Café als toevluchtsoord

De nieuwe Prix Goncourtwinnaar speelt in een Corsicaans dorp

In de prijzenregen die elk jaar in de herfst op de Franse boekenwereld neerdaalt geldt de Prix Goncourt al ruim een eeuw als de hoofdprijs. Het geldbedrag is te verwaarlozen, maar een verkoop van ettelijke honderdduizenden exemplaren is verzekerd.

Vooral vanwege dit commerciële belang maakt de Franse pers regelmatig melding van een milde zwavelgeur rond 'de Goncourt'. De jury bestaat namelijk altijd uit hetzelfde kringetje: de gecoöpteerde leden van de Académie Goncourt. Zij zijn zelf schrijver, en voor de Franse uitgevers biedt dat mogelijkheden. Wie in de jury zit wordt naar verluidt door zijn uitgever nog wel eens in de watten gelegd met een mooie uitgave van eigen werk, of krijgt een leuke klus toegestopt. Aan het prestige van de prijs doet dit alles niets af. Het bekroonde boek geldt doorgaans een aantal jaren als een boegbeeld van de Franse letteren.

Toch kun je regelmatig een vraagteken plaatsen bij de kwaliteit van het winnende werk. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het elegante, maar narcistische niemendalletje 'Trois jours chez ma mère', van de in België geboren François Weyergans, of aan het sentimentele en voorspelbare 'Steen van geduld' van Atiq Rahimi. 'Drie sterke vrouwen' van Marie Ndiaye en 'De welwillenden' van Jonathan Littell waren daarentegen terechte winnaars.

Vorig jaar viel de keuze op 'De preek over de val van Rome', van Jér¿me Ferrari. Ik zou het classificeren als een mooie middenmoter. Gelukkig is het algemene niveau van de Franse literatuur nog steeds zo hoog dat een mooie middenmoter prettige lectuur oplevert.

Rode draad in het boek zijn de lotgevallen van twee jonge Corsicanen, Matthieu Antonetti en Libero Pintus, die in Parijs filosofie zijn gaan studeren. Zij keren naar hun geboorte-eiland terug om er een verlopen dorpscafé nieuw leven in te blazen. Dat lukt het vindingrijke tweetal aanvankelijk wonderwel, totdat rivaliteit, diefstal en testosteron roet in het eten gooien.

Dat lijkt een wat beperkt gegeven, maar aan dit klassieke relaas van opkomst en ondergang weet Ferrari (zelf in 1968 op Corsica geboren) een kritisch-liefdevolle beschrijving op te hangen van het leven en de mentaliteit op het Île de la Beauté. De familiebanden zijn er sterk, en dat biedt de gelegenheid om Matthieu's belevenissen te verweven met die van zijn ouders, van zijn zuster Aurélie, die als archeologe werkt in Algerije, en van zijn grootvader in de Tweede Wereldoorlog en in het tot de ondergang gedoemde Franse koloniale rijk.

Het bestaan op Corsica is hard, met de traditionele mijlpalen van geboorte, huwelijk en dood. Ziekte treft de mensen als een ramp. "Elke genezing verwelkomden ze als een wonder waarvan je niet moest hopen dat het zich zou herhalen, want niets raakt zo snel opgebruikt als het onwaarschijnlijke medelijden van God."

Mooi maakt Ferrari duidelijk hoe het café in 'een gebied dat werd geteisterd door kou en seksuele armoe' uitgroeit tot een toevluchtsoord voor ieder die snakt naar wat geestelijke lucht en tolerantie. Zelfs in de winter. "Je komt niemand meer tegen in de straten van het dorp, een paar dagen waait er in de schemering een warme wind uit zee vlak voordat de laatste levenden in mist en kou worden gehuld. 's Nachts glanst de weg door de rijp, alsof hij bezaaid ligt met edelstenen. Maar het café was altijd stampvol."

De titels van de hoofdstukken zijn citaten uit 'De Civitate Dei' van Augustinus, op het eerste gezicht verrassend voor een boek over een dorpskroeg. Dat is geen koketterie: niet voor niets studeerden Matthieu en Libero filosofie voordat zij het café overnamen. Laatstgenoemde specialiseerde zich in het denken van de kerkvader. De citaten maken ook duidelijk dat verhalen over de ondergang van wat de mens heeft opgebouwd van alle tijden zijn.

Ferrari's verzorgde zinnen, die regelmatig meer dan een bladzijde beslaan, kronkelen als Corsicaanse bergpaadjes, en het is een genoegen daarover te dwalen. Eén kleine waarschuwing: je moet wel bestand zijn tegen de ongewone dosis uitleg die de schrijver aan de lopende band verstrekt.

Jér¿me Ferrari: De preek over de val van Rome. Uit het Frans vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. De Bezige Bij, Amsterdam; 248 blz. euro 18,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden