Canada / Moslim trok zich nooit terug in getto

Na de arrestatie van 17 jonge moslims vorige maand op verdenking van het plannen van terreurdaden, roepen moslimsleiders in Toronto hun gemeenschap op het extremisme in hun midden te bestrijden en ‘Canadeser dan de Canadezen’ te worden.

Een half uurtje voordat het vrijdagsgebed begint, heerst er buiten de Halton-moskee in Burlington, een voorstad van Toronto, een gemoedelijke sfeer. Auto’s rijden het terrein op, mensen spraken elkaar aan. Enkele in het zwart gehulde vrouwen verkopen voor de ingang hippe, open damesschoenen vanuit de doos.

De ruim tien jaar oude, vrij bescheiden Sunni-moskee staat aan een uitvalsweg, schuin tegenover een weilandwinkel die zwembaden en sportartikelen verkoopt. Hoewel Groot-Toronto de afgelopen jaren de bestemming was van duizenden immigranten, waaronder relatief veel moslims, hebben voorsteden als Burlington of Missisauga een andere sfeer dan menig Europese immigrantenwijk.

Toronto’s voorsteden zijn ruim opgezet. Ze tellen vooral straten met vrijstaande huizen en amper hoogbouw. Van verkommering lijkt weinig sprake. Misschien kwam het juist daarom als een schok dat zulke voorsteden twaalf mannen en vijf tieners voortbrachten, die plannen zouden maken om grote gebouwen in Canada op te blazen, het parlement te overmeesteren en de premier te onthoofden.

Mannen voor de moskee zeggen nog altijd ’geschokt’ te zijn. Niet zozeer door het feit dat jongeren uit de aangrenzende voorsteden mogelijk gruweldaden planden. Ze zeggen zich nauwelijks te kunnen voorstellen dat het complot echt, serieus was.

Ze lijken vooral geschokt dat de zeventien, zoals een van hen zegt: „in de pers meteen schuldig verklaard zijn, nog voor hun proces. En dat alle moslims in één moeite door ook schuldig verklaard zijn vanwege medeplichtigheid.’’

Ze vreesden na de arrestaties voor geweld tegen moslims. „Maar het is meegevallen”, zegt een man, onder instemming van omstanders. Eén moskee in de regio werd vernield, een imam werd op straat lastiggevallen. Daar bleef het bij.

Voor hun moskee vatten meteen na het nieuws van de arrestaties twee politieauto’s post. Een eigen initiatief van de commissaris van politie, die goed bekend is met deze moskee. „We organiseren binnenkort een receptie voor zijn afscheid’’, meldt bestuurslid Saleh El Sohemy, als voorbeeld van de goede band.

Hoewel er van een echte reactie tegen moslims geen sprake was, houden de mannen toch het gevoel dat er een dreiging boven hun hoofd hangt. „De boodschap dat wij een vijfde colonne vormen, is iets te vaak herhaald”, zegt een van hen.

De gemeenschap mag zich niet in een slachtofferrol wentelen, waarschuwt Mohammed Elmasry, gepensioneerd hoogleraar informatica en voorman van het Canadees Islamitisch Congres (CIC). Hij is die vrijdag als gast-imam naar de Haltonmoskee gekomen om die op te wekken beter te integreren en te vechten tegen eventueel extremisme in eigen kring.

Gekleed in vrijetijdskleding en staand voor het spreekgestoelte houdt hij in zijn preek de 150 mannen op de begane grond en vrouwen op het balkon voor „dat moslims zich in hun hele geschiedenis nooit een getto hebben teruggetrokken. Toen de moslims naar India gingen, pasten ze zich aan. In Indonesië ook.’’ In Canada moet hetzelfde gebeuren.

Hij wekt de gelovigen op ’Canadeser dan de Canadezen’ te worden. De moslims moeten zich volgens hem beter organiseren, moeten zich verdiepen in de Canadese politiek.

En ze moeten nog meer eigen vertegenwoordigers in het parlement krijgen. De eerste taal moet Engels zijn. „Hoevelen van u hebben geen Koran in het Engels thuis? Hoe wilt u dan vragen over uw geloof van buren beantwoorden?’’ Elmasry houdt zijn hele preek in het Engels.

Na het gebed verdringen zich vijftien mannen om hem heen in het kantoortje van de moskee, geven hem hun emailadres, zodat ze voortaan preken per email krijgen. Ook dan hamert hij de boodschap er in: “Het is begrijpelijk als moslims tegen de Canadese troepenmacht in Afghanistan zijn. Oppositie is normaal. Maar ga stemmen. Stel je verkiesbaar. Werk binnen het systeem om zaken te veranderen. Niemand hoeft gefrustreerd te zijn.’’

Elmasry benadrukt dat zijn waarschuwing niet nieuw is. Hij toont de folder die het CIC al ver voor de arrestaties uitbracht, waarin de belangenorganisatie alle moskeeën vraagt bedacht te zijn op extremisme, het internetgebruik van jongeren in de gaten te houden en via jeugdwerk de radicale ideeën te bestrijden. „We hebben via voorlichting bij de laatste verkiezingen voor elkaar gekregen dat het percentage kiezers onder de moslims boven het Canadese gemiddelde lag.’’

Het beleid van het CIC kan op steun rekenen in de moslimsgemeenschap. Maar er zijn ook andere geluiden, erkent Elmasry. Enkele moslimorganisaties zien de arrestaties als een complot van de inlichtingendiensten. Zij wezen de beschuldiging verontwaardigd van de hand dat de moskeeën extremisten van eigen boden herbergen.

Een grote moskee in Toronto zorgde verder voor opschudding door kort na de arrestaties een radicale imam uit Londen uit te nodigen om zijn jongeren toe te spreken. „Jij hebt nu eenmaal moslims met zelfhaat’’, zegt Elmasry plots fel. Hij is sowieso tegen buitenlandse imams. „Die kennen de omstandigheden in Canada niet.’’

Toch is hij ervan overtuigd dat zijn gematigde geluid veruit de overhand heeft. Van de folder met de waarschuwing tegen extremisme in eigen kring zijn er één miljoen verspreid, vertelt hij trots. Canada telt ongeveer 750.000 moslims.

Radicalisme krijgt in Canada ook minder snel de kans dan in Europa, meent hij, omdat zijn moslims uit vele landen afkomstig zijn. Etnisch gescheiden en in zichzelf gekeerde gemeenschappen zijn er nauwelijks. De gelovigen van de Halton-moskee komen voor eenderde uit Arabische landen, eenderde uit Pakistan en India en de rest uit nog andere landen.

Volgens hem maakt het ook verschil dat de meeste moslims bewust naar Canada zijn geïmmigreerd om een nieuw leven te beginnen en niet als gastarbeider gekomen zijn, zoals in West-Europa. „Ze voelen zich echt verbonden met hun nieuwe vaderland.’’

Maar ook in de Halton-moskee blijkt Elmasry’s boodschap na vertrek van de gelovigen niet onomstreden. Bestuurslid Siddiq Burney ontkent dat de moslimgemeenschap rond Toronto een probleem heeft. Evenmin wil hij van Elmasry’s suggesties horen dat de moskee de jeugd scherper in de gaten moet gaan houden en tegen radicale websites moeten waarschuwen. „Internet is gewoon een werktuig. Het is maar hoe je het gebruikt. Ouders moeten hun kinderen leren er verstandig mee om te gaan. Ik zie niet waarom moslims iets anders of meer zouden moeten doen op dat punt dan christelijke ouders.’’

Hij is ook aalmoezenier in de gevangenis waar de zeventien zitten. Dat die een terreurcomplot smeedden wil er bij hem niet in. „Het zijn nog kinderen. Ze zien er zo bang uit. Ze hebben alleen heel stomme dingen geroepen, die ze totaal niet meenden. Zoals jongelui soms doen. De moslims in Canada hebben geen extremismeprobleem. Het is een tienerprobleem.’’

Mohammed Elmasry ziet het toch anders: „We moeten gewoon voorkomen dat mensen in de knoei raken. Van alle Canadese moskeeën doet 99 procent dat’’, bezweert hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden