van mensen die hun bestaan de ruimte hebben willen inslingeren. Op de cd-rom staan ook twee brieven: een van de zeventiende-eeuwse astronoom Gian Domenico Cassini, de man die de gaten in de ringen van Saturnus ontdekte, en een van Christiaan Huygens, de Nederlandse geleerde die Titan ontdekte en zijn naam gaf. Opdat het buitenaardse wezen dat het computerschijfje uit de ijspoel zou kunnen opvissen, volledig op de hoogte is van het waarom van deze missie.

'Er is niets aan de hand'

Niet eerder stond zo veel plutonium startklaar op een lanceerplatform. Niet eerder ook hebben tegenstanders zo verbeten geprobeerd ruimteschip aan de grond te houden.

Cassini is een “nucleaire nachtmerrie”, een “misdaad tegen de mensheid” en in elk geval het “reële risico op een besmetting van miljoenen mensen” niet waard. Die boodschap, verwoord door protestbewegingen en een klein aantal verontruste wetenschappers, krijgt de laatste maanden volop aandacht in met name de Amerikaanse media. Ten onrechte, meent de Nasa, er is niets aan de hand.

De controverse betreft de brandstof van de meetinstrumenten van Cassini: 32,7 kilo plutonium-238. Tijdens de zeven jaar durende reis naar Saturnus wordt de warmte die vrijkomt bij het natuurlijke verval van dit materiaal, benut om energie op te wekken.

Er is dus géén kernreactor aan boord van Cassini, benadrukt de Nasa: er wordt geen nucleaire kettingreactie opgewekt die mogelijkerwijs uit de hand kan lopen. Sterker nog: de drie generatoren die het plutonium bevatten, hebben geen enkel bewegend onderdeel dat de boel tot ontploffing zou kunnen brengen.

Een mislukte lancering kan dat wel. Het risico op een falende Titan-4 raket is veel groter dan de Nasa beweert, aldus de tegenstanders van de lancering. In de loop der jaren heeft de ruimtevaartorganisatie haar risicoschatting voor de explosie van de Space Shuttle ook enkele malen moeten herzien. Waarom zouden de cijfers ditmaal juist zijn?

Zelfs als de lancering vlekkeloos verloopt, zullen de protesten niet verstommen. Tijdens de passage van de aarde, twee jaar na de start, is er volgens de Nasa een kans van één op een miljoen dat het ruimteschip per abuis de atmosfeer induikt en verbrandt. Ook deze inschatting is veel te optimistisch, oordelen de tegenstanders.

Het gevolg van een ongeluk, tijdens lancering of passeervlucht, is het vrijkomen van het plutonium in de dampkring. Tenminste, als het omhulsel van iridium en grafiet dat de generatoren beschermt openbarst, wat volgens de Nasa zo goed als onmogelijk is. Waarschijnlijker is, aldus de Nasa, dat het plutonium in brokken naar beneden stort en 'gewoon' kan worden geborgen. Gevaarlijk is het spul pas als het vergruist, en als stof in de atmosfeer verspreidt, waarna het in de luchtwegen kan belanden.

Omdat zo'n wolk plutonium zich hoog in de dampkring over een groot deel van de aarde zal verspreiden, is de dosis die een willekeurige wereldburger kan binnenkrijgen volgens de Nasa uiterst klein: niet groter dan wat iemand aan natuurlijke radioactiviteit incasseert tijdens een vliegtocht van New York naar Los Angeles en terug. De tegenstanders geloven er niets van.

Talrijke actievoerders zullen maandag een retourtje Florida boeken om de door hen gevreesde lancering gade te slaan. De Nasa kan felle last minute-demonstraties tegemoet zien. Recentelijk werd een raketlancering uitgesteld omdat per abuis een vissersboot onder het geplande vliegtraject was gevaren. Dat bracht de actievoerders al op een idee. Een Nasa-woordvoerder verklaarde niet te willen ingaan op de ongetwijfeld versterkte beveiligingsmaatregelen worden getroffen.

De reis van Cassini

Het ruimteschip Cassini draait twee rondjes in het centrum van het zonnestelsel om zich 'op te slingeren'; daarna volgt de 'zwiep' naar buiten, naar Saturnus.

1. Op 13 oktober 1997 (aanstaande maandag) wordt Cassini gelanceerd.

2. Op 21 april 1998 scheert Cassini voor de eerste keer langs Venus.

3. Op 2 december 1998 wordt de koers vanuit het commandocentrum op aarde gecorrigeerd.

4. Op 20 juni 1999 scheert Cassini voor de tweede keer langs Venus.

5. Op 16 augustus 1999 volgt de flyby langs de aarde.

6. Op 30 december 2000 passeert het ruimteschip Jupiter.

7. Op 25 juni 2004 arriveert Cassini bij Saturnus. Daar wordt 6 november de ruimtesonde Huygens losgelaten, die uiteindelijk op 27 november op Titan landt. Daarna zal Cassini nog vier jaar rondjes om Saturnus blijven draaien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden