Burgermansgeluk

Eén keer in mijn leven ben ik in de Amsterdamse tearoom Pompadour geweest, ik geloof ter gelegenheid van de viering van een of ander. Het was genoeg om te weten dat deze plek niet voor mij in het leven geroepen is maar voor het soort vrouw dat W.H. Auden in zijn gedicht 'In Schrafft's' beschrijft als 'Having finished the Blue-plate Special / And reached the coffee stage, / Stirring her cup she sat, / A somewhat shapeless figure / Of indeterminate age / In an undistinguished hat.' Misschien heeft Schrafft, dat ik niet ken, wel wat weg van Pompadour. Zou het werkelijk zo zijn dat mannen liever op jacht gaan dan theedrinken, zoals gesuggereerd wordt door de TV-zender RTL7 met haar slogan 'meer voor mannen', te weten vechtfilms, autoraces en brute gesprekken over voetbal. Ik geloof het niet, ik drink graag een kop koffie met een vriend, alleen niet te midden van gebloemd porselein. Wij doen het liever in een hotel in de buurt dat zijn lounge heeft opengesteld voor vluchtiger passanten zoals wij, eventjes een uurtje bijpraten en vooruit, de jachtige wereld weer in. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat een visite aan cafés of restaurants, laat staan hotelbezoek, een grote luxe is. In restaurants kwamen we in mijn jeugd zelden, in hotels al helemaal niet. Als we naar het buitenland trokken, dan met een tent, later een caravan, het armeluis hotel dat de Belgen zo treffend 'sleurhut' noemen. En hoewel de wereld sinds de jaren zestig drastisch is veranderd, voel ik nog altijd een vleugje opwinding als ik een horecagelegenheid betreed, of het nu de kroeg om de hoek is of het Hilton Hotel, een gevoel alsof ik nu de grote wereld betreed, van personeel, van luxe-eten en gescheiden wc's.

Een van mijn dochters wilde in haar jeugd naar de hotelschool (ze is psycholoog geworden) en ik denk dat het een diep verborgen Schouten-gen is geweest dat haar tot deze buitenissige gedachte dreef.

Mijn favoriete zitje was dit keer deels verboden terrein omdat er een partijtje plaatsvond. Keurige gepensioneerde paren liepen gedisciplineerd rond een jarig of jubilerend stel. Wij moesten daarom in een donkere hoek zitten met uitzicht op de gelukkigen maar zonder recht op deelname. Toch voelden we ons niet als het meisje met de zwavelstokjes dat in dit jaargetijde altijd weer haar opwachting maakt. Integendeel, alles, inclusief wijzelf, maakte de indruk van gedegen en harmonieus burgerdom.

Het is maar goed dat de provo's en de experimentelen het niet voor het zeggen hebben gekregen, zei ik tegen mijn gesprekspartner die het met mij eens was. Het burgerdom kan misschien wat verlichter met wat meer zin voor de buitenwereld, maar er is toch eigenlijk niks op tegen. En zolang de aarde ons, behalve puissante rijkdom voor een enkeling, niks beters te bieden heeft moeten we het er maar mee doen.

De Nederlandse tv heeft de neiging om bij extremiteiten te gaan rondneuzen, bij zonderlingen (in het onlangs opgedoekte 'Man bijt hond') of bij aristocraten, Jort Kelder, maar voor een documentaire over een dag uit het leven van een gewone burgerman blijf ik empathisch thuis.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden