Canadezen zullen blij zijn met nieuwe aanpak

De nieuwe strategie van de Nederlandse missie in Uruzgan is tegengesteld aan de vorige: nu komt eerst het vechten, dan de opbouw.

Voordat een meerderheid van de Tweede Kamer in februari 2006 het groene licht gaf voor de missie in Uruzgan, was de grote vraag ‘vechten of opbouwen’. Zouden Nederlandse militairen nog wel aan het opbouwen van de provincie toekomen als ze tegelijk het gevecht moesten aangaan met vijandelijke groepen zoals taliban en al-Kaida? Toen de missie eenmaal op gang kwam, was van militaire kant de reactie dat er alleen gevochten werd als dat nodig was om opbouw mogelijk te maken.

De commandant van de Nederlandse gevechtseenheid in Uruzgan, Rob Querido, kondigde gisteren in Trouw aan dat zijn troepen de tegenstander actiever achterna gaan. Het is de bedoeling om ‘dag en nacht’ verplaatsingen en samenkomsten van strijdgroepen te verstoren of te verhinderen. Daarbij kan het tot meer gevechten met die groepen komen.

Al in september vorig jaar zei luitenant-kolonel Piet van der Sar, een van de architecten van de missie, dat het nodig was om in een groter deel van Uruzgan ‘meer groen op straat’ te brengen. Dat zou de bevolking een veiliger idee moeten geven, waardoor mensen eerder de kant van de Navo-troepenmacht Isaf zouden kiezen. Acht maanden later is van dat voornemen minder terecht gekomen dan verwacht. Dat is volgens de militaire leiding voor een belangrijk deel te wijten aan het tegenvallende aantal Afghaanse veiligheidstroepen. Daardoor is de Nederlandse taakgroep niet veel verder gekomen dan het onder controle houden van de plaatsen Tarin Kowt, Deh Rawod en Chora.

Daarnaast is ten noorden van Tarin Kowt een gebied gestabiliseerd en ten zuiden van Deh Rawod. Buiten deze ‘inktvlekken’ kunnen strijdgroepen ongehinderd bewegen.

Aan die bewegingsvrijheid wil de huidige commandant van de Battle group proberen een einde te maken. Het doel blijft hetzelfde: permanent in het gebied aanwezig zodat de bevolking zich veiliger gaat voelen en meer met Isaf gaat samenwerken ten bate van de opbouw van de provincie. De route om dat doel te bereiken, verandert wel. Voor een militair commandant is de huidige consolidatie (het behouden van de drie plaatsen) op den duur achteruitgang. De keuze voor een beweeglijker optreden ligt dan voor de hand.

De komende maanden moet blijken of de nieuwe strategie vruchten afwerpt. Als door het ‘amoebe-model’ aan Nederlandse kant slachtoffers vallen, kan dat de politieke en maatschappelijke discussie over de militaire missie weer aanwakkeren. Komende zomer moet het kabinet een beslissing nemen over het al dan niet verlengen van de missie na augustus 2008. Eventuele slachtoffers zijn koren op de molen van tegenstanders, bleek eind vorige week al na de eerste dode door krijgsgeweld, nota bene buiten Uruzgan.

Met de veranderde strategie sluit Nederland meer aan bij de aanpak van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Canada in de aangrenzende provincies Helmand en Kandahar. Uit die hoek zal waarschijnlijk minder kritiek en zelfs lof klinken voor de nieuwe ‘Dutch approach’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden