Camille van der Harten 1924-2007

Hij was een huisarts met een roeping in Elsloo. Camille van der Harten genoot 36 jaar lang van zijn werk. Na zijn pensionering leerde hij de gezondheidszorg van de andere kant kennen: als patiënt.

De kinderen van Camille van der Harten wisten niet dat een karbonaadje ook sappig kon zijn. Dat kwam doordat de maaltijd altijd moest wachten tot vader er was. Die was letterlijk altijd ’nog even bezig’. Hij was een huisarts van de oude stempel, in het mijnwerkersdorp Elsloo, even boven Maastricht. Waar de mensen alleen naar de dokter gingen als ze werkelijk iets hadden – maar, waar ze ook vaak werkelijk iets hadden.

Camille van der Harten, huisarts in ruste inmiddels, was in maart dit jaar onderwerp van een fotoreportage in Trouw, omdat hij, al in de tachtig, een operatie onderging waarvan je de ingrijpendheid niet over het hoofd kon zien: zijn beide benen moesten worden geamputeerd. Hij had drooggangreen. Met die operatie werd hij van de ene op de andere dag hulpbehoevend. Maar de foto’s die Chris Keulen over een periode van driekwart jaar van hem maakte, tonen een veerkrachtige man die het er niet bij liet zitten. Hij ging zijn nieuwe bestaan te lijf met droge humor en zelfspot. De handgrepen die hij moest leren – hoe je uit een rolstoel op een wc komt, of uit een bed naar een stoel – noemde hij ’apenkunstjes’. „Als u me straks komt wassen, neem dan meteen een nagelschaartje voor m’n tenen mee”, zei hij tegen een verpleegster – die pas doorhad dat het een grap was toen ze buiten stond.

Camille van der Harten was de derde zoon in een Nijmeegs gezin met elf kinderen, in een familie die van oudsher in Eindhoven bier had gebrouwen. Hij was puber en deed eindexamen tijdens de Tweede Wereldoorlog en ontkwam aan de Arbeitseinsatz door, in ruil voor een doos sigaren, een baantje bij Philips te regelen. Maar het bombardement op Nijmegen – een vergissing van de geallieerden, op 22 februari 1944 – stuurde zijn leven een andere kant uit. Hij was die dag in Nijmegen en reed in zijn Opeltje over de St. Annastraat toen de bommen vielen. Hij schoot te hulp. In het stof en de chaos van het bombardement zag hij dode mensen, lichaamsdelen, een voet in een schoen. Vanaf toen wist hij zeker dat hij arts wilde worden. Hij begon al tijdens de oorlog te studeren, maar schreef zich pas in september 1945 officieel in Utrecht in. Zo kwam het dat hij vlot door de studie heen schoot. Hij trouwde en begon een praktijk in Elsloo, in de westelijke mijnstreek.

Dat was niet eenvoudig, vooral de eerste vijf jaar niet. Elsloo had al een huisarts. Een nieuwkomer die niet eens Limburger was, daar zat in het dorp niemand op te wachten. Maar het geheime wapen van Camille van der Harten was zijn charme. Hij investeerde onmetelijk veel tijd in zijn werk. Als er iemand was overleden, kwam Van der Harten ook na een paar maanden nog eens even langs, om te kijken hoe het ging. Hij had tijd voor het verhaal van de mensen. Ook zijn praktijk was er een van de oude stempel: er was een apotheek aan huis en hij deed ook bevallingen – dat vond hij misschien wel het allerleukste. Zijn echtgenote deed alle administratie, draaide de pillen en maakte de zalfjes; de kinderen mochten helpen met het vouwen van poeders. Tegelijk was hij ook modern in zijn aanpak: er diende overleg te zijn tussen wijkverpleging, pastoor, arts en maatschappelijk werk, vond hij.

Hoe het was om aan de andere kant van de lijn te staan, om patiënt te zijn, merkte hij pas na pensionering, toen eerst zijn vrouw ziek werd en overleed en hij later zelf geen gezonde oude dag bleek te zullen hebben. De maagkanker van zijn vrouw zou eerder zijn opgemerkt als elke specialist zich niet tot z’n eigen terreintje had beperkt, meende hij. Het respect, de betrokkenheid en de aandacht die hij zelf voor zijn patiënten had gehad, miste hij bij de jongste generatie, de negen-tot-vijf-artsen.

Na de amputatie van zijn beide benen en een langdurige revalidatie ging Van der Harten begin dit jaar in een appartement in Beek wonen: zo zelfstandig mogelijk. Hij richtte het precies zo in als hij wilde en at in het restaurant beneden.

Het was warm, afgelopen voorjaar. Van der Harten had het er benauwd van. Ach, een beetje vocht, dacht hij. Een beetje decompensatio cordis. Maar dat bleek niet de oorzaak van zijn benauwdheid te zijn. Hij bleek twee agressieve longkankers te hebben. Zo kwam hij een maand geleden terecht in een hospice in Geleen. Hij werd er een opmerkelijke bewoner: met hem kwam een tot de nok gevulde wijnkoelkast het hospice binnen, die de wijn permanent op dertien graden Celsius hield. Hij kreeg veel bezoek; ze aten allerlei hapjes, bitterballen vooral, dronken wijn en spraken over het leven.

Afgelopen zaterdag verslikte hij zich in een slok wijn. Deze keer kwam hij niet uit zijn benauwdheid. De familie begon te waken. Maandagmorgen vroeg eindigde zijn leven.

Camille van der Harten werd op 13 december 1924 in Nijmegen geboren. Hij overleed 13 augustus 2007 in Geleen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden