Cassini zet na twintig jaar eindspurt in boven Saturnus

Cassini staat op het punt een duikvlucht te maken rond Saturnus. Beeld NASA

Ruimtesonde Cassini maakt zich klaar voor zijn afsprong op Saturnus. In zijn twintig jaar van trouwe dienst heeft hij ons veel geleerd.

De laatste seconden tikken weg op de website van Nasa: Cassini maakt zich klaar voor zijn afsprong. De ruimtesonde zet na twintig jaar de eindsprint in van zijn missie rond planeet Saturnus. Vanavond, kwart voor acht Nederlandse tijd, zal hij nog één keer langs maan Titan razen en zich voor het eerst wagen in de ruimte tussen de ijzige, karakteristieke ringen en het planeetoppervlak.

Vanaf nu tot 15 september zal het zeven meter hoge koekblik wekelijks zo’n duikvlucht maken. Daarna stort het richting het oppervlak van de okergele bol, in zijn laatste momenten hopelijk nog snel wat data onze kant op sturend. Zo moet meer duidelijkheid komen over de zwaartekracht- en magneetvelden van de planeet, en over het ontstaan van diens gladgestreken ringen.

Om zo ook de ontstaansgeschiedenis van het hele zonnestelsel beter in het vizier te krijgen. Want in die ringen, zo zag het goud glimmende karretje al eerder, vormen zich op het moment nieuwe manen uit het ruimtegruis. Vergelijkbaar met hoe planeten ooit rond de zon zijn samengeklonterd.

Naast die ringen gaat de aandacht van de 250 betrokken wetenschappers uit naar enkele van zijn grote manen. Wat zijn de condities daar, is er misschien zelfs leven mogelijk?

Tekst loopt door onder afbeelding. 

De komende omwentelingen zijn in blauw te zien. Beeld TRBEELD

Hete geisers

Vorige week nog bracht Nasa een nieuw hoogtepunt in die zoektocht naar buiten: de maan Enceladus blijkt in de kern heet genoeg om energie voor leven te leveren. Dat er water onder de dikke laag ijs ligt waar de maan mee is bedekt, wisten ze in Houston al. Maar voor leven is ook energie nodig. Op aarde hebben we daar de zon voor. 

Saturnus en zijn manen hangen echter heel wat verder weg, in de koude, donkere periferie van ons planetenstelsel. Nu blijken er dus hete geisers op de oceaanbodems actief. Oventjes die moleculen een zetje kunnen geven om met elkaar tot primitieve levensvormen te komen.

Het is slechts een van de hoogstandjes uit een waaier aan nieuwe bevindingen, die het hemelobject meer dan ooit tot de verbeelding doen spreken. Zo zag Cassini in 2010 een storm in de vorm van een 300.000 kilometer lange slang die zich rond de planeet krulde, zichzelf in de staart bijtend. In 2009 legde Nasa’s verkenner de eerste buitenaardse bliksemschichten vast op camera.

Het risicovolle eindspektakel dat zich deze week ontspint, hebben de astronomen bewaard voor wanneer de missie bijna ten einde is. Dat einde is onvermijdelijk nu de brandstof die Nasa nodig heeft om Cassini vanaf de aarde bij te sturen opraakt.

Nasa laat zijn sonde uiteindelijk op Saturnus crashen omdat hij anders toekomstige missies kan bemoeilijken. Er bestaat een kans dat er microben van aarde op zijn meegelift, en dat die zich kunnen vermenigvuldigen als Cassini te pletter zou slaan op een van Saturnus’ manen. Mocht de mensheid er dan ooit een nieuwe verkenner naartoe sturen, dan weet niemand meer of eventueel gevonden levensvormen nu van aarde kwamen, of ter plekke ontstaan zijn.

Cassini begon zijn reis in 1997 vanaf hetzelfde platform als waar de fameuze Apollo-missies van vertrokken. Om snelheid te winnen schoot het wagentje - vernoemd naar de wetenschapper die in 1675 een scheiding in de ringen zag- eerst de verkeerde kant op, richting Venus. Een beproefde methode om brandstof te besparen: laat de ruimtesonde een tijdje meezuigen door de zwaartekracht van een planeet, om er vervolgens achterlangs weggeslingerd te worden.

Bestaande kennis van Saturnus kwam hiervoor vooral van de twee Voyager-sondes in de jaren tachtig, die op doorreis waren naar Jupiter, Neptunus en Uranus. Zij schoten er echter op grote afstand langs, nog veel vragen openlatend.

Huygens op Titan

Aan Cassini zat nog een andere sonde vast: de Huygens-sonde, vernoemd naar Christiaan Huygens die in 1655 zag dat maan Titan om Saturnus draaide. Toen Cassini in 2004 aankwam bij de planeet, dropte hij Huygens op Titan om daar nog even wat foto’s te maken voor diens batterijen opraakten. Het was voor het eerst dat een sonde op een buitenaardse maan landde. 

Door Huygens weten we nu dat er meren en rivierbeddingen zijn. En dat er, net als op aarde, een vloeistofcyclus bestaat. Daar regent het geen water, maar methaan, vloeibaar vanwege de enorm lage temperaturen. Huygens komt uit de koker van Esa, de Europese evenknie van Nasa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden