Bush had Irak steeds op het oog

Een boek van de gerenommeerde journalist Bob Woodward bevestigt dat de regering-Bush al vanaf zijn aantreden met Irak wilde afrekenen. Het Witte Huis is weer in de tegenaanval.

NEW YORK - Voor Amerikaanse tv-kijkers wordt het vertrouwd: afgelopen zondag liep nationaal veiligheidsadviseur Condi Rice weer tv-shows af om beweringen uit een boek tegen te spreken. Dat president Bush al in januari 2003 besloot Irak aan te vallen, terwijl hij het volk nog drie maanden lang zei dat hij geen besluit genomen had, 'is gewoon niet waar'.

Rice klonk opnieuw scherp, maar haar kritiek op 'Plan of Attack' (Aanvalsplan) van de journalist Bob Woodward, dat gisteren in Amerika in de winkels lag, is niet zo bijtend als op het eerdere boek van oud-topadviseur voor terreurbestrijding Richard Clarke. Waar Clarke in de ogen van Rice de feiten verdraait, interpreteert Woodward die verkeerd. Ja, Bush zei haar in januari dat hij een oorlog ging beginnen. Maar 'het was geen besluit', zei Rice. Bush 'dacht hardop'.

Toch bevestigt Woodward, die ooit met Carl Bernstein het Watergate-schandaal op gang bracht, Clarke's conclusie dat het Witte Huis vanaf dag één redenen zocht om Irak aan te vallen. Al enkele maanden na de aanslagen van 11 september liet hij geheime oorlogsplannen opstellen. Ex-minister van financiën Paul O'Neill betoogde dat al in een boek. Ook Woodward schrijft dat terrorisme geen prioriteit had voor 11/9.

Washington Post-journalist Woodward schreef eerder over de oorlog in Afghanistan. Hij kreeg daarvoor ladingen geheime notities te zien en mocht Bush spreken. Het resultaat was een boek dat vol onthullende details zat, maar Bush ook haast een aureool gaf. Hij was ferm, besluitvaardig en had visie. Deze ogenschijnlijke uitruil van geheime informatie en verering stoorde veel recensenten van 'Bush at War' (Bush in Oorlog), maar niet het Witte Huis.

Het nieuwe boek is veel minder vleiend. Bush is nu een man die maar één doel voor ogen heeft en daar wel heel simpel over nadenkt. Hij overlegt niet echt met zijn adviseurs. Als Powell in januari 2003 van Rice hoort dat Bush tot oorlog besloten heeft, vraagt hij: ,,Weet u het zeker? U begrijpt de consequenties? Dat u dat land onder uw hoede krijgt?” Bush zegt ,,Ik denk dat ik dit moet doen”, waarna het gesprek doorgaat. Bush vraagt zijn ministers niet meer naar hun mening. ,,Ik wist wat ze dachten.”

Nooit roept hij het oorlogskabinet bijeen om te praten of oorlog misschien van de strijd tegen Al-Kaida afleidt en of de gevolgen slechter kunnen zijn dan Saddam in Bagdad laten zitten. Bush wil niet slap lijken en wil 'groot' denken, de twee grote verwijten aan zijn vaders adres vóór zijn. Hij vraagt zich eerder af wat de geschiedenis van hem denkt dan wat zijn minister van buitenlandsezaken op dat moment denkt.

Net zoals Clarke en O'Neill ziet Woodward vice-president Cheney als grote drijfveer voor de oorlog. Hij had '(Irak-)koorts' en walst over mensen heen. Cheney en zijn staf, die Powell 'Gestapo' noemt, blijven naar banden tussen Irak en elf september zoeken. ,,Een ongezonde fixatie”, zegt Powell. Die wil volgens Washington middels dit boek afstand nemen van de Irak-oorlog en als een nuchtere analyticus de geschiedenis ingaan. Washington rekent erop dat hij niet in een nieuwe regering-Bush terugkeert.

Clarke en O'Neill zijn in hun boeken veel negatiever over Bush. Niet alleen daarom is Rice minder venijnig over Woodward. Hij wijst namelijk de CIA aan als hoofdschuldige voor alle foute inlichtingen over Iraakse massavernietigingswapens. Bush zelf zou de CIA hebben gevraagd: En dit is het beste wat we hebben?” Maar directeur Tenet zegt: ,,Geen zorgen. Je kunt er in deze zaak gewoon niet naast slaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden