Carrière maken bij de sociale werkvoorziening

Wie het kabinet verwijt dat het nauwelijks hervormt, wordt gewezen op de Wet werken naar vermogen. Bestaande uitkeringsregelingen samensmelten is één van de meest ambitieuze en controversiële projecten van Rutte I.

Stralend duwt Marjolein (34) haar cateringkarretje door de gangen van DZB, de sociale werkvoorziening in Leiden. Sinds ze in september de verantwoordelijkheid kreeg over de koffie en thee is ze zichtbaar opgeleefd, merkt ook de directeur van het gemeentelijk bedrijf, Bas van Drooge. En al is Marjolein nog altijd verlegen, haar zelfvertrouwen is inmiddels zo gegroeid dat ze ook wel bij een reguliere werkgever aan de slag zou willen. "Als het maar leuk werk is, en iets met koffie en thee te maken heeft", stelt ze voorzichtig al wat functie-eisen.

Het is geen ondenkbare carrière-stap, zeker nu de Wet werken naar vermogen eraan komt. Zo veel mogelijk mensen met een 'afstand tot de arbeidsmarkt' aan een gewone baan helpen, is tenslotte de nobele gedachte achter de wet die per 1 januari 2013 geldt. Deze week is de behandeling in de Tweede Kamer.

Staatssecretaris, Paul de Krom (VVD, sociale zaken en werkgelegenheid), beoogt met de nieuwe wet een cultuuromslag. De wijze waarop de samenleving naar mensen met een beperking kijkt, moet anders. Uitgaan van kansen, van wat mensen wél kunnen. En ze daarbij zo goed mogelijk laten helpen door de bestuurslaag die het dichtst bij ze staat: de gemeente. Minder bureaucratie, meer vertrouwen.

Maar nu de kabinetsplannen duidelijk worden, ontstaat juist bij de gemeenten grote weerstand. Niet omdat gemeentebestuurders de uitgangspunten van de wet niet steunen, of omdat ze willen verhinderen dat de bestaande uitkeringsregelingen onder één wet komen te vallen. Integendeel, die veranderingen juichen de meeste gemeenten juist toe. Desondanks vindt De Krom brandbrieven van desperate wethouders op zijn bureau, weigert de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het hoofdstuk 'werk' van het bestuursakkoord met de overheid te ondertekenen en stroomt het Malieveld vol.

De oorzaak laat zich raden: er woedt een economische crisis en dus gaat de hervorming van het uitkeringsstelsel gepaard met forse bezuinigingen. Te fors, klinkt het op veel gemeentehuizen. Volgens de berekeningen van de VNG zullen de tekorten vooral de eerste jaren groot zijn. Zo groot dat de 400 miljoen euro die het kabinet beschikbaar heeft gesteld om die overgangsjaren te overbruggen, onvoldoende wordt geacht. De wet is een zware kluif voor VVD'er De Krom, die in de invloedrijkste gemeenten sowieso een uitwedstrijd speelt: van de bij het dossier betrokken wethouders in de vier grote steden zijn er drie van de Partij van de Arbeid, één is van GroenLinks.

Maar ook bij gemeentelijke bestuurders uit coalitiekringen zijn er grote zorgen. "Dit loopt financieel helemaal vast", voorspelt Jan-Jaap de Haan (CDA), die als Leidse wethouder voor cultuur, werk en inkomen vaak bij de sociale werkvoorziening over de vloer komt. Hij legt uit wat voor moeilijkheden het bedrijf, dat in Leiden en de omringende regio zo'n 1400 mensen aan al dan niet 'beschut' werk helpt, moet overwinnen nu de rijkssubsidie met 20 procent gekort wordt.

Van de 42 miljoen euro omzet, gaat 28 miljoen op aan loonkosten, rekent De Haan voor. Wat overblijft wordt gebruikt voor fabrieken, machines, én de zo cruciale begeleiding. Doordat het regeerakkoord het snijden in salarissen, morrelen aan cao's of het herkeuren van werknemers verhindert, zullen de loonkosten volgens de wethouder nauwelijks dalen. "Dat de rechten van de huidige groep mensen in de sociale werkvoorziening worden beschermd, is wel sociaal, maar bedrijfseconomisch minder handig", aldus De Haan. "Begeleiding is daardoor zo ongeveer de enige flexibele post waarop we kunnen bezuinigen."

Dit gevolg staat haaks op de doelstellingen van de wet, want het zal daardoor juist moeilijker worden om mensen bij reguliere werkgevers aan de slag te krijgen, vermoedt de CDA'er. "Als deze mensen zelfstandig konden werken, dan deden ze dat wel. Werkgevers willen en kunnen zelf niet de begeleiding bieden die nodig is." Volgens De Haan zijn er mogelijkheden om die begeleiding alsnog te financieren. Bijvoorbeeld door gemeenten een deel van het geld te laten gebruiken dat ze op uitkeringen besparen zodra ze mensen aan het werk krijgen.

Daarnaast, vertelt De Haan, is het zonder de bezuinigingen al lastig genoeg om mensen vanuit een achterstand naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Door technologische ontwikkelingen worden productieprocessen steeds geavanceerder, waardoor de op het oog eenvoudigste werkzaamheden, lang niet zo eenvoudig meer zijn. Zelfs bij de grootste werkgever in zijn regio, het Leids Universitair Medisch Centrum, is het volgens de wethouder niet altijd gemakkelijk om mensen onder te brengen: "Daar zijn bijvoorbeeld de eisen voor hygiëne logischerwijs zo hoog, dat je niet iedereen er zomaar aan een baantje in de catering helpt."

Om de gewenste bezuiniging van 5,5 miljoen euro toch te halen, legt directeur sociale werkvoorziening Van Drooge uit, zal het bedrijf moeten krimpen. De postkamer, die onder meer externe post van de gemeente sorteert en bezorgt, zal vermoedelijk verdwijnen. En in de catering, waar Marjolein haar droomfunctie heeft gevonden, zullen even-eens veel werkplekken verloren gaan. Van Drooge, die zo'n drie jaar geleden de overstap vanuit het bedrijfsleven maakte, ziet het met zorg tegemoet.

Ook hij onderschrijft de impuls die De Krom aan de sector probeert te geven. "'Natuurlijk kunnen we efficiënter werken en kunnen we meer mensen bij reguliere bedrijven onderbrengen. Maar het moet met zo veel minder geld." De directeur vreest dat een grote groep jongeren die gemotiveerd is om aan de slag te gaan, langs de kant zal blijven staan. "Terwijl ze veertig jaar lang werk kunnen doen dat jij en ik niet willen", meent Van Drooge. "En als ze niet werken, kost dat de samenleving handenvol geld aan uitkeringen, gezondheidszorg, of aan de gevolgen van criminaliteit."

Als Marjolein met verse koffie en thee haar ronde langs de kamers maakt, is men een verdieping lager, op de montageafdeling, nauwgezet aan het werk. Het is de afdeling bij de sociale werkvoorziening waar ze twaalf jaar lang doorbracht, na haar opleiding op een school voor moeilijk lerende kinderen. De lunchpauze is net voorbij en één van haar oud-collega's is in opperste concentratie bezig om een uit karton gesneden hert met fleurig behang te beplakken. Zodra de precisieklus geklaard is, zal het pakket naar Japan worden verzonden. 'Handgemaakt in Nederland', komt erop te staan, vertelt de teamleider trots.

Dat Marjolein de stap omhoog naar de catering kon maken, had ook hij lange tijd niet gedacht. Voor veel van de mensen op de montageafdeling is die stap te groot. Sommigen werken er al veertig jaar, en kunnen niet bij een reguliere werkgever aan de slag. Om degenen die dat wel kunnen aantrekkelijker te maken voor werkgevers, komt de wet met een nieuw instrument: loondispensatie. Die biedt werkgevers de mogelijkheid om mensen naar hun productie te betalen en een aantal jaar onder het minimumloon in dienst te nemen. De gemeente vult het loon vervolgens aan, tot maximaal het wettelijk minimumloon.

De Haan is niet enthousiast over het systeem. Buiten de principiële vraag of je mensen onder het minimumloon wil laten werken, zonder pensioenopbouw, vreest de wethouder vooral een toename van bureaucratie - terwijl de wet het tegenovergestelde beoogt.

Mensen die via loondispensatie aan de slag gaan, krijgen straks twee loonstrookjes - van de werkgever, en van de gemeente. Extra administratieve taken op het gemeentehuis, en nodeloos ingewikkeld voor deze groep werknemers, aldus De Haan. Hij ziet betere alternatieven: "Laat gemeenten de werkgevers aanvullen met loonkostensubsidie. Dat geeft minder rompslomp. Maar De Krom wil het niet om financiële redenen."

Ook de wijze waarop de wet wil berekenen hoeveel procent van het minimumloon iemand 'waard' is, oogst de nodige kritiek. Dat bleek onder meer tijdens een hoorzitting met uitvoerders van de wet, eerder dit jaar in de Tweede Kamer. Vooral in de zogenoemde toegangstoets zagen veel van de genodigden een overbodige constructie. De toets behelst een vragenlijst waaruit moet blijken of iemand in staat is het minimumloon te verdienen. Maar uit een proef in 32 gemeenten bleek de uiteindelijke zeggenschap van de toets 'nihil', zo stelde de VNG.

Het is ook complex om op voorhand iemands 'loonwaarde' goed in te schatten, legt De Haan uit. "Misschien is iemand wel heel productief in de tuinbouw, maar een stuk minder bij een fietsenfabriek." De CDA'er pleit ervoor dat gemeenten meer vrijheid krijgen als ze met werkgevers praten: "Dat is nodig, willen gemeenten de wet tot een succes maken."

De komende week zijn de ogen van veel gemeentelijke bestuurders dan ook op het Binnenhof gericht. De Haan rekent op zijn partijgenoot in de Tweede Kamer. "Samen met andere bezorgde CDA-wethouders heb ik goed contact met Mirjam Sterk. Ik hoop dat ze iets voor ons kan betekenen - al maakt het regeerakkoord dat niet gemakkelijk." Op het wensenlijstje van de wethouder staat: meer geld voor begeleiding, minder bureaucratie, meer verplichtingen voor werkgevers en 'meer lucht' om de eerste zware jaren door te komen.

Dat het onderwerp leeft, merkt De Haan voortdurend. Loopt hij tijdens lunchtijd door de kantine van de sociale werkvoorziening in Leiden, dan wordt de wethouder bij veel tafels even staande gehouden. "Meneer De Haan, ik ga mijn baan toch niet verliezen?" klinkt het. Zo ver zal het in de meeste gevallen niet komen, de wet heeft immers vooral gevolgen voor de nieuwe instroom. Maar er is het afgelopen jaar zoveel media-aandacht geweest, zegt De Haan, dat veel van de mensen die hier werken zich toch zorgen maken.

Zo niet Marjolein, nog in de wolken van haar promotie. "Bezuinigingen? Nee, daar lig ik niet wakker van hoor."

Bijstand, sociale werkplaats en jonge gehandicapten samen in één wet
De Wet werken naar vermogen bundelt de drie bestaande uitkeringsregelingen: de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en de Wajong voor jonggehandicapten. Doel is dat mensen met een uitkering zoveel mogelijk gaan werken bij een gewone werkgever.

Voor mensen die alleen in een 'beschutte' omgeving kunnen werken, blijft instroom in de WSW mogelijk. En voor jonggehandicapten die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, blijft de Wajong bestaan. Beide regelingen worden wel flink ingeperkt.

Zo moeten de ongeveer honderdduizend plaatsen die er nu zijn in de sociale werkvoorziening, op termijn worden teruggeschroefd naar dertigduizend. Met de ombuiging hoopt De Krom 1,8 miljard euro te besparen. Voor de soms felle kritiek op de wet, onder meer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten die grote financiële tekorten vreest, bleek VVD-staatssecretaris De Krom tot dusver niet ontvankelijk. Hij meent dat gemeenten geld kunnen besparen door efficiënter te werken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden