Canadese muziek, een goedbewaard geheim

Taylor Kirk van Timber Timbre. Zijn album nam hij op in een blokhut. (FOTO YUULA BENIVOLSKI)

Als er een noorderslag valt te slaan, dan is het wel in Canada. Het land is groter dan de Verenigde Staten en ietsje kleiner dan Europa, oftewel 250 keer Nederland. Maar met 33,5 miljoen inwoners telt het hooguit het dubbele van de Nederlandse bevolking. Voor Canadese bands betekent een toer door eigen land dan ook zoiets als een wereldtournee. Ook al barst het er van de kwaliteit, je zult ze nooit horen op 3FM of andere radiostations die beweren de vinger aan de pols te houden. Toch verdienen Timber Timbre, Animals & Planets, Twilight Hotel en Stars het om gehoord te worden. Groepen die met de singer-songwriters Jason Collett en Dan Mangan op kleine labels verschenen en afgelopen jaar ons clubcircuit aandeden of in 2011 op de agenda staan.

Ze delen een beslissende achterstand. Jarenlang gold voor hen immers het motto: „Voor Amerikanen klinken we te Europees, voor Europeanen te Amerikaans.”

Zeker, Neil Young, Joni Mitchell, Leonard Cohen, Celine Dion en Alanis Morrissette zetten Canada op de mondiale popkaart. Maar er leeft meer onder de oppervlakte van het land waar sinds de jaren tachtig een rijkgeschakeerde popcultuur opbloeide. Een mediawet verplichtte radiostations destijds om 30 procent van hun zendtijd aan eigen producties te besteden. Parallel ontwikkelde zich in Canada onder invloed van punk en new wave een vitale independent scene. Daarin kwamen bands als The Tragically Hip, No Means No en Arcade Fire bovendrijven.

Desondanks spelen Canadese popmuzikanten in een dubbele spagaat. Als buurman van de Verenigde Staten moeten ze enerzijds opboksen tegen de Amerikaanse dominantie, anderzijds tegen de invloeden van de voormalige kolonisatoren Frankrijk en Engeland. Naast Calgary en Vancouver bezitten Montreal –het Parijs van Noord-Amerika– en Toronto –het New York van Canada– de levendigste popscenes.

Adam Van, dj bij radiostation CKLN, vertelde in 1985: „Toronto kent niet één bepaalde sound. Of je zou het diversiteit moeten noemen”. En zijn collega Brad Reed: „In Toronto vergeet je waar Canada voor staat. We zijn een borderline experience, zo dicht als we tegen de VS aanliggen. De muzikanten hier zijn nauwelijks bezig met hype of image”.

Uitspraken die vandaag nog steeds opgeld doen. Het indie label Arts & Crafts uit Toronto bestrijkt de volle breedte van het popspectrum. Stars stoeit op ’The five ghosts’ overtuigend met luchtige citaten uit de erfenis van jaren ’80 synthpop. Singer-songwriter Dan Mangan grossiert op ’Nice nice very nice’ in hartverwarmende songs, maar altijd ligt venijn op de loer. Jason Colletts ’Rat a Tat Tat’ pendelt tussen folk en pop. Zijn liedjes klinken even verleidelijk als wringend. Toch leggen ze het af tegen Timber Timbre.

Nomen est omen: hun naam ontlenen ze aan de blokhut die ze buiten Toronto als studio betrokken voor een verslavende serie songs. Superieur en breekbaar legt het trio ziel en zaligheid bloot. Heftig gaat het er weer aan toe op ’La La Land’ van Plants & Animals uit Montreal. Rockend als Neil Young in zijn begindagen putten ze met panoramische effecten uit de Californische sixties psychedelica. Twilight Hotel verhuisde van Winnipeg naar datzelfde Californië. Op ’When the wolves go blind’ laten ze zich inspireren door desolate landschappen inclusief Mexicaans tintje. Met accordeon en walsend ritme herinneren ze aan Tom Waits en Calexico. Toch klinkt de uitgestrektheid van hun geboorteland ook door in de muziek en verraadt daarmee de Canadese ziel.

Twilight Hotel toert tussen 27 februari en 6 maart door Nederland. Zie www.twilighthotel.ca.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden