Carina Benninga zal niet wegzakken in het maaiveld

Als hockeyster was Carina Benninga hard voor zichzelf en haar medespeelsters. Die konden er slecht tegen als ze hen de huid vol schold. Als coach is die passie er niet uitgesleten. Toen ze gevraagd werd Amsterdam terug te brengen naar de nationale top, dreigde een groot aantal hockeysters op te stappen. Na een moeilijk jaar lijkt Benninga stilaan haar doel te bereiken. Haar trefwoorden: hard trainen, de beuk er in en mentale weerbaarheid met een menselijk gezicht.

Amsterdam hockeyt zoals Benninga dat in haar 158 interlands omvattende carrière deed: energiek en gepassioneerd. Er wordt alleen beduidend minder gescholden; tot en met de Olympische Spelen van Barcelona ook één van haar handelsmerken.

In haar tweede jaar als coach van Amsterdam heeft de 33-jarige juriste zich ten doel gesteld de top van de hoofdklasse, in casu de play-offs, te halen. Tot dusver ligt de club op schema. Met Kampong wordt de eerste plaats in de hoofdklasse gedeeld. Dat is al heel wat voor de vrouwenafdeling van de Amsterdamse Bandy en Hockeyclub, die op prestatief vlak hele roerige jaren negentig kent. Het afscheid van Benninga, Helen van der Ben en Ingrid Wolff, vier jaar geleden, trok diepe sporen in het kunstgras van het Wagenerstadion. Trainer Thomas Tichelman moest in het seizoen 1992-'93 liefst acht verse krachten inpassen en ging met het onervaren gezelschap prompt het schip in. De eerste zes competitiewedstrijden werden verloren, waarna het in paniek geraakte bestuur hem een assistent gaf: Marjolijn Bianchi. Toen Tichelman door een virusziekte werd geveld, nam de oud-speelster van Amsterdam het roer in handen. Ze debuteerde op 7 maart 1993 met een gelijkspel tegen Kampong en loodste het team zowaar nog naar de tweede plaats.

Maar ook Bianchi was geen lang leven beschoren bij de hoofdstedelijke club. De vierde colonne sloopte haar in januari '95. Ze voelde zich in de steek gelaten door de speelsters, de toenmalige aanvoerder Daniëlle Koenen voorop. Die zou het straatje hebben schoon geveegd voor haar echtgenoot Erik Groenhart, sinds het begin van dat seizoen het hulpje van Bianchi. Het bestuur conformeerde zich met de selectie en liet de trainster na het opsommen van een imposante klachtenlijst eigenlijk geen keus.

Het enige dat Bianchi en Groenhart met elkaar gemeen hadden, was dat ook hij het einde van dat seizoen niet haalde. Medio maart botste hij met het bestuur omdat hij Mieketine Wouters niet uit de ploeg mocht gooien. De ex-international had in zijn ogen een grove leugen verspreid. Wouters zou al geruime tijd hebben geweten dat Benninga met ingang van het nieuwe seizoen (1995-'96) de technische leiding bij de vrouwen van Amsterdam op zich zou nemen. Tegenover haar mede-speelsters ontkende ze dat. Groenhart hield de eer aan zichzelf en haalde in Het Parool en passant hard uit naar het bestuur. Joep Brenninkmeijer, inmiddels erelid en oud-coach van zowel de mannen als de vrouwen van Amsterdam, had “een zorgvuldig beraamde coup beraamd” om Benninga op zijn plek neer te zetten.

Enige voorkennis kon Groenhart moeilijk worden ontzegd. Oud-speelster van Amsterdam (gedurende acht seizoenen), Carina Benninga, kwam onder de last van een zware hypotheek binnen. De door Groenhart voorspeelde exodus van speelsters bleef weliswaar uit, doch weinigen uit de selectie zaten echt op haar te wachten. De hockeysters spraken onomwonden een voorkeur uit voor een mannelijke coach.

Benninga heeft na een moeilijk eerste jaar, waarin Amsterdam zesde werd, de zaken inmiddels aardig onder controle. De club - sinds het bestaan van de hoofdklasse zes keer landskampioen en vijfmaal tweede, voor het bergafwaarts ging - swingt weer, speelt weer met hart en ziel en heeft de blik als vanouds naar boven gericht. Benninga is het vaatje buskruit dat er voor zorgt dat de zaak niet indut. Het veranderingproces heeft ze vorig jaar al in gang gezet. “Toen zijn we al begonnen meer te trainen en de belastbaarheid op te voeren. Het probleem was dat zeker negen speelsters niet gewend waren op die manier te trainen. Het neurosysteem moet aan dat ritme wennen. Naast de drie trainingen per week op clubniveau is daar ook een wekelijkse krachttraining bijgekomen. Vorig jaar waren we bezig grenzen te verleggen. Nu zijn we zover dat we af en toe periodiseren, waardoor de speelsters uitgerust aan de wedstrijden beginnen.”

Carina Benninga mocht dan aanvankelijk weerstanden hebben opgeroepen, voor haarzelf was Amsterdam een ongeschreven boek geworden. Bij zoveel passie past niet het wegzakken tussen de korenaren van het maaiveld. Ze won goud in Los Angeles (1984), maar ervoer dat glinsterende kleinood niet als iets tastbaars, als iets waardevols. Het had geen diepere betekenis voor haar. Daar kwam ze achter toen ze onder hypnose de kunst van haar gevoelens onder woorden leerde brengen. De teleurstellende Spelen van Barcelona (beschamend zesde) leerde ze gemakkelijker accepteren. Haar carrière zat erop en ze had haar doelen voor de toekomst al gesteld.

In 1993 vroeg de Amerikaanse bondscoach Beth Anders Benninga haar assistent te worden. Het was de vervulling van een innige wens in haar favoriete land de Verenigde Staten te werken. In 1980 had ze er al eens in een universiteitsploeg gespeeld en was toen bevangen geraakt door de zuivere lucht en een immens gevoel van vrijheid. Drie jaar werkte ze in Virginia, was er bij dat de VS onverwacht derde werden op het WK in Dublin (1994), maar was al een tijdje weg toen de Spelen in eigen land flopten.

Het idee bij Amsterdam in het clichématige diepe te springen, sprak haar zeer aan. “De voorgeschiedenis was voor mij geen reden de uitdaging niet aan te gaan. Ik kende niemand uit de ploeg, maar ik kende mezelf wel. Ik sta een harde aanpak voor, maar heb daarnaast wel oog voor de menselijke aspecten. Ik heb tenslotte te maken met amateurs, met meisjes die voor hun plezier hockeyen. De speelsters zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen, maar op zondagmiddag tussen half één en half drie moet de beuk er in.”

Benninga keerde met een schat aan ervaringen terug uit Amerika. “Je kunt wel veel hebben gespeeld, maar dat maakt nog geen goede coach van je. Je mag de spelers op de training best hard aanpakken, maar in de mentale voorbereiding moet je menselijk blijven. In de Verenigde Staten heb ik ervaren dat het op dat vlak misging. De meisjes hadden in de wedstrijd pijn in de benen. Ze wilden er huilend de brui aangeven, maar ze moesten doorgaan. Onder mentaal menselijk blijven versta ik dat ik veel met ze praat, dat ze aangeven wanneer ze niet verder kunnen en dat ik op mijn beurt ook naar hun verhalen en klachten luister. Ik vind het een enorme uitdaging Amsterdam op een hoger plan te brengen. Het is mijn ambitie de kwaliteit in de training terug te zien in de wedstrijd.”

Carina Benninga is een van de slechts drie vrouwelijke coaches in de hoofdklasse. Hoe het komt dat er zo weinig vrouwen op dat vlak werkzaam zijn in de topsport? “Ze zeggen dat vrouwen minder stressbestendig zijn. Of dat zo is? Ik heb er geen last van. Ik moet een ontzettend hoop leren door veel te doen, maar dat heeft er niets mee te maken.”

Benninga pleegt boven-gemiddelde investeringen, niet in het minst doordat het elftal in vergelijking met vorig seizoen op liefst zes plaatsen is gewijzigd. Carole Thate, die in de VS afstudeerde als psychologe, is na drie jaar afwezigheid terug bij Amsterdam en begroette als andere nieuwkomers de Amerikaanse Pam Neiss, de Nieuw-Zeelandse Anna Lawrence, Saskia Bensdorf en de Laren-speelsters Frederiek Grijpma en Myrna Veenstra. Met hun uitverkiezing in de oranjeselectie belichamen Veenstra en voormalig Jong Oranje-speelster Julie Deiters het nieuwe Amsterdam. “Veel meer dan de play-offs beogen we dit seizoen niet,” legt Benninga uit. “We zitten midden in een groeiproces. Er moeten twee culturen in elkaar worden geschoven. Neiss en Lawrence moeten hun weg vinden in de stad. Ze fietsen veel, ze genieten veel en lopen de musea af. Ze hebben besloten een jaar bij ons te investeren. Ze spelen zonder betaling bij ons. Het is allemaal vrijwillig, maar ik heb hen wel nodig om aan de top te komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden