Naschrift

Carla Brünott (1938-2017): Een feminist die zich de mond niet liet snoeren

Brünott dit jaar tijdens de Women's March op het Museumplein in Amsterdam. Beeld TR BEELD

Tot haar laatste snik stond Carla Brünott op de barricaden voor vrouwenrechten. Hoogbejaard en lopend achter haar rollator liet 'krasse Car' in januari dit jaar nog luid van zich horen tijdens de Women's March op het Museumplein. De Nederlandse feministische beweging verloor met haar overlijden één van de meest fanatieke en eigenzinnige leden.

Brünott wist van zichzelf dat ze 'heftig en gepassioneerd' was, soms bijzonder kwaad kon worden en behoorlijk eigenwijs kon zijn. Meningsverschillen ging zij niet uit de weg en dat kon nogal eens tot breuken leiden met collega's en medestrijders. Ze kon bar slecht tegen onrechtvaardigheid en dat wilde zij op haar manier bestrijden.

Hoe onschuldig het wellicht lijkt, maar dat zij als jong meisje niet werd geacht om met jongens te voetballen op straat, kon haar zelfs op hogere leeftijd nog kwaad maken. Ze had meer aardigheid in het schoppen tegen een bal dan in het spelen met poppen, want dat vond ze uitgesproken tuttig. Waarom mochten jongens wel voetballen? Het Europees Kampioenschap dat de Nederlandse voetbalvrouwen deze zomer wonnen, maakte haar intens gelukkig, hoe ziek ze zich ook voelde. "Het is niet alleen een sportieve overwinning maar ook een politieke", zei ze daarover.

Behalve jongensachtig was Carla ook een ernstig kind dat als oudste de zorg voor haar drie zussen en een broer serieus nam. Haar ouders hadden niet een bepaald gelukkig huwelijk. Haar moeder was 'ziekelijk en zenuwachtig', zoals Carla zei, en was ontevreden over haar echtgenoot, die zij een losbol vond. Troost zocht Brünott in de katholieke kerk die zij in haar jeugd elke dag bezocht.

Lesbisch

Na de lagere school ging Brünott naar de hbs van nonnenschool Maria Virgo in Rotterdam, waar zij tot volle bloei kwam. Zij genoot vooral van het zingen in koren en zij ging op in het vak Frans. Die taal wilde zij het liefst gaan studeren, maar onder druk van haar moeder koos zij toch voor het conservatorium. Carla had een prachtige stem en uiteindelijk slaagde zij cum laude voor haar solistenexamen.

Hoewel zij in het zingen veel bevrediging vond en de weg naar een bruisende zangcarrière leek open te staan, ging het toch fout. Soms weigerde haar stem domweg dienst. Toen dat een jaar na haar examen eens midden in een concert gebeurde, viel zij in een gat. Brünott vond dit een vreselijke ervaring en zij vroeg zich af of zij eigenlijk wel een zangcarrière wilde. Was zij niet op deze weg beland door haar moeder? Zij zette een punt achter het zingen, tot groot verdriet van haar moeder.

Na wat omwegen als cultureel werker en een verblijf in Parijs, koos zij voor een verblijf in een klooster. Eigenlijk had zij priester willen worden, maar ja, zij was vrouw. Dus werd zij non in het monasterium Sint Lioba in Egmond-Binnen. Dit was allesbehalve een gelukkig keuze. Zij was, zoals haar biografe Emma van Zalinge zegt, 'niet iemand die zich iets liet zeggen'.

Het klooster is bij uitstek een hiërarchische organisatie waar het leveren van kritiek niet eenvoudig geaccepteerd wordt. Eerbied voor de moeder-overste kon zij met moeite opbrengen. Het was achteraf een wonder dat Brünott het nog drie jaar heeft uitgehouden in het katholieke instituut dat zij later als uitgesproken vrouwonvriendelijk brandmerkte.

Toen Brünott weer in de gewone wereld terugkeerde was het 1968. Haar nieuwe woonplaats werd het ruimdenkende Amsterdam, waar met autoriteiten korte metten werd gemaakt. In het klooster was zij serieus verliefd geworden op een mede-non en het drong langzaam tot haar door dat zij meer op vrouwen dan op mannen viel. In de hoofdstad maakte zij kennis met het COC en ging de wereld voor haar open. Ze kwam ervoor uit dat ze lesbisch was.

Uiteindelijk voelde Brünott zich bij het COC niet op haar plaats. Haar hart ging meer uit naar een radicaal-feministische beweging zoals Paarse September. Zij kwam in opstand tegen de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, maar ook die van zwarte en witte mensen. Dat werden de thema's waar zij zich de rest van haar leven voor ging inzetten.

Natuurlijk was Brünott bij de geruchtmakende bezetting van abortuskliniek Bloemenhove toen de toenmalige minister van justitie Van Agt in 1976 die wilde sluiten. In dat jaar richtte zij met vier andere vrouwen vrouwenboekhandel Xantippe op, omdat de reguliere boekhandels in haar ogen veel te weinig werk van vrouwen in de schappen hadden. De winkel, die nog steeds aan de Prinsengracht zit, werd tevens een bekende ontmoetingsplaats voor feministen.

Maar de ideeën van Brünott voor het verspreiden van vrouwenzaken stopte niet bij de boekhandel. Weer met anderen begon zij de Stichting Vrouwendrukkerij Virginia, vernoemd naar Virginia Woolf. Zij werd ook aangetrokken tot het ambacht van het drukken. Zij leerde het vak bij andere drukkerijen en dat zij als vrouw kon omgaan met die grote zware machines, vervulde haar met trots.

Tekst loopt verder na de afbeelding.

Na de muziek en het klooster vond ze haar bestemming in de strijd voor vrouwenrechten en tegen onderdrukking. Beeld TR BEELD

Hel en verdoemenis

Des te meer pijn deed het dat zij na verloop van tijd hiermee moest stoppen vanwege aanvaringen met de andere vrouwen bij de drukkerij. Het was een collectief bedrijf en daarin was het niet de bedoeling dat iemand de baas speelde. Brünott had uitgesproken ideeën, ging confrontaties niet uit de weg, maar kon bovenal zeer heftig uit de hoek komen. Ze kon er vol en radicaal ingaan.

Een voorbeeld van die principiële kant is dat zij iemand er verbaal van langs gaf, toen bleek dat zij aandelen had gekocht. Bekend is de anekdote dat toen iemand eens uit pure noodzaak bij Shell tankte, die hel en verdoemenis over zich kreeg uitgestort. Brünott liet overal van zich horen met haar krachtige stem. Bij niemand in de feministische wereld is zij ongemerkt voorbijgegaan.

Zij erkende dat mensen van haar opvliegendheid behoorlijk konden schrikken. "Ik ben zo'n heftig en gepassioneerd mens", zei ze dan. "Maar het is zo weer over." Het was niet voor niets dat de biografie van Van Zalinge de titel 'Een gepassioneerde potteuze' had. Die bevlogenheid leidde wel tot veel dingen, want na de drukkerij kwam al snel het volgende project: het opzetten van tijdschrift Lust en Gratie dat in 1983 voor het eerst verscheen.

Vanaf de jaren negentig zette zij zich steeds meer in voor de verbetering van de positie van zwarte migranten en vluchtelingenvrouwen. Zo werd zij een gewaardeerde en graag geziene vrijwilligster bij Mama Cash, een organisatie die wereldwijd vrouwen- en transgendergroepen steunt. Daarnaast raakte ze betrokken bij het Harriet Tubman Huis dat onderdak geeft aan gevluchte moeders en kinderen.

Terug naar de muziek

Opmerkelijk is dat zij op het eind van haar leven steeds meer terugviel op een oude liefde: de muziek. Zo rondde zij op latere leeftijd een studie muziekwetenschap af en was zij dirigente van het lesbisch zangkoor Capella Casulana. Veel energie stak zij in het van de grond krijgen van een biografie van zangeres Cathy Berberian, die zij bewonderde. Brünott maakte tot slot kleine composities voor kinderen die nog in beperkte mate een instrument beheersen.

Toen biograaf Van Zalinge vroeg hoe zij herinnerd wilde worden, zei ze: "Als een gepassioneerde pot, een strijdbare pot. Ook liefdevol, maar ik ben niet altijd lief hoor, laat ik dat er maar uitgooien."

Carolina Petronella Maria Brünott werd geboren in Utrecht op 24 juni 1938 en zij overleed in Amsterdam op 23 augustus 2017.

Lees ook: Kate Millett was de stuwende kracht achter het moderne feminisme

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden