Buurt

Twee jaar geleden verhuisde ik naar de Amsterdamse Rivierenbuurt. Dit stadsdeel, in 1915 door Berlage ontworpen, werd in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw aangelegd. De buurt be-staat overwegend uit sobere bakstenen woonblokken in de stijl van de Amsterdamse School. Het geheel oogt eenvormig, maar in detail vertonen de huizen een verrassende diversiteit. Schuine daken worden afgewisseld met platte. Uit de gevels springen nu eens ovale, dan weer driehoekige erkers. Vensters en portalen verschillen onderling al evenzeer.

Carl Friedman

Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) had gespannen verwachtingen van de wijk. Hij meende dat er een nieuwe tijd aanstaande was, een tijd van socialisme en harmonie, een tijd van rechtvaardigheid en wereldvrede. Zijn plan voor de Rivierenbuurt liep op deze veelbelovende tijd vooruit. De Rivierenbuurt, zo heette het, moest het menselijke verkeer tot een hoger peil verheffen. De visionaire architect kon niet vermoeden dat de gebeurtenissen een andere loop zouden nemen. Negen jaar na zijn dood doken er in zijn kunstig ontworpen straten Duitse politiemannen op, die gewapend jacht maakten op joden. Bijna een derde van de bevolking van de Rivierenbuurt was toen joods. Anne Frank, David Koker en Jacques Presser waren slechts enkelen van de zeventienduizend joden die er woonden. Bij de grote razzia van 20 juni 1943 werden de meesten uit hun zonnige erkers verdreven. Dertienduizend vonden ver van de Rivierenbuurt de dood.

Wetenschap hiervan bleef de bouwmeester bespaard. Hij werkte met groot idealisme aan de verwerkelijking van zijn droom: een stadsdeel waarin zowel mensen uit de middengroepen als 'geschoolde arbeiders' zich zouden thuisvoelen. Veel vertrouwen in deze arbeiders schijnt Berlage niet te hebben gehad. Om het zekere voor het onzekere te nemen ontwierp hij de keukens van de voor hen bestemde huizen benauwend klein. Zo dwong hij de bewoners te breken met hun gewoonte om in de keuken te eten. Arbeiders moesten de maaltijd nuttigen in de kamer, net als echte mensen. En om te voorkomen dat Mien en Sjaan hangend uit de vensters met elkaar van gedachten zouden wisselen, zoals het in volksbuurten gebruikelijk was, maakte hij de ramen smal en hoog. Wie met de buren wilde praten, vond Berlage, moest maar bij hen op visite gaan. Blijkbaar achtte hij arbeiders die in de keuken hun brood kauwden en elkaar uit de ramen toeschreeuwden niet in staat tot het fijnzinnige menselijke verkeer dat bij het nieuwe tijdsgewricht hoorde. Hij beschouwde het als zijn plicht hen op te voeden.

Tegenwoordig ligt de buurt er sjofel bij. De straten en trottoirs, die iedere ochtend door mannen van de reinigingsdienst worden schoongeveegd, zijn steevast iedere middag weer smerig. Veel woningen bieden een verloederde aanblik. Steeds vaker doen de balkons dienst als schuurtje. Achter de balustrade bevindt zich alles wat binnenskamers ongewenst is: drogend wasgoed en volle vuilniszakken, maar ook beschimmelde matrassen, kapotte televisie-toestellen en andere gehavende huisraad. Door de open ramen davert oorverdovend kabaal uit geluidsversterkers. Salsa, house en André Hazes klinken om het hardst.

Midden in de wijk troont een standbeeld van Berlage. Zijn gezicht is gekeerd naar het Victorieplein. Daar werden in de oorlogsjaren, toen het nog Daniel Willinkplein heette, de joden bijeengedreven voor transport. Nu hangen er daklozen rond, die bier drinken en die de geleegde flessen in het plantsoen achterlaten. Arme Berlage. Hij zou zich de haren uit het hoofd willen rukken. Hij zou willen schreeuwen. Maar schreeuwen mag niet, hij heeft het zelf verboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden