Buurtterreur? Niets gezien

Pas toen ze vorig jaar de Utrechtse wijk Terwijde ontvluchtten, barstte de publieke verontwaardiging los. Maar Hans van Gemmert en zijn partner Ton Daalhuizen hadden toen al zeven keer aangifte gedaan van discriminatie, vernieling en openlijke geweldpleging. Wat kan worden gedaan tegen zulke buurtterreur?

'Onvoldoende inspanningen'. Zo beoordeelde het gerechtshof in Arnhem twee weken geleden de maatregelen die de politie en het Openbaar Ministerie hebben genomen naar aanleiding van de herhaaldelijke klachten van Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen. Het stel was vorig jaar slachtoffer van scheldpartijen, vernielingen en zelfs een - volgens hen opzettelijke - aanrijding. Schuldig is volgens de twee een groep Marokkaans-Nederlandse jongeren die al langer de Utrechtse wijk Terwijde teistert. Uiteindelijk zag het stel zich gedwongen hun huis te verkopen (zie reconstructie hieronder).

Van Gemmert en Daalhuizen voelden zich niet gesteund door de politie. "Na onze aangiftes is de communicatie van de politie minimaal geweest. Op een gegeven moment denk je: gebeurt er nog wel wat?"

De twee vroegen het gerechtshof in Arnhem om de daders alsnog te vervolgen en kregen gedeeltelijk gelijk. De politie had meer kunnen doen, aldus het gerechtshof. Bijvoorbeeld bij een aanrijding tussen Van Gemmert en twee jongens uit de groep. De jongens reden volgens Van Gemmert met opzet achteruit tegen hem op. De jongens zeggen dat ze plotseling moesten remmen (zie inzet). Waarom zijn de twee jongens niet als verdachte of getuige gehoord? Waarom is er geen zinvol buurtonderzoek gedaan? Het gerechtshof zei echter ook dat vervolging nu, na bijna twee jaar, geen zin meer heeft.

De vraag is of de politie haar werk niet heeft gedaan, of dat ze machteloos stond. Het eerste, zegt het gerechtshof. Politie en OM verweren zich: de politie heeft meer gedaan, maar dit niet in het rapport gezet of aan het weggepeste stel gemeld. Het dossier waarop de uitspraak is gebaseerd was onvolledig, blijkt nu.

Maar ook uit wat wél in het dossier staat blijkt de machteloosheid van de politie. Wanneer de politie verdachten verhoorde, hun ouders aansprak of buurtonderzoek deed, leverde dit niets op. Verdachten ontkennen, ouders eveneens, buurtbewoners hebben niets gezien. Het leidt tot de vraag: wat kunnen politie en justitie eigenlijk doen tegen dergelijke buurtterreur?

Strafrechtelijk gezien weinig, zegt Susanne Terporten van het Openbaar Ministerie in Utrecht. "Banden lek steken, stenen tegen de ruit gooien; het gaat om relatief kleine vergrijpen, die in een vloek en een zucht zijn gebeurd. Iemand moet toevallig iets hebben gezien of gehoord. Het is een factor geluk die meespeelt in dit soort zaken."

Toch, ook al zit dat geluk even niet mee, kan de politie meer doen behalve handhaven, zegt Jaap Timmer, lector veiligheid aan Hogeschool Windesheim in Zwolle. "De politie kan de sociale omgeving inschakelen. Zo mag ik hopen dat er flinke gesprekken zijn gevoerd met de ouders. Maar wat ook goed werkt is praten met de geestelijk leider, in dit geval de imam. Die speelt een sterke morele rol. Als je pech hebt zegt die ook: gooi alle homo's van de flat, maar dat is praktisch nooit het geval."

Een dergelijke aanpak heeft echter zijn grenzen, geeft Timmer toe. "Als mensen écht kwaad willen en ze zijn een beetje snugger, dan lukt het ze ook." Volgens Timmer is het echter een misvatting om te denken dat dergelijke problemen via strafrechtelijke weg uit de wereld geholpen kunnen worden. "Het strafrecht is niet bedoeld om de hele samenleving tot in de puntjes te reguleren. Er ligt daar een verantwoordelijkheid voor de sociale omgeving."

In de zaak rond het weggepeste homostel klaagt de politie echter juist dat die omgeving niet meewerkt. Timmer: "Tja, als 'de buurt' niet bestaat en de incidenten stapelen zich op, dan moet je als overheid je tanden laten zien. Hang camera's op, desnoods ga je als politie posten. Doe je dat niet, dan is het een vrijbrief voor die jongens om verder te gaan. Want wie is de baas op straat? Ik dacht de overheid."

Uiteindelijk is dat in Utrecht ook wel gebeurd, zegt Terporten. "Nadat de twee vertrokken zijn, werd een Marokkaans gezin het doelwit van de groep. Hun auto werd in de fik gestoken, er is ingebroken. Uiteindelijk konden we daar een concrete verdachte traceren. Het gezin van de verdachte hebben we toen uit huis geplaatst." Helaas, zegt Terporten, was er bij de aangiftes van Van Gemmert en Daalhuizen te weinig bewijs om tot dergelijke ingrijpende maatregelen over te gaan.

Maar sterkere maatregelen hebben niet altijd zin. Het Marokkaanse gezin had weinig aan de uithuisplaatsing van hun belangrijkste belagers. Anderen namen het treitergedrag over. Ook het Marokkaanse gezin besloot daarop de wijk te verlaten.

Reconstructie
Zondag 30 augustus 2009

'Homo!', klinkt het vanuit een groepje Marokkaans-Nederlandse jongeren, als Hans van Gemmert en zijn partner Ton Daalhuizen thuiskomen nadat ze hun twee honden hebben uitgelaten. De twee hoorden de jongens al wel vaker smoezen en lachen als ze langskwamen, maar zo openlijk als nu was de vijandigheid nooit. Boos loopt Van Gemmert met zijn hond op het groepje af om tekst en uitleg te vragen, maar dan blijft het stil. Hij stapt naar de ouders van enkele van de jongens; die zeggen dat hun kinderen niets gedaan hebben.

Als Van Gemmert onverrichter zake huiswaarts keert, klinkt het nog eens: 'Homo!' 'Ik voelde me op dat moment ontzettend getreiterd en gediscrimineerd', tekent de politie op 10 september op uit de mond van Van Gemmert, wanneer hij aangifte doet van discriminatie. Twee weken later doet ook Daalhuizen aangifte van het schelden.

Dan heeft de politie al twee van de jongens uit het groepje op het bureau ondervraagd. Een derde horen ze na de aangifte van Daalhuizen.

De eerste twee 16-jarige jongens vertellen een ander verhaal dan Van Gemmert en Daalhuizen. Volgens de eerste jongen stonden ze inderdaad met een groepje - vooral twaalfjarige - jongens. 'Door iemand uit de groep werd 'homo's' geroepen. Ik weet niet wie'. De jongen zegt wel dat de groep bang was voor de hond van Van Gemmert.

De tweede jongen zegt dat er helemaal niets geroepen is. 'Wij zeiden dat we echt niet wisten waarover hij het had'. Beide jongens verklaren niets tegen homoseksuelen te hebben. 'Ik begrijp wel dat die mannen zich gediscrimineerd voelen', zegt de eerste. Daarmee is de zaak afgedaan.

Maandag 19 oktober 2009,

rond middernacht

Een buurman van Van Gemmert en Daalhuizen attendeert de twee erop dat alle vier de banden van hun Nissan Micra zijn lekgestoken. Ze lopen naar buiten, en bellen de politie om aangifte te doen.

Die stelt de volgende avond een buurtonderzoek in. Misschien hebben omwonenden iets gezien? Twee agenten gaan zestien huizen langs. Een van de agenten loopt tijdens het onderzoek langs de auto, waarvan de banden nog steeds plat zijn. Hij ziet iets op de motorkap; 'HOMO', staat er met grote letters ingekrast. De uitkomst van het onderzoek: niemand in de buurt heeft iets gezien of gehoord.

Maandagavond 8 februari 2010

Van Gemmert en Daalhuizen zitten thuis op de bank televisie te kijken. Opeens klinkt er een knal; er komt met flinke vaart iets tegen de ruit aan. De twee zien niets in het donker. De volgende ochtend wel; schade aan de pui, en in de tuin ligt een steen met kruitresten. Van Gemmert denkt dat er vuurwerk om een steen is gebonden, en doet aangifte.

Dinsdag 16 maart 2010

Als Daalhuizen 's avonds thuiskomt blijkt dat de achterruit van zijn Volvo is vernield. Om half één 's nachts doet hij aangifte. Hoewel, noteert de dienstdoende agent, de politie bij eerdere aangiftes 'geen maatregelen heeft genomen', aldus Daalhuizen. 'Wij voelen ons niet meer erg serieus genomen.'

Zaterdag 8 mei 2010

Daalhuizen wandelt over straat met zijn hond. Hij loopt langs een auto, waarin enkele jongens zitten uit de groep die hem en zijn vriend vaker heeft getreiterd. Ditmaal is het niet anders. 'Homo! We weten waar je woont'. In eerste instantie wil Daalhuizen doorlopen, maar hij bedenkt zich en gaat verhaal halen bij de jongens, die uitstappen. 'Wat heb ik misdaan?', vraagt Daalhuizen. De hond springt tegen een van de jongens op, die schrikt. 'Ik vermoord deze vent', roept hij. Daalhuizen doet aangifte van bedreiging met de dood.

Vrijdag 4 juni 2010

Van Gemmert wil de straat uitrijden met zijn Nissan. Voor hem rijdt eveneens een Nissan. De auto rijdt langzaam, tergend langzaam, volgens Van Gemmert. De voorste auto staat stil. Het volgende moment ziet Van Gemmert de auto in volle vaart achteruit rijden, de achterbumper raakt zijn voorkant. Hij stapt uit, twee jongens eveneens. Van Gemmert vraagt waarom ze tegen hem zijn aangeknald, maar de jongens ontkennen. 'We moesten remmen. Jij bent tegen ons opgeknald.'

Van Gemmert belt de politie. De jongens beginnen daarop volgens Van Gemmert te schelden. 'Ik heb een hekel aan homo's. Dood aan alle homo's.'

Als de twee agenten arriveren, treffen ze het volgende tafereel aan, aldus het politierapport. 'Wij zagen dat Daalhuizen (hier bedoelen ze Van Gemmert, red.) met tranen in zijn ogen en met kippevel op zijn armen stond. Wij zagen dat hij zijn frustratie en woede moest inhouden, vanwege de maandenlange treiterijen.'

De agenten schrijven het verhaal van zowel Van Gemmert als de twee jongens op, en sturen de laatsten naar huis. 'Wij, de verbalisanten, hebben de jongens weggestuurd, omdat wij bewijstechnisch niets konden uitrichten. Hierop hebben we proberen uit te leggen (aan Van Gemmert, red.) dat we gevoelsmatig zijn verhaal kunnen volgen, maar dat we niet iets daadwerkelijk kunnen betekenen voor hem.'

De dag daarop doet Van Gemmert aangifte van het ongeval. Ondanks, zegt hij tegen de dienstdoende agent, dat hem de dag ervoor door de politie duidelijk is gemaakt dat aangifte doen zinloos is, omdat er geen getuigen waren.

Ten slotte zegt Van Gemmert in de aangifte: 'Nu hebben ze het voor elkaar. We staan met onze rug tegen de muur en hebben geen rust meer in ons lijf. Hierom hebben we onze woning te koop moeten zetten.'

Dinsdag 8 juni 2010, kwart voor twee 's middags

Twee agenten doen een buurtonderzoek, om te kijken of iemand iets heeft gezien van de aanrijding de vrijdag ervoor. Het is stil in de Vinexwijk; bij de meeste van de veertien huizen waar ze aanbellen is niemand thuis. Degenen die wel opendoen, hebben niets gehoord of gezien.

Woensdag 5 januari 2011

De politie verhoort telefonisch een van jongens die volgens Daalhuizen bij het incident van 8 mei betrokken zou zijn. Het wordt een kort gesprek. De jongen zegt van niets te weten, van niks getuige te zijn. 'Ik kom niet naar het politiebureau. Ik wil niets met de politie te maken hebben.'

Politie nam maatregelen, maar zette ze niet allemaal in het dossier
Het politiedossier, waarop onderstaande reconstructie is gebaseerd, vertelt niet het hele verhaal, zeggen de Utrechtse politie en het Openbaar Ministerie. Er is een aantal andere maatregelen genomen, die niet in het dossier zijn gekomen omdat ze geen resultaat hebben gehad.

Achteraf gezien is het onhandig dat het dossier niet volledig was, zegt Susanne Terporten van het Openbaar Ministerie Utrecht. "Het was beter geweest als alle maatregelen in het dossier hadden gezeten dat naar het gerechtshof is gestuurd."

Nu heerst er onduidelijkheid over wat de politie daadwerkelijk heeft gedaan. De Utrechtse gemeenteraad eiste daarom vorige week donderdag 'volledige openheid' van burgemeester Wolfsen. Politie en het OM zijn bezig met een volledig overzicht van de genomen maatregelen om Van Gemmert en Daalhuizen te beschermen. Dat overzicht wordt pas eind augustus aan de gemeenteraad gepresenteerd.

Terporten wil, vooruitlopend op het overzicht, wel vast kwijt dat er onder andere cameratoezicht is geweest, van 14 mei 2010 tot in september. Het veelgeplaagde stel had daar echter geen weet van, en heeft nooit een camera gezien. Er is dan ook geen officiële toestemming gevraagd aan de rechter-commissaris om de camera op te hangen. De beelden hebben nooit enig bewijs opgeleverd.

Daarnaast zouden er 'stevige gesprekken' zijn gevoerd met acht of negen jongens en hun ouders. Ook zou er onderzoek zijn gedaan naar de auto waarmee de aanrijding zou zijn veroorzaakt.

Inmiddels heeft het OM een gesprek gehad met Van Gemmert en Daalhuizen. Die waren 'niet onder de indruk' van de extra maatregelen, aldus de eerste. "Maar ze hadden het best kunnen communiceren. Misschien had dat ons iets meer vertrouwen gegeven in de politie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden