'Burger overvragen is heilloze weg'

Mensen willen maatschappelijk betrokken zijn en het is goed dat de overheid daarover nadenkt. Maar de mate waarin nu taken naar vrijwilligers worden doorgeschoven, gaat veel te ver, vreest hoogleraar burgerschap Evelien Tonkens. Professionele begeleiding kan grote schade voorkomen.

Conservatief zou Evelien Tonkens haar standpunten niet meteen willen noemen. De Amsterdamse hoogleraar actief burgerschap ziet echt wel voordelen in het beroep dat de overheid doet op burgers om zich in te zetten voor hun familie, en voor de samenleving. Maar zij en de andere wetenschappers die vandaag in Utrecht confereren, zijn bepaald niet in een jubelstemming over de doe-democratie, waarin de overheid zich terugtrekt, ten gunste van de burger. Ze spreken over een sociale revolutie en zetten daar op grond van onderzoek veel kanttekeningen bij. De overheid verwacht te veel van burgers, en onthoudt hen zeggenschap.

Mevrouw Tonkens, wat maakt u ons nou? U heeft het altijd over het altruistisch overschot, volgens u zijn er nog veel meer mensen die zich willen inzetten voor een ander, maar die gewoon niet weten waar ze moeten zijn. Nu geeft de overheid buurthuizen aan vrijwilligers, bibliotheken, speeltuinen, dagopvang. En nu zegt u: ho ho, dat gaat niet zomaar!
"O, maar ik ben nog steeds van het altruïstisch overschot, ik zie dat in onderzoek voortdurend terugkomen. Mensen willen maatschappelijk betrokken zijn, buiten hun eigen blikveld kijken, wat betekenen in de samenleving. Het is heel mooi dat mensen een bijdrage leveren, en het is goed dat er ook door de overheid meer wordt nagedacht over de rol van vrijwilligerswerk, en de manier waarop mensen mee kunnen doen.

"Er ontstaat echter wel spanning. Wij zijn ervan overtuigd dat vrijwilligerswerk gedragen moet worden door professionele krachten. Onderzoek wijst ons steeds op dat punt. Aan vrijwilligers als aanvulling op beroepskrachten kan je veel hebben. Maar een voorziening die helemaal draait op vrijwilligers, dat is een ander verhaal. Je kunt het altruïstisch overschot ook vernietigen. Ik noem als voorbeeld de dagbesteding voor mensen met een beperking. We hebben naar vier locaties in Eindhoven gekeken, waar dat bijna volledig in handen is gelegd van vrijwilligers. Die worden eerst gescreend, er zijn complete sollicatiegesprekken. De helft van de mensen die zich had aangemeld, wordt afgewezen. Zij krijgen te horen dat ze niet goed genoeg zijn. Die zijn meteen weg, die krijg je nooit meer terug! Wie blijven er over? De mensen die ook professional hadden kunnen zijn, of die dat vroeger waren. Dat is een vrij schaarse categorie en die krijgt een ingewikkelde boodschap: je moet nabij zijn, maar niet te nabij, je moet professioneel zijn, maar geen professional. Dat is geen duurzame situatie, twee van de vier locaties die het moesten hebben van vrijwilligers, zijn al weer gesloten. Zo maak je de bereidheid van mensen iets te doen, kapot."

Niemand zal zeggen dat dit een succes is. Maar is dat een reden om maar weer afscheid te nemen van de burger die zich onbetaald inzet voor de samenleving en weer volledig te gaan leunen op maatschappelijke instellingen en op de overheid?
"Geen enkele ontwikkelde verzorgingsstaat kan zonder vrijwilligerswerk, ook de Scandinavische niet, waar veel naar wordt gewezen. Het gaat om het gewicht dat je daar neerlegt. Ik noem een ander voorbeeld, de speeltuin. Vrijwilligers hadden daar een beperkte taak, nu verwachten gemeenten dat ze die speeltuin in eigen beheer nemen. Ook mensen op wie zo'n voorziening drijft, zeggen dan vaak: maar als ik voor álles verantwoordelijk word, dan houd ik ermee op. Ouderen gaan vaak drie maanden weg in de zomer, dat kan dan niet meer. Of ze zijn bang voor de verantwoordelijkheid. Wat als er een kind uit het klimrek valt? Voor een beroepskracht is dat al vervelend, maar als je dat als vrijwilliger ook nog aan je fiets krijgt hangen... dat schrikt af."

In zijn WRR-advies over de doe-democratie schreef oud-minister Pieter Winsemius dat burgers moeten leren te vertrouwen op hun eigen kracht en dat overheid en instellingen als het welzijnswerk hen dat ook moeten geven. Laat uw voorbeeld zien dat hij gelijk heeft?
"Nee, dat vind ik altijd een beetje een academisch verhaal. Als het kind een paar schrammen oploopt van de val, is er niks aan de hand. Maar als dat kind zijn rug breekt, zullen ouders er wel een punt van maken dat er geen professional in de buurt was. Het is leuk bedacht, van Winsemius, maar vooral als het je niet raakt. We verlangen naar veiligheid, naar bureaucratie, naar regels. Je kunt nu al uittekenen hoe het gaat als alles wordt overgelaten aan vrijwilligers. Er komen schandalen met misbruik, met fraude, vrijwilligers gaan er met het geld van oude mensen vandoor, ze raken overspannen. De Kamer reageert met een debat, de politiek zegt: de overheid moet wat doen. Er komt een instantie die tachtigplussers gaat bezoeken, er komt een centraal orgaan voor de screening van vrijwilligers. Het gaat net als met de marktwerking: er loopt wat mis en het gevolg is meer inspectie, meer controle, meer toezicht. De overheid wordt niet kleiner, maar controleert meer dan het garandeert. En ik kan nu al een beleidsnota schrijven voor 2023: lang leve de overheid!"

Moeten we dan maar alles houden zoals het was, met een overheid die ons welzijn verzorgt?
"U bedoelt dat ik een beetje conservatief ben? Daar ben ik even stil van... Het beleid is reactionair, terug naar de jaren vijftig. Ik zou denken, laten we ophouden met dat voortdurende klapgijpen. Eerst verwachtten we alles van de overheid, toen van de markt, nu van de burgers, en zo meteen zijn we weer terug bij de overheid en de professionals. We moeten discussiëren of we deze massieve veranderingen wel willen. Ik zeg: het moet gewoon anders. Er zijn de afgelopen jaren allerlei maatregelen genomen waardoor er meer taken bij burgers komen, onlangs met de zorg voor familie en buren, waar mensen zelf meer voor gaan opdraaien. Voor al die zaken afzonderlijk ga je niet naar het Malieveld, maar als je ze bij elkaar optelt is er een sociale revolutie gaande, in stilte. Wij willen daar geluid aan geven. Grosso modo zijn er overspannen verwachtingen van wat mensen kunnen doen aan zorg voor anderen. Mantelzorgers doen al heel veel, kan je daar nog meer van vragen? En dan wil de Vereniging Nederlandse Gemeenten het ook nog verplicht stellen. Veel zal op de schouders van vrouwen neerdalen en ook lageropgeleiden zijn de klos, zij hebben geen geld om zorg in te kopen."

Is er nog een weg terug?
"Nou, we moeten nadenken over de vorm, onder welke voorwaarden willen we wat. We moeten ons realiseren in welke grote verandering we zitten. En het is een politieke keuze om niet de belastingen te verhogen, maar meer van onbetaalde krachten te vragen. Het is positief dat er wordt gekeken naar wat mensen zelf kunnen, en dat burgerinitiatieven serieuzer worden genomen. Een ambtenaar zegt niet zo snel meer: nee, gaat u maar naar een volgend loket. Die probeert mee te denken, te helpen. Maar ik ben bezorgd over de schade die deze beweging gaat creëren, en hoe je dat weer goed krijgt."

Wie is Evelien Tonkens?
Evelien Tonkens (Arnhem, 1961) is sinds 2005 bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was daarvoor drie jaar Kamerlid voor GroenLinks. Ze voerde het woord over met name volksgezondheid en emancipatie. Maar de wetenschap ligt haar beter. Eerder werkte de socioloog als onderzoeker bij onder andere vrouwengezondheidscentrum Aletta en bij het Nederlands Instituut voor zorg en welzijn. In 1995 richtte ze feministische actiegroep de Harde Kern op. Tonkens is nu lid van de PvdA. Vandaag verschijnt van haar en Mandy de Wilde het boek 'Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden