Calimero

(Trouw)

Wat zou de arme columnist aan de vooravond van een gedenkwaardige dag anders kunnen doen dan over voetbal schrijven? Het probleem is dat bijna alles al is gezegd in die duizenden artikelen. De staat van geluk van Nederland is reeds in cijfers vertaald, evenals de economische groei die een WK-titel zou kunnen veroorzaken.

De speelstijl van Oranje is politiek geduid en de sociologische aspecten van de Oranjekoorts zijn tot op het bot ontleed. Het is al bijna zeker dat de historische betekenis van deze zondag 11 juli 2010 die van de slag bij Heiligerlee of de moord op Willem van Oranje naar de achtergrond zal doen verdwijnen.

Voor voetbalhaters is dit natuurlijk buitenproportioneel maar het collectieve elan waarmee de natie zich op deze finale heeft geworpen blijft hartverwarmend en angstaanjagend tegelijk. Hartverwarmend omdat het de Nederlandse samenleving een ongekende impuls geeft op het gebied van zelfvertrouwen en eendracht. Zeker in een tijd van economische en politieke crises. Voor weinig geld wordt de nationale identiteit krachtig versterkt en het Nederlandse imago in de hele wereld opgekrikt. Angstaanjagend omdat de nationale stemming van maar een paar doelpunten afhangt. Ik wil niet aan de immense kater denken dat (onverdiend) verlies tegen de Spanjolen zou kunnen veroorzaken. Ik zing zondagavond liever met meester Boudewijn de Groot mee: ‘En van de trotse Spanjaard is nimmer meer gehoord, op heel de wijde Noordzee.’ En ook elders in de wereld.

Maar er is toch iets wat mij van het hart moet. Het betreft de hypocriete neiging van velen om onder de helm van Calimero te kruipen. Het land dat vooral niet bij de kleinen wil worden gerangschikt, dat daarvoor de term ‘middelgroot’ heeft verzonnen, wil nu bewondering afdwingen vanwege zijn wereldprestatie die gemeten aan zijn ‘nietige’ aantal inwoners en beperkte afmetingen met de factor tien dient te worden vermenigvuldigd. Drie finales zouden uitzonderlijk zijn voor die ‘zestien miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde’.

Toen Oranje zich in de halve finale ternauwernood kwalificeerde, gebeurde dit tegen een demografische dwerg. Uruguay, het kleinste land van Zuid-Amerika, telde vorig jaar 3.494.382 inwoners. In 1930 en 1950 won Uruguay de wereldtitel, terwijl het net 2 miljoen inwoners telde. In 1992 werd Denemarken Europees kampioen, met achter zich rond de vijf miljoenen Denen. Het ‘nietige’ Denemarken versloeg Duitsland in de finale (2-0) wat het ‘middelgrote’ Nederland op het WK van 1974 niet was gelukt.

En nog iets. Wat het totaal aantal leden van een voetbalclub betreft, is Nederland (met bijna 1,2 miljoen KNVB-leden) de achtste van de wereld (cijfers uit 2006). Regerend wereldkampioen Italië zit op maar 1,5 miljoen. Bijna nergens zijn zoveel voetballers te vinden per hoofd van bevolking. Nederland is dus verhoudingsgewijs een groot voetballand. Zo groot dat straks de gehele wereld zal zeggen: ‘voetbal speel je met 22 mannen, en aan het einde wint Oranje’. Zo niet, bereid dan alvast een nationaal galgemaal: gefrituurde octopus in tomatensaus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden