Carrière maken

Ik had er weer een beschaafd en intellectueel dagje op zitten. Tijdens de poëziecursus 's ochtends had ik georeerd over de sonnetten van Shakespeare en beweerd dat je die 'voor de zwarte dame' ondanks de verfijnde liefdespsychologie toch ook wel als een renaissancistische voorloper van 'Les fleurs du mal' van Baudelaire kon opvatten. Thuis ontspande ik geest en vingers met het eerste deel van het Pianoconcert van Schumann, voor een gehoor van twee katten en wat inpandige buren, waarna ik het tractaat 'Wat alleen de roman kan zeggen' van Oek de Jong ter hand nam om erachter te komen wat alleen de roman kan zeggen.

's Avonds at ik bij een professorale vriend die een 'diner pensant' had aangericht waar we spraken over de voze managementcultuur aan Nederlandse universiteiten en ons afvroegen of het verstandig was om, zoals de Fransen in navolging van de Scandinaviërs schenen te overwegen, hoerenlopen strafbaar te stellen. Waarna ik de dag rond middernacht afsloot met nog even twee zinnen in mijn roman, mijn Work in Progress, te veranderen. Míjn contributie aan het welzijn van Nederland en de Nederlandse cultuur.

Hoe was het zover gekomen? Niets in mijn jeugd had erop gewezen dat ik mijn dagen zo zou slijten. Op de lagere school las ik bij voorkeur Strijdclassics en Lasso's, infame stripboekjes over soldaten en cowboys vol kogels en geweld. Ergens op de middelbare school bleef ik na een jaar vol wiskundige haken en ogen ruimschoots zitten. Mijn vader waarschuwde me dat ik, als ik zo doorging, maar in de fabriek moest gaan werken. De fabriek, jazeker. Het hielp niet. Ik stak buiten zijn zicht een joint op en sukkelde verder.

In het eerste jaar van mijn studie meende ik na een paar maanden al dat het met mijn academische loopbaan gedaan moest zijn en stortte ik mij op het bed in mijn studentenkamertje en op het kopen van grammofoonplaten. Ook dieper de geschiedenis in leek weinig erop te wijzen dat ik op de zojuist beschreven gloriedag zou aankomen. Mijn grootouders uit De Bilt, om maar eens wat genetisch materiaal te noemen, hadden bijvoorbeeld geen krant in huis gehad en ik vroeg me in gemoede af of ze wel geweten hadden wie Shakespeare eigenlijk was; van de andere kant golfden brave middenstanders door mijn bloed, hardwerkende lieden die een mooi, ongelezen maar goudbedrukt rijtje boeken uit de Cultuurserie bezaten, 'Een boek uit de Cultuurserie is een geschenk voor het leven', las ik voorin. Voorts verslonden ze de Panorama, met gezagsondermijnende regels van Hans Auer en soms een blote borst.

Nee, mijn carrière was een raadsel. Moest er niet eens een film van gemaakt worden? Ik dacht aan 'La grande bellezza', die ik zojuist had gezien, over de leegheid van een feestelijk, zelfingenomen bestaan, van performanceartiesten die zich bij wijze van kunstwerk vol theatrale passie tegen een stenen muur aansmeten (Marina Abramovic) tot honderdjarige heiligen die alleen maar wortels aten omdat, zoals ze zeiden, 'wortels belangrijk waren' (Moeder Teresa). Prachtige film. Zoiets moesten ze van mij maar niet maken.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden