Opinie

'Bussemaker heeft geen oog voor financiële nood mobiele student'

"De Nederlandse jongere zelf is dé drijvende kracht achter internationalisering", erkent Bussemaker. Beeld anp

SOFIE VAN HEIJNINGEN   Nederlanders die in het buitenland studeren, verdienen meer financiële steun. Dat is ook in het belang van de kenniseconomie, betoogt studente Sofie van Heijningen.

Wat hebben Frans Timmermans (eurocommissaris), Paul Polman (CEO Unilever) en Wiebe Draijer (voorzitter van de Sociaal-Economische Raad) met elkaar gemeen? Alle drie vervullen zij topfuncties in Nederland, maar daarnaast hebben zij ook allemaal in het buitenland gestudeerd. Mobiele studenten, die hun studietijd in het buitenland doorbrengen, zijn belangrijk voor de Nederlandse kenniseconomie. Toch loopt Nederland op dit terrein achter, beseft minister Jet Bussemaker, die vlak voor het zomerreces haar Kamerbrief over internationalisering publiceerde.

Internationalisering van het hoger onderwijs is essentieel voor het Nederlands verdienvermogen van de toekomst. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) meldde vorig jaar dat de kleine, open Nederlandse kenniseconomie de komende jaren meer zal leunen op 'kenniscirculatie'. De internationale uitwisseling van studenten schiet zodanig tekort dat de WRR spreekt van een 'problematische' situatie. De Nuffic, de uitvoerende instantie van het ministerie voor internationalisering, sluit zich hierbij aan. Het aantal Nederlandse studenten in het buitenland noemt de Nuffic 'teleurstellend'.

Mobiele studenten
Het scholarship-programma gefinancierd met zo'n vijf miljoen euro, het belangrijkste plan uit de Kamerbrief van minister Bussemaker, zou een eerste stap kunnen zijn naar het inhalen van deze achterstand op internationalisering. Helaas lijken de beurzen van de minister in hun huidige vorm voorbij te gaan aan de groep die daadwerkelijk ondersteuning nodig heeft: de Nederlandse mobiele studenten.

De scholarships die het ministerie wil uitgeven, zijn 'primair' bedoeld voor buitenlandse studenten die naar Nederland komen. Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan kunnen in aanmerking komen, maar zijn geen prioriteit. Een onbegrijpelijke keuze, aangezien het juist de uitgaande mobiliteit is die achterblijft. Uit de publicatie Kerncijfers OCW (2014) blijkt dat de Nederlandse uitgaande mobiliteit de afgelopen tien jaar nauwelijks is gegroeid. Dit in tegenstelling tot het percentage buitenlandse studenten in Nederland, dat in diezelfde periode verviervoudigd is tot zo'n negen procent van de totale studentenpopulatie.

Financiële nood
De focus van de minister op de kleine groep inkomende buitenlandse studenten is onverklaarbaar vanuit economisch perspectief. Het CPB schat dat van alle internationale studenten 19 procent in Nederland blijft. Een studie uit 2006 laat zien dat 70 procent van alle Nederlandse studenten met een voormalige 'Talentenbeurs' terugkomt naar Nederland. Onderzoek van Nederlandse Wereldwijde Studenten (NWS) uit 2011 bevestigt dat het overgrote deel binnen vijf jaar terugkeert.

Minister Bussemaker heeft geen oog voor de financiële nood bij Nederlandse mobiele studenten. Buitenlandse collegegelden kunnen rond de tienduizenden euro's liggen en studenten kunnen komende jaren niet meer rekenen op de basisbeurs. Bij belangenorganisatie NWS beklagen studenten zich dat ze hun studie moeten stoppen door geldgebrek. In extreme gevallen komen Nederlandse studenten door de zeer zware selectie bij topuniversiteiten, zoals Oxford, maar moeten om financiële redenen deze gouden kans laten lopen.

"De Nederlandse jongere zelf is dé drijvende kracht achter internationalisering", erkent Bussemaker. De huidige tunnelvisie van de minister op internationalisering is dan ook niet alleen betreurenswaardig voor studenten, maar voor alle Nederlanders. Een gemiste kans voor internationalisering, en daarmee voor houdbare groei van onze internationaal georiënteerde kenniseconomie.

Sofie van Heijningen: studeerde dit jaar af aan de Universiteit van Cambridge en bereidt nu haar master voor aan UCL in Londen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden