Canadese chiefs bepalen toekomst

Canada's indianen onderhandelen met de overheid over autonomie. “Een revolutie voor inheemse volken”, noemt een van de chiefs dat. Niet de hele achterban denkt er zo over: er zijn 'teveel chiefs en te weinig indianen' aan het woord.

JACQUELINE MARIS

Tot in de jaren zestig was de indiaanse cultuuruitoefening verboden. Kinderen werden door de staat naar speciale Engelstalige kostscholen gestuurd en op ieder reservaat zat een zogenaamde Indian agent die de mensen in de gaten hield. Ze moesten toestemming vragen om het reservaat te verlaten en op het uitoefenen van indiaanse religieuze handelingen stond straf.

Het feest staat in het teken van het 125-jarige bestaan van het verdrag dat met de Engelse koningin Victoria werd gesloten. Een verdrag waaraan de reservaatbewoners tot op heden het recht op scholing, huisvesting en medische zorg ontlenen. Omdat de bonthandelaren van de Hudson Company de kennis van de indiaanse jagers nodig hadden zijn de Canadese indianen betrekkelijk lang met rust gelaten. Pas eind vorig eeuw rukten de pioniers op en werden er verdragen gesloten om hun vestiging te vergemakkelijken.

Iedere afstammeling van zo'n Treaty-indiaan krijgt nog steeds een jaarlijkse uitkering van vijf Canadese dollars (zeven gulden). Ook zegde de koninging haar 'rode kinderen' stukken land toe waar ze 'zolang de zon schijnt' een plaats zouden hebben die ze 'thuis kunnen noemen en waar ze hun tenten kunnen opslaan of een huis kunnen bouwen'. En ze voegde er aan toe dat ze niet zou toestaan dat de 'witte man' dit gebied zou binnendringen.

Norman Travers, een van de eregasten op Ebb en Flow, is chief van een aangrenzend Ojibwe-reservaat dat onder hetzelfde verdrag van 1871 valt. Ook hij zweert bij de verdragen van toen. Travers vindt de huidige discussie over zelfbestuur overbodig want wat betekent zelfbestuur, vraagt hij zich af, als nu al bepaald is dat de Canadese staat bij geschillen het laatste woord zal hebben. Bovendien, is zijn redenering, werd zijn volk in de tijd van koningin Victoria als volwaardige onderhandelingspartner erkend. “Als de toen gemaakte afspraken over jachtrechten en de grootte van de per persoon toegewezen grond worden nageleefd is er niks aan de hand.”

Bijna de helft van Manitoba's 80 000 indianen woont in Winnipeg. Enkele duizenden daarvan belanden in de goot van Mainstreet - het stadscentrum - waar de meeste winkels gebarricadeerd of dichtgetimmerd zijn. Achter de ramen van de pawnshops waar spullen beleend kunnen worden liggen de mooiste indiaanse kostuums en leerwerken slordig op een hoop. Uit een soepkeuken klinkt kerkzang.

Binnen kijkt een handjevol indianen naar een religieuze video. Volgens missieleider Ken McGee zijn de mensen door de regering 'chronisch lui gemaakt'. Indianen hoeven immers geen belasting te betalen en krijgen huis, opleiding en medische zorg gratis. De mensen - ook vrouwen en kinderen - die apatisch op de stoep zitten of lopen hebben het volgens McGee allemaal aan zichzef te danken.

Op straat staat een jongen met een plukkerige baard en korstjes in zijn wenkbrauwen. Zijn ogen zijn in tegensteling tot die van de vele lijmsnuivers en alcoholisten helder. Toni vindt het gepraat over zelfbestuur hypocriet. “Onze leiders denken meer aan zichzelf dan aan hun volk dat hier op straat moet overleven.” Terwijl een man met afgezakte broek voorbijschuifelt mompelt Toni dat het vinden van werk moeilijk is voor hem. Hij is een van de vele straatbewoners met aids: “Onder mijn huid ga ik langzaam dood”.

Volgens een door het ministerie van indiaanse zaken gehouden opiniepeiling denkt 47 procent van de niet-inheemse Canadezen dat indianen het net zo goed of beter hebben dan zijzelf. De helft van de ondervraagden vindt dat indianen genoeg of meer dan genoeg hebben gekregen. Vandaar dat zelfbestuur en de daarmee gemoeide kosten moeilijk aan het merendeels blanke electoraat zijn te verkopen.

Nog gevoeliger liggen de honderden landclaims die de inheemse volken hebben ingediend. Ook Sturgeonlake in Saskatchewan - met zijn tweeduizend bewoners een van de grootste revervaten van de prairies - hoopt door een rechtszaak zijn grondgebied te verdubbelen. Mondelinge overdracht levert volgens chief Earl Ermine het bewijs dat blanken in het verleden niet alleen de bomen van het reservaat kapten maar ook het land inpikten. Hij heeft twintig verklaringen onder ede bij de staat afgeleverd. “En oude mensen liegen niet”, zegt Ermine.

De leefruimte is steeds kleiner geworden omdat het reservaatsbestuur om financiële redenen grond aan omringende boeren verpacht. Daarnaast riep de provincie een deel van het reservaat tot natuurpark uit. In de meeste huizen wonen meerdere gezinnen bij elkaar.

Terwijl zelfbestuur voor de meeste indianen nog een abstract begrip is, is het gebrek aan land nijpend. In de kustprovincie British Columbia beslaan de inheemse landclaims zelfs meer dan 110 procent van het totale grondoppervlak. Dit voorjaar sloot de regering het eerste grote verdrag met het Nisga'a-volk dat ver in het noorden leeft van de zalmvisserij. Afgesproken is dat de Nisga'a op den duur belasting zullen gaan betalen. Hiervoor krijgen ze zeggenschap over boven- en ondergrondse bodemschatten, een bedrag ineens van 190 miljoen Canadese dollars plus nog eens investeringen in de visserij tot een bedrag van 21 miljoen dollar. Het toegewezen landgebied bestrijkt echter maar acht procent van hun originele eis.

Ondanks dit succes met de Nisga'a verlopen de verdere onderhandelingen stroef, zegt regeringswoordvoerder Joseph Whiteside. Een kwart van de tweehonderd reservaten in British Columbia houdt zich afzijdig. Bijvoorbeeld de Lil'wath-indianen honderd kilometer ten noorden van hoofdstad Vancouver. Chubb' Pascal beschouwt zijn volk als soevereine natie, hetgeen hij tot twee keer toe trachtte aan te kaarten bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Pascal en de zijnen vinden dat de Canadezen maar moeten bewijzen welk land van hén is in plaats van andersom.

Als het moet verzetten ze zich tegen de staat. Enkele jaren geleden hielden een groep Lil'waths met een maandenlange blokkade van de belangrijkste weg naar het noorden houtkap op hun heilige grafgronden tegen. Sindsdien is het aantal acties tegen oneigenlijk gebruik van reservaatsland - bijvoorbeeld voor golf- of skioorden - en vooral tegen al dan niet legale houtkap, toegenomen. Over heel Canada krijgen de indianen bij deze grimmiger wordende acties steun van milieugroepen.

Bruce Spence van de Assemblee van Manitoba Chiefs geeft toe dat het Framework Agreement over zelfbestuur - dat uiteindelijk voor álle provincies moet gaan gelden en een logisch vervolg lijkt op de landcaims die er liggen - veel kritiek oproept. Misschien is het niet de juiste weg om de kloof tussen de Canadese regering en de inheemse bevolking te dichten. “Maar”, zo zegt hij, “er móét wat gebeuren. De Canadezen beseffen niet hoe hoog de frustratie onder indianen is opgelopen. Onderhandelen is hun laatste kans om een gewapende rebellie te voorkomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden