column

Burgeroorlog kan ook Iran treffen

Een protestbord met in het Perzisch de tekst: 'We komen voor de bloeddorstige Khamanei.' Beeld EPA

Alle ogen waren in 2017 gericht op Noord-Korea. Zolang Trump en Kim Jong-un begrijpen dat er geen militaire oplossing is en hun emoties een beetje de baas blijven, blijft het ook in 2018 vrede. Dit jaar zou Iran wel eens de voorpagina's kunnen gaan domineren.

Ik was enigszins verbaasd dat dit land in de politieke geweldsmonitor van mijn eigen instituut, het HCSS, al een paar maanden terug in de toptien stond van landen die binnen een jaar door een burgeroorlog of grootschalig politiek geweld konden worden getroffen.

Vlak voor de jaarwisseling explodeerde inderdaad het protest, dat zich vervolgens door het hele land verspreidde. De aanleiding? De slechte economie, stijgende voedselprijzen, corruptie, bezuinigingen op sociale programma's en het gebrek aan perspectief voor de jongeren, van wie ongeveer 40 procent werkloos is. President Rohani werd in mei nog herkozen omdat hij een einde aan de malaise zou maken.

De stagnerende economie in Iran is allereerst te wijten aan de sancties die het land opgelegd kreeg als gevolg van zijn atoomprogramma. Veel van deze sancties worden nu geleidelijk opgeheven, maar voordat de burger daar echt van profiteert, zijn we een paar jaar verder. Fundamenteler zijn lage olieprijzen als gevolg van de teruglopende wereldvraag. Door die lage prijzen ontbreekt het geld om onvrede door middel van sociale voorzieningen af te kopen. Rohani en de opperste geestelijk leider, ayatollah Khamenei, worden hiervoor nu verantwoordelijk gehouden.

Omwenteling

Veel experts zeggen dat een omwenteling in Iran niet denkbaar is. Maar de eerder genoemde monitor laat een ander beeld zien. Dat komt doordat Iran allereerst met een aantal structurele problemen kampt. Wanneer een land, zoals Iran, omgeven is door conflicthaarden, blijkt de kans op besmetting groot. Als dat land, zoals Iran, ook nog eens een autoritaire democratie is, is de kans op een burgeroorlog groter dan in een volledige democratie of dictatuur. In een democratie kunnen mensen hun ongenoegen laten blijken door op extreme partijen te stemmen; in dictaturen kunnen ze niets.

In autoritaire democratieën, waar het volk feitelijk sterke leiders kiest die vervolgens hun gang kunnen gaan, zijn massale straatprotesten de enige manier om ongenoegen te laten blijken. Rohani erkent dat recht, maar die protesten kunnen voor het regime levensbedreigend zijn. Vandaar dat Khamenei's Revolutionaire Garde al dreigde met ingrijpen.

Parallel met Arabische lente

Een autoritaire democratie blijkt overigens extra instabiel te worden als het regime, zoals in Iran, een kaste apart vormt. Deze ingebakken instabiliteit wordt nu vergroot door de toenemende onvrede en het grote aantal goedgeorganiseerde tegenstanders van het regime. Daardoor dreigt Iran over een drempel te stappen, waardoor grootschalig politiek geweld en zelfs een burgeroorlog mogelijk worden.

De situatie in Iran doet sterk denken aan de aanloop naar de Arabische opstanden die eind 2010 uitbraken. Die opstanden hadden weinig te maken met een verlangen naar vrijheid en democratie, maar waren ordinaire broodoproeren. Door de stijgende voedsel-, grondstoffen- en energieprijzen konden mensen hun basisbehoeften niet meer betalen. Hun woede richtte zich tegen de leiders.

Trump twittert juichend dat er nu een eind aan de Iraanse onderdrukking kan komen. Dat dachten velen ook toen de Syrische burgeroorlog uitbrak en het land totaal sloopte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden