Opinie

Cannabis draagt op z’n minst bij aan gekte

Kaaszoutjes met toegevoegde cannabis. Ondernemers zien vooral winst in cannabis, critici waarschuwen voor psychiatrische bijwerkingen.Beeld AFP

De wietindustrie belooft een vlucht te nemen. Ondernemers ruiken kansen, maar gaan voorbij aan de negatieve gevolgen voor het geestelijk welzijn, schrijft psycholoog Peter Kampschuur.

Dat we massaal en op dagelijkse basis aan de cannabis gaan, zoals onlangs in Trouw was te lezen, lijkt vooral een aantrekkelijk perspectief voor Michael Kraland en de andere deelnemers aan de wietconferentie, die er 5,4 miljard euro aan willen verdienen. Wie stevig gaat blowen of de wietchocolaatjes van Christine Smith gaat nuttigen, moet op andere effecten rekenen. 

In de ggz is al jaren bekend dat het gebruik van cannabis veel voorkomt in de voorgeschiedenis van mensen die worden opgenomen met een manische psychose, en dat zullen er – als de wietondernemers hun zin krijgen – in de naaste toekomst wel meer worden.

Cannabis wekt uittreding op, een ­begrip dat in de westerse psychiatrie ­helaas niet bekend is, zodat niet wordt begrepen waarom cannabis ­schadelijk kan zijn. Uittreding betekent dat je meer buiten je lichaam ‘hangt’ dan erin woont, hetgeen gepaard kan gaan met unheimische gevoelens. Die komen neer op toestanden van (zelf)vervreemding. Patiënten die eraan lijden, zeggen bijvoorbeeld dat ze hun emoties niet meer goed voelen en soms zelfs dat hun lichaam (of een deel daarvan) niet meer van hen lijkt te zijn. 

De psychiatrie en klinische psychologie spreken dan van depersonalisatie, een eveneens onbegrepen verschijnsel, waarvoor men wél een naam heeft. Hiernaast komt ook derealisatie voor: het gevoel dat de werkelijkheid anders dan anders is, of onwerkelijk.

Minder voelen

Tegen deze achtergrond wordt begrijpelijk waarom er soms naar cannabis wordt gegrepen bij pijn of ander ongenoegen: eigenlijk blijft het ongemak, maar men voelt er minder van. Tegelijk staat men minder met beide benen op de grond, wordt men zweverig en kwetsbaarder bij emotionerende gebeurtenissen.

Cannabis is dus niet genezend, en het is al misleidend om het gebruik ervan ‘medicinaal’ te noemen. Voor zover ­cannabis niet gekmakend werkt, levert het op z’n minst een bijdrage aan gekte, maar die wordt soms pas opgemerkt als het een regelrechte manische psychose is. Als de wietpropagandisten hun zin krijgen, valt er nog veel meer aan te verdienen, met name aan psychische en psychosomatische ontregeling. Bijvoorbeeld door hulp­verleners.

In mijn praktijk zeg ik tegen cliënten, of ze nu al in de war zijn of nog niet, dat ik hen alleen van dienst kan zijn, als ze de cannabis verder achterwege ­laten, want anders wordt het dweilen met de kraan open.

Lees ook:

Helpt een joint tegen psychoseklachten of is het de oorzaak ervan?

Er is geen bewijs voor het idee dat cannabis schizofrenie opwekt. Patiënten gebruiken het eerder als zelfmedicatie.

'Sinds ik elke dag wietolie slik, lijkt de pijn iets af te nemen'

Ze schieten als paddestoelen uit de grond: de Social Clubs van Rinus Beintema waar patiënten goedkoop aan wietolie kunnen komen – tegen pijn en andere kwalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden