Burger moet weer gaan meedoen

Burgerschap met verantwoordelijkheid voor de samenleving is op zijn retour. Voedt de burger dus op.

Pierre Heijnen Tweede Kamerlid voor de PvdA

Het vertrouwen van burgers in de overheid is niet om over naar huis te schrijven. Meewerken aan vaccinatie tegen een pandemie is niet vanzelfsprekend. Het kastje van Camiel wordt gewantrouwd, onder meer om de veronderstelde bedreiging van de privacy.

Hoewel in internationaal perspectief Nederland beschikt over goede collectieve voorzieningen in onderwijs, zorg en veiligheid en een goed werkende democratie, blijft de onvrede over onderwijs, zorg, veiligheid en bestuur groot. Publieke dienstverleners worden niet met respect bejegend, maar regelmatig met agressie in woord en gebaar. Politieke partijen die het meest verantwoordelijk worden gehouden voor de stand van zaken in onze verzorgingsstaat, staan op verlies in opiniepeilingen. Partijen die de onvrede articuleren scoren beter. Er lijkt soms sprake van een legitimiteitscrisis van de collectieve voorzieningen.

De overheid en de (semi-) collectieve sector wordt ervaren als ’over’ de burgers, niet ’van’ de burgers, als ’zonder’ de burgers, niet ’met’ de burgers. De samenleving is niet van ons samen, maar van anderen. Hoezo ’samen werken, samen leven’? ’Ze’ doen maar. Dat is de kern van het probleem.

Burgerschap is nog steeds op z’n retour. Burgerschap als het idee van gedeelde verantwoordelijkheid voor de samenleving, in het klein, voor het gezin, de straat, de buurt of de vereniging en in het groot, voor de school, het verzorgingstehuis, de woningcorporatie, de gemeente. Dat idee raakt eerder steeds verder op de achtergrond dan dat het terrein wint. De burger heeft zich bevrijd uit zijn ’zuil’, is geëmancipeerd, hoger opgeleid en mondiger geworden. De burger kan kiezen uit een concurrerend aanbod van crèches, scholen, zorginstellingen, woningcorporaties. Niet meer de pastoor, de dominee of de socialistische voorman bepaalt nog waar je aan deelneemt, dat doe je zelf.

Steeds sterker worden we geconfronteerd met een belangrijk nadeel van deze ontwikkeling. De burger is als het ware van zijn ’collectiviteiten’ vervreemd: ze zijn niet meer van hem, maar van de ander, de corporatiedirecteur of het schoolbestuur, personen of gremia waarmee hij geen enkele binding heeft. Hij spreekt daar ook niet over mee, wordt niet betrokken bij de organisatie van al deze voorzieningen.

Hoe wordt de overheid en de semi-collectieve sector weer van de burger? Niet door hem in z’n rol van consument te versterken. Wel door hem weer aan te spreken op zijn eigen verantwoordelijkheid voor de samenleving en haar instituties. Dat kan door hem op te voeden in democratisch burgerschap, via het onderwijs en het Huis van de Democratie en door als overheden de besluitvorming veel meer te organiseren met vormen van burgerparticipatie, waaronder burgerraadpleging. Dat kan door hem te betrekken bij veiligheidsvraagstukken in de buurt en politie-inzet meer prioriteit te geven en door hem samen met anderen toezicht te laten houden in buurten en hem te faciliteren in de verbetering van de leefbaarheid en het onderhoud van buurten. Het kan door de betrokkenheid van jonge ouders bij crèches en basisscholen als uitgangspunt te nemen voor medeverantwoordelijkheid voor het bestuur van kinderopvang en basisonderwijs en door hernieuwde democratisering van scholen, universiteiten, woningcorporaties, zorginstellingen, kortom van alle door belastingen en premies betaalde voorzieningen.

Burgerparticipatie is een recht, maar ook een plicht. Zoals de voetbalvereniging de bardienst verplicht stelt, mag de gemeente het schoonmaken van de stoep en de school, het verzorgingstehuis en de corporatie meedoen in de besluitvorming en/of activiteiten verplicht stellen. Een discussie over de stemplicht gaat waarschijnlijk te ver. De solidariteit in de samenleving kan niet alleen maar gestalte worden gegeven via de belastingen en premies, de blauwe envelop, via het sentiment ’ik betaal er toch voor’, maar moet steviger verankerd worden.

Daar is meer voor nodig dan een Handvest Verantwoord Burgerschap met zijn recht om niet te participeren (en toch te klagen). Dat is een verkeerd signaal. Meedoen is de norm, niet afzijdigheid. Daar is een langdurige kabinetsbrede inzet voor nodig en een campagne gericht op het bevorderen van betrokken burgerschap. Dat vraagt in beeld brengen van de vele initiatieven in de samenleving en het ondersteunen ervan: onbaatzuchtige hoogopgeleide jongeren die zich inzetten in achterstandsbuurten, de initiatieven in wijken, particuliere ontwikkelingshulp, vrijwilligerswerk in uiteenlopende vormen, nieuw burgerschap. Verder moet de wet- en regelgeving en het beleid worden doorgelicht en waar nodig verbeterd dat betrekking heeft op de medezeggenschap van leerlingen, studenten, ouders, huurders of patiënten.

De collectieve sector moet weer ván de burgers worden. Juist in collectieve verbanden zijn de competenties van democratisch burgerschap te ontwikkelen: men leert omgaan met strijdige belangen, compromissen te sluiten, ontdekt dat de bomen niet tot in de hemel groeien. De toeschouwersdemocratie moet er een van deelnemers worden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden