’Campagne tegen islam moet stoppen’

Volgens de Franse socioloog en islam-expert Olivier Roy is de kritiek op het moslimfundamentalisme afgegleden naar een aanval op de islam in het algemeen. In zijn laatste boek, ’De islam en de scheiding van kerk en staat’, pleit hij voor rust in het debat.

’Een interessante kwestie”, noemt Roy het incident in Nederland rond de lerares die weigert mannen de hand te schudden. Hij denkt even hardop na: moeten we dit accepteren als een uiting van individuele vrijheid? Zijn conclusie is een heel andere dan die van de Commissie Gelijke Behandeling: „Deze mevrouw stelt een excessieve eis, dit kan niet.”

In Afghanistan, waar Roy eind jaren tachtig voor de VN werkte, kan zo’n situatie zich nooit voordoen. „Daar verblijven vrouwen in een aparte ruimte en komen zij nooit in de buurt van mannen. Maar hier is er geen scheiding tussen de seksen. Als je je zo gedraagt wijs je eigenlijk je hele sociale omgeving af. Zij kan kiezen: of je weigert in de publieke ruimte te treden, of je doet mee en accepteert de codes die erbij horen.”

De lerares is een goed voorbeeld van een neo-fundamentalist, glimlacht Roy die dit fenomeen eerder beschreef in zijn boek ’De globalisering van de islam’. „Neo-fundamentalisten vinden in een nieuwe omgeving hun geloof opnieuw uit. In Parijs was er een tijd geleden ook zoiets: islamitische verhuizers die weigeren kisten wijn te verhuizen. Dat bedenken ze helemaal zelf: de Koran verbiedt alleen het drinken van alcohol.”

Roy, in Nederland voor de vertaling van zijn boek en een debat-avond in het Maison Descartes, ontleedt in zijn boek de tegenstrijdigheden van de militante voorstanders van de laïcité, de scheiding van kerk en staat op zijn Frans.

Volgens Roy zijn deze islam-critici geobsedeerd door religie. In plaats van de godsdienst er buiten te laten – de staat houdt zich afzijdig van alle levensbeschouwelijke kwesties – maken zij religie juist tot middelpunt van het debat: alle sociale ongeregeldheden zijn het gevolg van de islam.

Vervolgens willen zij het religieuze met wetten aan banden leggen, schrijft Roy. Ze accepteren geen echte scheiding en doen zo dus geen recht aan het principe dat ze zeggen aan te hangen. Minister van binnenlandse zaken Nicolas Sarkozy moet zijn pogingen dus staken een ’gematigde islam’ te stimuleren, vindt Roy. „Niet-moslims hebben niet de taak een goede islamitische theologie te formuleren. Ze moeten zich niet met het dogma bemoeien, zoals met een hoofddoekverbod. Ik ben erg voor de laïcité, maar dan wel zoals bedoeld.”

Hoe het dan wel moet? „De liberale islam heeft in Europa de kans zich te ontwikkelen, daarbuiten is dat niet mogelijk. Zowel het Egypte van Moebarak als Saoedi-Arabië zijn tegen hervormingen. Maar dan moet de gelegenheid hiertoe wel worden geboden. In Straatsburg is een project voor een leerstoel islamitische theologie stukgelopen op het verzet van katholieken en linkse laïcisten. Dat is te betreuren.”

De tweede generatie Franse moslims is niet erg happig op een complexe, intellectuele islam, weet Roy. „Ze willen een simpele islam die op alles een antwoord heeft.” Maar met de opkomst van een islamitische middenklasse, een ontwikkeling waarvoor de islamcritici volgens Roy blind zijn, ontstaat toch steeds meer behoefte aan ’een ruimer aanbod van religieuze producten’. „Dat ruimere aanbod moeten we aanmoedigen. Door bijvoorbeeld op te houden tegen liberale moslims te zeggen dat ze niemand vertegenwoordigen. Door deze mensen in tv-programma’s uit te nodigen en van dat soort debatten geen bokswedstrijden te maken.”

Ook over de bedoeling van de scheiding tussen kerk en staat heerst een hardnekkig misverstand. „Onze laïcité, en hetzelfde geldt voor jullie verzuiling, zijn ontstaan als antwoord op eindeloze ideologische en religieuze strijd. Het ging er niet om het samen eens te worden over een aantal waarden. De redenering is dat moslims deze consensus ondergraven. Maar onze modellen waren alleen bedoeld om spelregels te formuleren, dat is iets heel anders. Als je dat tot je laat doordringen, dan blijkt het helemaal niet onmogelijk om moslim en burger van Frankrijk te zijn.”

Een goed voorbeeld is volgens Roy de fundamentalistische moskeevereniging UOIF, die tegen het hoofddoekverbod is (sinds 2004 van kracht op Franse openbare scholen) maar de wet wel respecteert. „Daar gaat het om. De UOIF kán niet zeggen dat de hoofddoek facultatief is: het is immers een religieuze verplichting. Maar ze respecteren de wet, en daar gaat het om. We vragen van de katholieke kerk ook niet of ze het eens willen zijn met abortus, hooguit dat ze accepteren dat er een wet is die deze praktijk toestaat.”

De gedachte dat meisjes bevrijd moeten worden vindt Roy onzinnig: „Het is net als toen na de Franse revolutie religieuze orden werden verboden met het argument dat een citoyen, een burger, zijn vrijheid niet kan opgeven.”

Roy gelooft niet dat de maatregel veel meisjes die lijden onder de druk van vaders en broers geholpen heeft. „Het verbod is juist gericht tegen autonome, individualistische vrouwen die een hoofddoek willen dragen”, verzekert hij. „Voor het verbod waren er circulaires die schooldirecteuren de gelegenheid boden de hoofddoekdraagster te ontbieden en te vragen de sluier af te doen. Meisjes die werden gedwongen konden dus thuis zeggen: het mag niet van school, ik doe hem af. Het verbod treft dus alleen nog de categorie die er zelf voor kiest.”

Roy zal de laatste zijn om het gevaar van de radicale islam te bagatelliseren of terreur uitsluitend te verklaren uit discriminatie en uitsluiting. Zo moet vooral niemand denken dat het terrorisme de wereld uit is als het Palestijns-Israëlische conflict is opgelost en de laatste westerse troepen uit Irak en Afghanistan zijn verdwenen.

Maar we moeten niet overdrijven, vindt hij. De meest militante laïcisten spreken van ’verzet tegen het islamfascisme’ en omschrijven de problematische voorsteden als de ’verloren gebieden van de republiek’ waar de sharia al bijna van kracht is.

„De vergelijking met de conferentie van München in 1938 wordt gemaakt, maar er zijn er heel wat die zich Churchill wanen maar schrijven als Céline.” (Roy doelt hier niet op het literaire oeuvre van Céline, maar op de twee antisemitische pamfletten die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef, red.)

Een goed voorbeeld daarvan, vindt Roy, is de leraar filosofie Robert Redeker. Deze wordt sinds twee maanden met zijn familie dag en nacht bewaakt. In de krant Le Figaro schreef hij een opiniestuk waarin hij opmerkte dat ’elke moslim groot gebracht is met een boek vol haat en geweld’ en dat de islam ’streeft naar wereldheerschappij’.

„Voor mij is dit je reinste Céline. Hij spreekt alleen maar over de moslims, de islam, alsof er niet talloze vredelievende moslims zijn, alsof de islam niet meer is dan alleen maar radicalisme.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden