Bush ligt steeds meer onder vuur over Irak-beleid

President Bush ’liegt’ over de ernst van de situatie in Irak, zegt Watergate-journalist Bob Woodward zijn nieuwste boek.

Ook Bob Woodward is om. Na twee vrij positieve boeken over de regering-Bush en haar ’oorlog tegen de terreur’, schetst hij in ’State of Denial’ (Staat van Ontkenning) een ontluisterend beeld van het Witte Huis.

Dat is vijf weken voor tussentijdse verkiezingen voluit in de verdediging gedrongen door Woodwards claim dat president Bush bewust een verkeerd beeld schetst van het geweld in Irak. Volgens de verslaggever van de Washington Post, die begin jaren zeventig het Watergate-schandaal aan het licht hielp brengen, bestaat „er een enorm verschil tussen wat het Witte Huis weet en wat het publiekelijk zegt’’.

Bush houdt in redevoeringen vol dat de situatie in Irak volgend jaar beter wordt, terwijl er rapporten van de legerleiding op zijn bureau liggen, die zeggen dat het geweld alleen maar erger wordt. Maar die krijgen het stempel ’geheim’.

Generaal John Abizaid, die Irak en Afghanistan coördineert, merkt in het boek op: „De oorlog loopt niet zoals het naar de buitenwereld toe gebracht wordt. Het is een mislukte politiek, die gewikkeld is in allerlei schijnbeelden.’’

Het boek bevestigt eerder verhalen over diepe verdeeldheid in het Witte Huis. Tot twee keer toe zou de stafchef van het Witte Huis Bush onder druk gezet hebben om defensieminister Rumsfeld te ontslaan. Hij zou zelfs de steun van first lady Laura Bush hebben gekregen, maar Bush weigerde.

CIA-directeur George Tenet zou twee maanden voor 9/11 het Witte Huis bezocht hebben om ernstig te waarschuwen voor een aanval van Al-Kaida. „Dit wordt de grote’’, zou hij hebben gezegd. Nationaal Veiligheidsadviseur Rice poeierde hem af.

Bush komt, anders dan in de twee eerdere boeken, over als een zwakke leider. Hij heeft zijn team niet onder controle en vraagt nooit door. Het enige wat adviseurs hem vertellen zijn „wat optimistische verhalen, opgeklopt goed nieuws en dat iedereen het naar zijn zin heeft’’.

Bush zou vooral vertrouwen op Henry Kissinger, minister van buitenlandse zaken onder de presidenten Nixon en Ford. Kissinger meent dat Amerika de Vietnam-oorlog militair gewonnen hadden, maar toch aan het kortste eind trok omdat de binnenlandse steun wegviel. „Laat dat niet opnieuw gebeuren. Geef geen duimbreed toe’’, zou Kissinger Bush adviseren.

Het boek kon niet op een slechter moment komen voor Bush. Amerika koerst af op tussentijdse verkiezingen, waarin het Witte Huis het vooral van de ’oorlog tegen de terreur’ moet hebben. Woodward ondermijnt het idee dat die strijd bij Bush in goede handen is.

’State of Denial’ komt bovendien een week nadat een geheim rapport uitlekte, waarin gesteld wordt dat de Irak-oorlog het terrorisme een nieuwe impuls heeft gegeven. De Democraten hebben rapport en boek aangegrepen om te betogen dat Bush „het contact met de werkelijkheid heeft verloren’’, aldus congreslid Nancy Pelosi. Het Witte Huis citeerde in een reactie uit redevoeringen van Bush, waarin hij over problemen in Irak spreekt, als bewijs dat hij nooit gelogen heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden