Caesar en Delon worden niet ouder; zij rijpen

Misschien is het wel Alain Delons allerlaatste filmrol, de rol van Julius Caesar in de filmversie van ’Asterix en de Olympische Spelen’ in 2008, deze zomer te zien in het Delon-retrospectief in het Filmmuseum. In een interview vertelde de 75-jarige acteur dat hij dit aanbod niet had kunnen weigeren. Hij had in 1997 na een boel bar slechte films zijn filmcarrière aan de wilgen gehangen, maar ’als Julius Caesar mijn laatste rol is, zou dat alleen maar prachtig zijn’, aldus een lachende Delon, die voor zijn rol meer dan een miljoen euro kreeg, en dus ook nog een andere goede reden had om dit aanbod niet te weigeren.

Nu zijn we Alain Delon heus ook nog niet vergeten. En op papier is hij inderdaad de ideale vertolker van ’veni-vidi-vici’ Julius Caesar, die van Goscinny in deze aflevering van zijn strip alleen een wolkje tekst krijgt in het allerlaatste plaatje, maar die daar makkelijk mee wegkomt. Caesars gewicht wordt weerspiegeld in de houding van de twee Romeinse atleten die hun gewonnen gouden lauwerkransen naar hem opheffen. Beiden maken de borst breed en de rug recht, terwijl ze door de Onzichtbare Almachtige tot centurion en tribuun worden bevorderd. Waren ze niet met die lauwerkransen naar Rome gekomen dan had hij ze laten vierendelen, of voor de leeuwen geworpen. Je ziet het aan die gespannen borsten.

De Julius Caesar van Goscinny is ziekelijk ijdel, heerszuchtig en sluw en kijkt niet op een mensenleven meer of minder. Typisch een rol voor de oude Alain Delon, zullen de filmmakers gedacht hebben. Die was ooit heel mooi, beroemd en machtig, en speelde meestal de kille moordenaar, wat hij in het echte leven misschien ook wel was.

In de film zien we eerst Delons staalblauwe ogen en dan pas de rest. Voordat we daarvan zouden kunnen schrikken (dikke rimpels) spreekt Delon ons al tegen. In de derde persoon: ’Caesar wordt niet ouder; hij rijpt’, stelt hij zelfgenoegzaam vast. ’Zijn haren verbleken niet, ze worden alleen maar lichter.’ (...) ’Hij is een jachtluipaard, een samoerai. Hij is niemand iets verschuldigd, niet Rocco, niet de clan van Sicilianen. Avé moi!’ Huh, waar heeft de grote Romeinse keizer het nu over?’

Het weerzien met Delon is fijn, na zoveel jaar, maar hilarisch wordt het niet, dat melige zinspelen op eerdere rollen. Het was altijd meer charisma dan techniek bij Delon, typisch een acteur die een sterke regisseur nodig heeft. Zijn net wat te vette spel in deze – misschien wel laatste – filmrol doet vermoeden dat de makers zich tot hem verhielden als de atleten tot Caesar. De Keizer prijs je, je spreekt hem niet tegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden