Burgers gaan meer meebeslissen

Het nieuwe kabinet maakt gehakt van het referendum. Het lijkt wel of de kiezer helemaal niet serieuzer genomen wordt, ondanks de laatste verkiezingsuitslag. Maar gelukkig staan er ook allerlei initiatieven op stapel om de burger meer bij de democratie te betrekken.

Er is met teleurstelling gereageerd op de plannen en ambities van het nieuwe kabinet op het gebied van politieke en bestuurlijke vernieuwing. Het is ook wel erg verleidelijk om cynisch te zijn over de voornemens van het kabinet op dit terrein.

Het kiezersoproer van mei is bekwaam geneutraliseerd in het bestaande systeem, zoals het nieuwe regeerakkoord fijntjes constateert: ,,De verkiezingen hebben ook laten zien dat onvrede en behoefte aan verandering in het bestaande bestel op democratische wijze tot gelding kunnen worden gebracht.'' Einde oefening nieuwe democratie.

Het regeerakkoord stelt vast dat de onvrede van burgers over het bestuur komt door een overmaat aan inspraak, rechtsbescherming en referenda. ,,Het blokkeren van besluiten is daardoor eenvoudiger geworden dan het nemen van een besluit; het oplossend vermogen van de overheid neemt hierdoor af en de onvrede bij burgers toe (...). Referenda berusten op de onjuiste veronderstelling dat openbaar bestuur niet meer is dan de optelsom van afzonderlijke maatregelen die naar believen kunnen worden afgewezen (...). Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging en een goed functionerend bestuur biedt de burger vertrouwen dat zijn stem wordt gehoord en dat complexe belangen in de maatschappij op een zorgvuldige wijze tegen elkaar worden afgewogen.''

Een onthutsende redenering. Je moet maar durven na zo'n verkiezingsuitslag. In welk land leven we eigenlijk? Ik leef in een land waarin burgers zich zorgen maken over onveiligheid, over gebrekkige integratie, over wachtlijsten in de zorg, over lerarentekorten. Zij zijn geschrokken van de rampen in Enschede en Volendam, ze ergeren zich aan de gang van zaken rond de Betuwelijn en het uitblijven van effectieve maatregelen rondom de WAO. Allemaal zaken waarin het bestuur is tekortgeschoten, maar die niets te maken hebben met een teveel aan inspraak of referenda. Iedereen die ook maar iets weet van besluitvormingsprocessen, weet dat vertragingen niet het gevolg zijn van formele inspraakprocessen, maar van interdepartementale stammenoorlogen, politieke spelletjes en competentiestrijd tussen besturen. Het gaat niet aan om de miskleunen van het openbaar bestuur van de afgelopen jaren deels in de schoenen van burgers te schuiven. Als het kabinet echt wil werken aan vertrouwen -aldus de titel van het Strategisch Akkoord- moet het niet de zwartepiet bij burgers neerleggen.

Met enige boosaardigheid zou gesuggereerd kunnen worden dat de nieuwe coalitiepartners niet voor niets rechtsbescherming van burgers willen afschaffen. Want de huidige redeneerlijn van het regeerakkoord in de paragraaf Binnenlands Bestuur is flinterdun.

Toch is het misschien niet zo erg dat de huidige Referendumwet ten grave wordt gedragen. Het is uiteindelijk een monster geworden, met zijn hoge opkomstdrempels en de nadruk op 'correctie'. Inmiddels zijn er interessantere varianten aan het ontstaan. Niets staat gemeenten ook de komende jaren in de weg om hun eigen volksraadplegingen te organiseren en zich vooraf aan de uitkomst te binden.

Het is echter te gemakkelijk om alleen maar met een zwarte bril naar dit Regeerakkoord te kijken. Er zijn wel degelijk aanzetten te vinden die een belofte inhouden voor een nieuwe manier van besturen. Daarbij gaat het niet primair om de gekozen burgemeester; een stapje voorwaarts, maar we blijven daarmee in Europa voorlopig nog het sloomste jongetje van de klas. Veel interessanter is het voornemen van CDA, LPF en VVD om burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven meer ruimte te geven bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid en plannen. ,,Ons dagelijks leven en het maatschappelijk verkeer worden niet primair bepaald door wetten of transacties, maar door samenwerking, gemeenschappelijke belangen (...). Het kabinetsbeleid zal daarom gericht moeten zijn op het activeren van het oplossend vermogen in de samenleving. Zal mensen, instellingen en organisaties moeten aanspreken en stimuleren om initiatief en eigen verantwoordelijkheid te nemen (...). Niet regelgeving, maar de vraag van patiënten moet het volume en de variëteit van het zorgaanbod sturen (...). Aan provincies en gemeenten worden de ruimte en de middelen geboden om een versterkte rol te spelen bij die eigen regionale gebiedsgerichte ontwikkeling. Daarbij kunnen marktpartijen actief betrokken worden (...). Burgers meer keuzen laten, regelzucht en bureaucratie terugdringen en maatschappelijke organisaties mobiliseren bij het vinden van oplossingen, biedt wellicht een betere oplossing (...). Bij mogelijke nieuwe overheidstaken wordt eerst getoetst of deze niet, onder het stellen van wettelijke randvoorwaarden, aan de samenleving kunnen worden overgelaten. Bestaande taken worden eveneens aan dat criterium getoetst.''

Het regeerakkoord ademt ook de geest van een nieuwe kijk op besturen. De tijd van de klassieke hiërarchie, waarbij van bovenaf werd gestuurd, is voorbij. Partijen hebben elkaar nodig om gezamenlijk doelen te realiseren. Op tal van plaatsen wordt geëxperimenteerd met intelligente en interactieve processen. Rondom beleids- en planvorming ontstaan netwerken van partijen die soms gezamenlijk, soms in creatieve concurrentie, verschillende soorten beleid ontwikkelen. Steeds vaker werken de overheid en het bedrijfsleven in publiek-private samenwerking aan maatschappelijke doelen. Steeds vaker worden plannen gemaakt in een intensieve dialoog met maatschappelijke organisaties en burgers; de afgelopen jaren hebben lokaal en nationaal honderden experimenten plaatsgevonden.

In Delft deden meer mensen mee aan een dialoog over vrijgekomen energiegelden, dan er hadden gestemd bij de laatste raadsverkiezingen. Er ontstaat een participatieve democratie als aanvulling op de representatieve democratie. Overheden zijn steeds minder regelfabrieken, en transformeren zich tot regisseurs die zaken doen met nieuwe organisaties en netwerken rond beleidsvorming, ondersteuning en uitvoering. In de Tweede Kamer is inmiddels onder leiding van de nieuwe voorzitter Weisglas een debat gestart over vernieuwing van de werkwijze van het parlement.

Na de verkiezingen van 15 mei had iedereen zijn mond vol over luisteren. Politici moeten inderdaad meer gaan luisteren: bij de kapper, op de scholen en op straat in oude wijken. Maar het gaat niet alleen om toevallig luisteren. Beleid moet gemeenschappelijk gemaakt worden. Dat betekent tweezijdigheid, interactie en samenwerking. Het betekent ook het actief aanboren van creativiteit en het inzetten op co-producties in de bestuurspraktijk, met partners uit de samenleving. Misschien zijn dat wel de belangrijkste uitdagingen voor het nieuwe kabinet.

Het kabinet kan twee kanten op met het regeerakkoord. Misschien zien we een laatste stuiptrekking van het oude regentendom. Dan is de nieuwe regering hetzelfde lot beschoren als het tweede paarse kabinet. Maar slaagt het kabinet-Balkenende er inderdaad in om de verborgen creativiteit en energie van de samenleving te mobiliseren, dan zal het een doorbraak bewerkstelligen die tot in het zevende geslacht vrucht zal dragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden