Butoh, de dans van de sombere ziel

Kaalgeschoren hoofden, wit bepoederde lichamen in ¿Kagemi¿ van dansgroep Sankai Juku. (FOTO SANKAI JUKU) Beeld
Kaalgeschoren hoofden, wit bepoederde lichamen in ¿Kagemi¿ van dansgroep Sankai Juku. (FOTO SANKAI JUKU)

In de tranceachtige bewegingen van de butoh drukt het lichaam niet zozeer schoonheid uit, maar vooral verborgen driften en angsten.

Sander Hiskemuller

Grote witte lotusbladeren hangen boven het podium, als een laag kroos op een wateroppervlak. Onder dat witte lotusdek bewegen de zeven dansers van Sankai Juku soms contemplatief, dan weer alsof ze door de tegengestelde krachten uit elkaar worden getrokken – vechtend tegen de elementen, maar er tegelijk deel van uitmakend. In zeven scènes kaatsen ze tussen de kantlijnen van leven en dood; met zand, water, as en bloed als residu van hun bestaan.

De Japanse, maar sinds 1983 in Parijs residerende butohgroep Sankai Juku is de komende dagen te gast in het Amsterdamse Muziektheater met ’Kagemi – Beyond the Metaphors of Mirrors’ van artistiek leider en choreograaf Ushio Amagatsu. Kaalgeschoren hoofden, wit bepoederde lichamen, groteske, tranceachtige bewegingen die soms in een tergend langzaam meditatief traject worden ingezet.

Hoe vervreemdend en bijna buitenaards de beelden van deze theatervorm ook mogen zijn, de expressionistische theatervorm die de Japanners brengen – butoh – heeft een grote, wellicht te weinig onderkende, invloed gehad op nieuwe generaties westerse dansmakers. Er is geen andere bewegingsvorm die zo rigoureus heeft afgerekend met de hegemonie van perfectie, de schoonheidsstandaard in de dans, om daar de esthetiek van het imperfecte, de gruwel en het duister tegenover te zetten. Het bewegende lichaam is niet meer louter een instrument voor virtuositeit en schoonheid, maar wordt gebruikt als spiegel van de getormenteerde ziel.

Butoh ontstond in de late jaren vijftig in Japan, waar de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki de postfeodale maatschappij niet alleen ontwrichtten, maar ook een definitief bewijs leverden dat de mens in staat is tot ultieme vernietiging. Ankoku butoh, zoals de theatervorm voluit heet, betekent dan ook ’dans der duisternis’, of ’dans van de sombere ziel’.

Dansmakers als Tatsumi Hijikata (1928-1983) waren al voor de oorlog in aanraking gekomen met de Ausdrucktanz van de Duitse choreografe/danseres Mary Wigman, wier wilde demonendansen uit de jaren twintig uiting hadden gegeven aan de verscheurde ziel van Europa in het Interbellum. Daar zocht butohvoorman Hijikata een vorm voor die puur Japans was en die het lichaam toestond ’voor zichzelf te spreken’: met elementen uit de traditionele Japanse theatervormen noh en kabuki en door middel van onbewuste, geïmproviseerde beweging; een waarachtige, ritualistische en aardse dansvorm, in een amalgaam van beeldende kunst, mime, dans en performance. Daarin kreeg de theatrale filosofie van de Franse toneelvernieuwer Antonin Artaud een centrale rol. Zijn ’Theater van de wreedheid’ stond collectieve ’shockeffecten’ voor die het publiek met zijn verborgen emoties en driften zou confronteren.

Hijikata vergeleek de esthetiek die hij met deze vroege butoh voor ogen had met een oud vrouwtje dat met gekromde rug met een zware baal rijst op haar schouders tegen de wind in ploetert. Dé butohpose bij uitstek is dan ook een geknakt lichaam met inwaarts gedraaide voeten, met weggedraaide ogen waarbij alleen het wit van de oogbol is te zien; letterlijk de blik naar binnen gericht, de volle focus op waar de verborgen driften en angsten huizen.

De eerste butohvoorstellingen ontketenden ongekende schandalen. Geïnspireerd op schrijvers als Yukio Mishima, Jean Genet en De Sade liet Hijikata zich leiden door een fascinatie voor wreedheid en geweld, in samenhang met seksualiteit. Bij de conceptie wordt immers al de kiem gelegd voor het versterf, zo was de filosofie. In de vroege butoh worden de angst en de vertwijfeling over vergankelijkheid en verval op buitensporige wijze geuit. Zo suggereerde Hijikata in zijn schandaalstuk ’Kinjiki’ uit 1959, gezien als de allereerste butohvoorstelling, geslachtsgemeenschap tussen een jongen en een kip. Na ’de daad’ werd de kip tussen zijn dijen geplet en toonde een tegenspeler (Hijikata zelf) seksuele begeerte voor de jongen.

Hoe grotesk en pervers de eerste butohvoorstellingen ook waren, in de vijftig jaar dat de dansvorm nu bestaat heeft de vorm zich in alle richtingen ontwikkeld. Ushio Amagatsu van Sankai Juku heeft de vorm esthetisch uitgebouwd tot oogstrelende en niet zo zeer confronterende als wel meditatieve theaterervaringen - op het gepolijste af. Van Artauds ’Theater van de wreedheid’ is weinig overgebleven. Onmiskenbaar butoh in ’Kagemi’ is desalniettemin het langgerekte tijdsverloop van de niet-verhalende handeling waarmee uitdrukking wordt gegeven aan een kwellende persoonlijke queeste in een onbarmhartige wereld. De uniforme presentatie van de dansers met typerende kale hoofden en wit geschminkte gezichten, ontleend aan de maskers uit het klassieke nohtheater, accentueren het tranceachtige karakter van de butoh. Het publiek wordt – ook in de zeer toegankelijke ’witte’ butohvorm – onderdeel van een welhaast transcendente theaterervaring.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden