Carrie

Carrie (Utrecht, 1954) is columniste bij Radio Rijnmond en het Vara-radioprogramma 'Spijkers met Koppen'. Daarnaast is zij de eigenaar van de Rotterdamse punkwinkel The Black Widow. Onlangs verscheen haar autobiografische roman 'Blijf nog even'. En deze week organiseerde zij een gala-avond voor heroïnehoeren: 'De koninginnen van de Nacht'.

1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Ik ben gaan geloven in iets wat ik vroeger het existentialisme zou hebben genoemd: we zitten nu eenmaal met z'n allen op deze aardkloot, laten we er dan ook maar iets van maken. Gelijkheid. Geen armoede. De wereld verbeteren klinkt zo lullig, maar goed, veel van wat ik doe heeft toch daarmee te maken. Ja, de gala-avond voor heroïnehoeren is daar een goed voorbeeld van. Ik wilde laten zien dat die meiden van de Keileweg ook tot mooie dingen in staat zijn. We hebben eindeloos getraind, ik heb kleding voor ze gemaakt, van alle kanten kregen we hulp. Het is een geweldige avond geworden. Met de opbrengst kunnen ze hun tanden laten opknappen, iets aan huidproblemen doen of een studie financieren. Dat is toch prachtig? Natuurlijk los ik hier niets mee op, maar misschien hebben we die meiden toch een duw in de goede richting gegeven.''

,,Ik geloof dat de mens van nature goed is. Als het misgaat, zijn daar oorzaken voor aan te wijzen. Van een slechte jeugd tot en met dingen die fout gaan in je hoofd. Mijn vader zei altijd dat de mens geneigd was tot alle kwaad en dat je hem met regels en beperkingen een beetje in bedwang moest zien te houden. Volgens mij moeten we elkaar juist een beetje laten schuiven, dan komt iedereen het best tot zijn recht. Respect is het toverwoord.''

2 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel is, noch van wat beneden op aarde is, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,De hele tent is hier bezaaid met heksen. De heks die daar hangt, kreeg ik een keer als surprise en daarna dachten blijkbaar al mijn vrienden: ha, nu weten we wat Carrie leuk vindt! Binnen een jaar had ik honderdvijftig heksen. Een paar vriendinnen zijn heks geworden. Ze volgen heksencursussen en komen in kringen bij elkaar om met kruiden en natuurkrachten dingen voor elkaar te krijgen. Ze hebben mij ooit geprobeerd te bekeren, maar ik lach mij helemaal krom om die onzin. Die new-agebeweging -mensen die met bomen lullen, of watertrappelen met dolfijnen om innerlijk tot groei en bloei te komen- is geheel aan mij voorbijgegaan. Ik geloof in mensen en de rest kan mij gestolen worden.''

3 Gij zult de naam van de here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Op een dag kwam er bij Radio Rijnmond een brief binnen van een oude meneer die mij in zo'n bibberig handschrift vroeg of ik op mijn taalgebruik wilde letten omdat het hem zo'n zeer deed. Ik heb teruggeschreven dat ik alleen nog maar zou vloeken als het echt nodig was. Daar hou ik mij aan. Wanneer het nodig is? Bij onrecht. Mijn moeder zegt dat ik als kind ook zo woedend kon worden als anderen iets werd aangedaan. Voor mezelf kan ik minder goed opkomen. Ik wil geen conflicten. Ik ben een lieve meid.''

4 Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen maar de zevende dag is de sabbat van de here, uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Op zondag is mijn winkel open. Ik weet nog dat er destijds door tegenstanders van de nieuwe openingstijden werd geroepen dat de stad zo af en toe eens rust nodig had. Ik vond het allemaal onzin, maar als ik nu dat opgejaagde tempo zie, denk ik: misschien hebben ze toch geen ongelijk gehad. Maar ik kan nu niet meer terug. Op zondag halen we twintig procent van onze omzet. En ik ben niet alleen voor mezelf verantwoordelijk maar ook voor de vijf mensen die hier fulltime werken.''

,,Echt leuk is het hier trouwens niet op zondag. Er komen alleen maar blanken op de Lijnbaan. Burgers, meestal uit de provincie. Doordeweeks loopt alles tenminste door elkaar. Alleen daarom al moet niet iedereen tegelijkertijd zijn vrije dag opnemen.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Ik zat altijd bij mijn vader op schoot. Hij maakte grapjes, vertelde verhalen. Mijn moeder riep dan: 'Daar zit ze weer! Ga nou toch eens spelen!' Door met hem op te trekken, kon ik ontsnappen aan het benauwde leven van mijn moeder en mijn oudste zus. Zij waren de vrouwen in huis. Ze konden breien en haken, koken en opruimen. Dat wilde ik niet, ik wilde naar buiten en hij was mijn venster. Mijn vader zei: 'Jij bent net een jongen' en dat beschouwde ik als een compliment. Ik mocht gaan leren omdat ik volgens hem toch nooit zou trouwen. Dat gaf mij een enorme vrijheid. Ik kon lekker mijn gang gaan. Ik fietste overal doorheen.''

,,Ik heb mooie herinneringen aan mijn vroege jeugd. Mijn ouders deden nooit moeilijk. Ze lieten ons vrij. Tot ik op school een trekje van een stickie had gerookt en het aan mijn moeder vertelde. Want zo waren we grootgebracht: wij vertelden elkaar thuis alles. Geen geheimen. Achter mijn rug om hebben mijn ouders er toen voor gezorgd dat de jongens die ook geblowd hadden geschorst werden. Eén jongen werd zelfs voorgoed van school gestuurd.''

,,Ik was zo verschrikkelijk boos, dat ik besloot om bij een vriendin te gaan wonen. Haar moeder vond het goed, maar ze wilde wel dat ik het zelf tegen mijn ouders zou zeggen. Ik ging naar huis. Mijn oma was er ook. Ik maakte ruzie met mijn ouders en op een gegeven moment stond mijn vader op en liep, krom als een oude man, naar de wc. Mijn oma zei: 'Hou nou toch eens op met schelden! Zo meteen krijgt-ie nog een hartaanval!' Waarop ik riep: 'Nou, dan krijgt hij die toch? Als hij dood neervalt, geef ik hem nog een schop na ook!' Ja, erg hè? Maar ik was vijftien jaar en ik was woedend.''

,,Afijn, mijn vader komt terug, begint te wankelen en valt zo voor mijn ogen op de grond. Hartaanval. Met loeiende sirenes naar het ziekenhuis. Twee weken op de hartbewaking. O, wat heb ik toen gebeden! God, dit mag niet hoor! Laat hem alsjeblieft niet doodgaan. Hij kwam erbovenop, maar het heeft heel lang geduurd voordat het weer goed kwam tussen ons. Ik heb mij vreselijk schuldig gevoeld. Mijn vader zei: 'Ik kan veel hebben Car, stress op mijn werk, onenigheid met de kinderen, maar dat juist jij ...' Ik heb geprobeerd het goed te maken. Ik wilde die lieve, aardige meneer van vroeger terug. Heel af en toe ving ik een glimp van hem op, maar het werd nooit meer zoals toen.''

,,Hij is jaren ziek, boos en ongelukkig geweest. Ik heb na die hartaanval niets meer durven zeggen. En ik heb nog moeite om het echte conflict met mensen op te zoeken. Voor je het weet vallen ze dood neer.''

,,Op mijn negentiende ben ik het huis uit gegaan. De conflicten die ik sindsdien met mijn ouders had gingen voornamelijk over 'buitenlanders' en de manier waarop ik mijn leven leidde. We verschilden hemelsbreed: zij hadden een 'Vol=Vol'-sticker van de Centrum Democraten op de deur, ik deed mee aan protestacties van de PSP. Toch lukte het mij op den duur om mijn ouders te respecteren om wie ze waren, zonder voortdurend te proberen hun ideeën te veranderen. Het past ook in het beeld: eerst was er een grenzeloze bewondering, daarna heb ik mijn ouders geminacht -zoals alleen pubers dat kunnen- en toen ik ze niet meer nodig had en van een afstandje kon bekijken, ben ik milder geworden en is er iets van vroeger teruggekomen.''

,,Zes jaar geleden werd mijn vader weer ziek. Samen met mijn moeder heeft hij geprobeerd de kanker te overwinnen, maar in april van dit jaar heeft hij het opgegeven. Op een dag zei hij tegen ons: 'Ik wou maar eens gaan voor euthanasie'. Ik vond het heel dapper van hem. Zo'n moeilijke beslissing te nemen als je ziek, zwak en moe bent. Je zegt toch min of meer tegen je partner: schat, zoek het maar uit. Dat was voor hem het moeilijkst. Hij voelde zich verantwoordelijk. Mijn moeder was zijn prinsesje. Het laatste jaar, waarin hij zo ziek was, heb ik nauwelijks op mijn moeder gelet. Pas later, vlak voor zijn dood, zag ik hoe zij van een struise mevrouw met cup D was veranderd in een mager schriel vrouwtje.''

,,Tot de dag waarop hij dood zou gaan, heb ik getwijfeld of ik er wel bij wilde zijn. Ik heb nooit iets met de dood te maken willen hebben. Begrafenissen en crematies meed ik als de pest. Maar die laatste middag ben ik toch voor het hele gezin gaan koken. De dokter kwam om een infuus aan te brengen en zou een paar uur later terugkomen voor het spuitje. We hadden nog de tijd om iets te eten. Ik stond in de keuken. Het lukte mij niet om een knop van het gasfornuis om te draaien en ik zei: 'Pap, moet-ie nou links- of rechtsom?' 'Hij kan maar één kant op!' riep mijn vader vanaf zijn bed. Ik rommelde nog wat en stond ineens met die knop in mijn handen. 'Eh, pap'. Waarop hij geïrriteerd uit bed stapte, een schroevendraaier pakte om het gasfornuis te repareren. En tegen mijn moeder zei hij: 'Vergeet morgen nou niet de loodgieter te bellen'. Dat vond ik zo intens verdrietig.''

,,Een paar uur later kreeg hij de vloeistof ingespoten. Het laatste wat hij zei was: 'Hoelang gaat het duren?' Daarna viel hij in slaap. Officieel is de dood pas na een halfuur ingetreden, maar wij zagen hem na een minuut al vertrekken. Wij stonden met een borreltje rond zijn bed. Het gekke is: eigenlijk vond ik het heel normaal. Helemaal niet eng. Ik heb later nog wel gedacht: was het wel nodig geweest? Hij was de laatste twee weken nog zo goed. Maar mijn moeder wist wel beter. De nachten die ze op heeft gezeten, de minderwaardige ruzies die hij, vergeven van de pijn, met haar heeft gemaakt. Volgens haar heeft hij nog te lang geleden.''

,,Ze doet nu haar best een eigen leven op te bouwen, maar het kost haar heel veel moeite. Ze is het niet gewend om voor zichzelf te zorgen. Ik doe nu gewoon wat mijn moeder van mij vraagt. Op een of andere manier kost het mij minder moeite. Niet dat ik een uur op de koffie ga, maar ik neem haar mee, we gaan samen op stap. Dat vindt ze heerlijk. Ik ben niet vergeten welke fouten mijn ouders hebben gemaakt, maar ik heb geen zin om hen nog langer iets kwalijk te nemen. Ik wil niet blijven hangen in venijn. Het is gebeurd. Het is voorbij.''

6 Gij zult niet doden

,,Mijn ex heeft mij jarenlang bedreigd. Als ik naar buiten stapte, sprong hij te voorschijn en sloeg me tegen de grond. Als ik op bezoek was bij mensen die hij niet kende, vond ik later een briefje onder mijn ruitenwisser waarop stond: 'Ik weet toch wel waar je bent'. Ik was bang. Ik kon er niets aan doen. Ik kon alleen maar hopen dat het over zou gaan. Ik bleef wel met hem praten. Vaak ging het ook lange tijd goed met hem, maar dan, ineens, sloeg hij weer toe.''

,,Ik had eerder moeten zwijgen, maar vrouwen zijn wat dat betreft afschuwelijk: ze voelen zich altijd verantwoordelijk. Hij had een shit-jeugd gehad, was door zijn ouders nooit gewenst. Hij verdween volkomen in zijn liefde voor mij, hij verdronk erin. En daar kwam de dope bij. En de drank. Jenever is gif, zeker als je het samen met harddrugs gaat gebruiken.''

,,Toen ik hem voor de laatste keer sprak, was hij heel kalm. Het ging goed met hem. Ik was zwanger en hij leek oprecht blij voor mij. Hij had in zijn stamcafé een feestje georganiseerd. Na lang twijfelen ben ik gegaan. De kroeg zat vol met zijn vrienden. Ze hadden bloemen voor mij en cadeautjes voor de baby. Het was echt gezellig. Tot hij mij naar de bus bracht en er weer iets knapte in zijn hoofd. Hij begon te slaan en riep: 'Als ik je niet krijg, krijgt niemand je'. Hij schopte mij in mijn buik en probeerde me over de reling van de brug te duwen.''

,,Uiteindelijk hebben een paar voorbijgangers hem van mij afgetrokken. Ik heb daarna geweigerd ooit nog een woord met hem te wisselen. Ik ben nog jaren op mijn hoede geweest, maar het bleef stil. Op een dag hoorde ik dat hij dood was. Hij was seropositief en had, om aids voor te zijn, een overdosis genomen.''

,,Ik kan je niet zeggen hoe opgelucht ik was toen ik het hoorde. Soms denk ik dat slechte dingen gebeuren als je er maar hard genoeg aan denkt. Ik heb hem dood gewenst, maar hij heeft de beleefdheid gehad om zelf te gaan.''

7 Gij zult niet echtbreken

,,Geer vraagt het mij nog elke week. Heel charmant hoor, maar ik trouw niet. En ik ga ook niet samenwonen. Hij zit hier wel vaak, maar hij mag er echt niet bij. Het enige wat mij van kinds af aan voor ogen heeft gestaan is dat ik zelfstandig wilde zijn. Ik ging niet wachten op de prins op het witte paard die overal voor zou zorgen. Ik regel het zelf wel. Ik heb mijn eigen geld, mijn eigen huis, mijn eigen leven. Als hij ooit bij mij weg zou gaan, wordt niet heel mijn wereld vernietigd. Het blijft natuurlijk een ramp, maar ik kom niet op straat te staan en ik hoef bij niemand aan te kloppen.''

,,Het is een vorm van zelfbehoud. Angst? Ja, daar kun je gelijk in hebben. Laat mij mijn eigen gedoetje maar houden, ik ben al vaak genoeg onderuit gegaan. Maar er zijn ook genoeg praktische bezwaren. Ik vind het leuk als het druk is. Hij niet. Hij zit het liefst binnen met z'n krantje. In zijn huis doet de bel het niet. Hij draait het liefst klassieke muziek. Ik hou van death metal. Ik ben heel nauwkeurig met geld, hij heeft een warme band met iedere deurwaarder die hier in Rotterdam rondloopt.''

,,Waarom ik dan van hem hou? Omdat hij de dingen die ik serieus neem zo goed kan relativeren. Loop ik mij druk te maken, zegt hij: 'Waarom doe je dat nou? Niemand vraagt het je toch?' En dan lacht-ie me uit. Geer is een vrolijk mens. Hij heeft net zo'n hekel aan ruzie als ik. We hebben nooit ruzie, ook niet met de kinderen. Heel prettig. Dus Geer en ik zullen wel altijd bij elkaar zijn en wie weet, als een van ons verzorging nodig heeft, dat we toch nog eens bij elkaar kruipen.''

8 Gij zult niet stelen

,,Ik steel alleen als ik iets echt nodig heb.''

9 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

,,Ik ben rechtdoorzee. Ik heb een bloedhekel aan bestuurders die liegen om maar op hun plek te kunnen blijven zitten. Om die grote bouwfraudezaak ben ik echt witheet geworden. Maar een leugentje om bestwil: dat is iets anders. Ik heb voor de meiden van de Keileweg de blaren op mijn tong gelogen. Als ze de methadon-groep werden uitgegooid en alleen nog maar spul kregen als ik kon bevestigen dat ze zich wel aan mijn afspraken hadden gehouden, loog ik daar onmiddellijk over. Toen ik nog als maatschappelijk werkster voor het JAC werkte, had ik vaak met 'leugenaars' te maken; mensen die belang hebben bij jouw hulpverlening gaan dingen die hen zijn overkomen vaak overdrijven. Daar hield ik rekening mee. Je moet natuurlijk ook een beetje slim zijn. Als je wordt bedrogen, heb je het zelf vaak laten gebeuren.''

10 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Joh! Absoluut niet. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik het zelf het best getroffen heb. Ik ben gezond. Ik heb warmte om mij heen. Ik heb nooit grote tegenslagen gehad en als er iets gebeurde, was het binnen een paar jaar wel weer over. Ik heb geen pech ... ja, tussen de geboortes van mijn twee kinderen heb ik een miskraam gehad. Daarna kon ik lange tijd niet zwanger worden en als er dan iemand langs kwam die abortus had laten plegen, nam ik haar dat haast kwalijk. Op een dag ging ik mij voor dat gevoel schamen. Zulke afschuwelijke gedachten wil je toch niet hebben? Nee, eigenlijk is alles gebeurd waarop ik heb gehoopt.''

,,Mijn droom was een groot huis met van die hoge plafonds. Net zoals vroeger, thuis in Utrecht. Jarenlang heb ik gedacht dat ik nooit genoeg zou verdienen om zoiets voor elkaar te krijgen, tot ik op een dag zicht had op dit huis. Toen het niet doorging dacht ik even: nu lukt het mij nooit meer. En wat denk je? Ik kreeg het uiteindelijk toch. Mijn mooie, grote, hoge huis. Begrijp je nou wat ik bedoel? Ik heb altijd mazzel. Zwaar mazzel.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden