Canada is smerig geworden

Een land met een bedenkelijke reputatie. Zo omschrijven in elk geval de media hun eigen Canada nogal eens. Onbetrouwbaar als het aankomt om maatregelen ten gunste van het milieu. Neem de winning van zware olie uit teerzand. Volgens de regering valt het allemaal reuze mee, maar Greenpeace spreekt van een stille klimaatramp.

Dag in dag uit krijgt de Canadese premier Stephen Harper onder uit de zak in de landelijke pers. Canada gooit zijn reputatie als vriendelijk en vredelievend land te grabbel, is vrij vertaald de strekking. Het land lapt alle afspraken over terugdringing van broeikasgassen aan zijn laars. Economische belangen – met name enorme voorraden in teerzand verstopte zeer zware olie – drukken elke gedachte aan het klimaatprobleem naar de achtergrond, stellen de kranten. Canada, vaak genoemd als een van de prettigste leefplekken op aarde, ontpopt zich steeds meer als een onbetrouwbaar olieland.

Harper reist intussen de wereld rond om grondstoffen, waar de Canadese economie meer en meer van afhankelijk wordt, aan de man te brengen. Ook op de klimaatconferentie in Kopenhagen zal het daarom alle overleg saboteren, is de verwachting. Harper verschuilt zich daarbij achter de brede rug van de VS, want de machtige zuiderbuur is immers verreweg de belangrijkste handelspartner. Elke mogelijke aantasting van die positie zal Harper niet toestaan. De VS staan wel bekend als het grootste obstakel op weg naar een wereldwijd klimaatakkoord, maar Canada is volgens de media de echte schurk.

Er is inderdaad veel om over te klagen als het gaat om Canada. Het land ratificeerde de akkoorden van Kyoto, maar liet de wereld in 2006 weten zich niet meer aan die akkoorden te houden. Die stap was ongekend en puur economisch ingegeven. In plaats van de uitstoot van broeikasgassen in 2012 te hebben teruggebracht naar 6 procent onder het niveau van 1990, is de Canadese uitstoot gestegen, met 26 procent.

Niets wijst erop dat het Noord-Amerikaanse land op zijn schreden terugkeert. Integendeel, Canada laat niet af om bijeenkomsten over klimaatproblemen te ontregelen. Afgelopen oktober op een conferentie in Bangkok verlieten de ontwikkelingslanden en bloc de zaal toen de Canadese vertegenwoordiger hen toesprak en kapittelde over hun klimaatinspanningen. Eind november op een conferentie van het Britse Gemenebest werd besloten, na Canadese klimaatobstructie, actie te ondernemen om de Canadezen uit de Commonwealth te stoten.

De pers staat overigens niet alleen in haar kritiek. In de aanloop naar Kopenhagen wezen 500 van Canada’s leidende wetenschappers in een open brief op het schrijnende gebrek aan ambitie van de Canadese federale overheid. Het in Kyoto afgesproken toch al lage percentage van 6 procent reductie in 2012, onlangs door Harper nog als onrealistisch gekenmerkt, is namelijk feitelijk veranderd in 3 procent reductie in 2020. „Uit nieuwe onderzoeken blijkt dat de klimaatverandering sneller op ons afkomt dan we denken”, waarschuwt David Schindler, hoogleraar ecologie aan de Universiteit van Alberta. „Canada loopt zelf gevaar als de klimaatverandering niet gekeerd wordt. Zo zullen bij temperatuurstijging droogtes de prairies (de graanschuur van Canada) in het westen bedreigen en de smeltende permafrost in het noorden zal de infrastructuur flinke schade toebrengen.” Schindler verzucht dat de overheid kennelijk niet gelooft in wetenschap. „Ik weet niet meer wat we moeten doen om hun aandacht te trekken.”

Bij nadere beschouwing is Canada geen eenheid. Zeker als het gaat om bij CO2-reductie belangrijke energiepolitiek, zijn de tien provincies van het enorme land autonoom. In elke provincie zijn de energiewinning en -distributie louter in handen van de overheid. Dat is opvallend in het haast onaantastbare vrijemarktdenken in Noord-Amerika.

„Het is nooit een punt van discussie, we willen niet anders hier. Energie is te belangrijk om over te laten aan de grillen van de markt. Het voelt als nationaal bezit”, zegt Pierre-Luc Desgagné, directeur planning van Hydro Quebec in het hoofdkantoor in Montreal. Hydro Quebec is het grootste energiebedrijf van Canada en drijft voor een groot deel op goedkope en CO2-loze waterkracht. In het noorden van deze provincie –net zo groot als de Benelux, Engeland, Duitsland, Frankrijk en Spanje samen– bevinden zich grote rivieren met verval die hier en daar worden afgedamd. Desgagné: „Een nadeel is dat de afstand tot onze klanten in het drukbevolkte zuiden van Quebec erg groot is. De met waterkracht opgewekte energie moet een reis van 2000 kilometer maken naar steden als Montreal en Quebec-stad.”

Het energienet van Quebec ziet eruit als een V met in de punt onderin een kerncentrale. Desgagné: „Die is nodig om ons hoogspanningsnet van 33.000 kilometer stabiel te houden. Vooral op piekuren speelt dat. Elektriciteit uit waterkracht moet, eenmaal opgewekt, gelijk gebruikt worden.” Maar een kerncentrale te midden van al die waterkracht? „Wij vinden een kerncentrale ook groen”, is het ietwat verwonderde antwoord van Desgagné.

Omdat 94 procent van Quebecs energiebehoefte kan worden gedekt door waterkracht en Hydro Quebec ook op het terrein van windenergie actief is, kan de provincie ook ambitieus zijn met haar streven om de CO2-uitstoot in 2020 met 20 procent terug te brengen. Daarmee zit Quebec op bijna West-Europees niveau.

Een heel ander verhaal is Alberta, in het westen van Canada. Deze provincie wil in 2020 de CO2-vervuiling slechts hebben gestabiliseerd. Dat betekent ten opzichte van het ijkpunt 1990 een toename van 58 procent. De fors hogere vervuiling is met name toe te schrijven aan de exploitatie van de oliehoudende teerzanden in het noorden van de provincie. Rendabele winning van olie uit die dikke, bitumenachtige smurrie werd mogelijk nadat de olieprijs steeg naar 40 à 50 dollar per vat.

Er is veel kritiek op de exploitatie van deze teerzanden, die in Alberta ietwat eufemistisch oliezanden worden genoemd. Greenpeace betitelt de oliewinning uit teerzanden als een stille klimaatramp, omdat het een uiterst vervuilend proces is. „Het gebeurt met een enorme machinerie en uit de grond gestampte fabrieken. De gevolgen zijn erger dan de helse schilderijen van Jeroen Bosch: eindeloze natuurgebieden veranderen in stinkende meren vol gif, open mijnen, raffinaderijen en pijpleidingen”, aldus een recent persbericht. Shell en andere Europese oliemaatschappijen zijn er zeer actief en investeren miljarden in de teerzanden. Vorige week nog, in de aanloop naar Kopenhagen, riep D66 Shell op om te stoppen met exploitatie van die teerzanden.

Dit zwarte goud heeft van Alberta een grote olieproducent gemaakt met voorraden die die van Saoedi-Arabië naar de kroon steken. De economie van de provincie groeit met 8 procent per jaar , een toename van bijna Chinese proporties. De politici in Alberta piekeren er dus niet over hun houding aan te passen. Maar ze zitten niet helemaal stil. Ze wijzen toch op de milieuvriendelijke zaken die ook in Alberta voorkomen. Zo wordt er in het zuiden van de staat op grote schaal geëxperimenteerd met CO2-opslag in de grond en is onder de rook van Calgary een eco-vriendelijke voorstad uit de grond gestampt, genaamd Okotoks. Daar spelen zonne-, wind- en geothermische energie de hoofdrol en voldoen huizen aan bijna alle vormen van duurzaamheid.

Maar die teerzanden, het blijft steken. De provinciale overheid zet daarom de wetenschap in om ’foutieve’ beeldvorming tegen te gaan. Volgens dr. Hassan Hamza, hoofd van Canmet Energy in Edmonton, is er inderdaad sprake van „veel misinformatie over de oliezanden, die het publiek verwart. Wij doen onafhankelijk onderzoek dat zijn weg vindt in wetgeving. Het doel is de negatieve milieu-effecten te verminderen.”

Hamza geeft enkele voorbeelden. Zo wordt er veel water gebruikt om de olie uit de teerzanden te spoelen. „We gebruiken nu vier vaten water om een vat olie te verkrijgen. Dat wordt straks gehalveerd. Bovendien wordt dat water steeds vaker hergebruikt, zodat we niet steeds nieuw water nodig hebben. Nu al wordt 75 procent hergebruikt en we willen naar 90 procent.”

Van ’vuile olie’ wil Hamza dus niet horen. „Die is misleidend, het is een slogan. Olie uit de oliezanden is niets anders dan al die andere vormen van zware olie. En nu alle lichte olie al is gewonnen, is in feite alle olie die nu waar ook ter wereld nog uit de grond komt zwaar. Maar daar hoor je niemand over.”

Van alle Canadese olie komt 50 procent nu al uit die teerzanden en nog lang niet alle velden zijn in ontwikkeling. De handel met de VS is lucratief en de VS op zijn beurt zijn blij niet afhankelijk te zijn van onstabiele regimes in het Midden-Oosten en Poetins Rusland. Harper leunt als federale premier zwaar op het electoraat in westelijke provincies als Alberta. Mooie voorbeelden als in Quebec ten spijt, ligt het dus niet voor de hand dat hij om klimaatredenen zijn electoraat tegen de haren zal instrijken. Canada blijft zo een ’dirty old man’, zoals de eigen pers het land wel eens noemt.

naar de klimaatkaart

De installatie in Fort McMurray, Alberta. Een belangrijke schakel in de verwerking van teerzand. ( FOTO BLOOMBERG)Beeld Bloomberg News
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden