Burger als regisseur in wijkaanpak

Hoe krijg je achterstandswijken erbovenop nu er geen geld meer is voor een grootschalige opknapbeurt? Door ondernemende buurtbewoners de ruimte te geven, zegt de Amsterdamse wethouder Ossel. Dat blijkt te werken.

Van buiten ziet het gebouw er niet erg uitnodigend uit. De gevel is markant, dat wel, maar ramen zitten er nauwelijks in en het achterstallig onderhoud is eraan af te zien. Maar binnen gebeurt van alles. Jarenlang stond het leeg, dit voormalige schoolgebouw in Amsterdam-West, maar nu huurt een aantal zzp'ers uit de buurt er hun werkplek. Er zit een theateropleiding, 's avonds repeteren er amateurtoneelgroepen en houden politieke partijen in de buurt er vergaderingen. Buurtbewoners lopen er binnen voor yogales of een kop koffie in de kantine.

Daar knapt de buurt van op. Vlakbij zit een Surinaamse broodjeszaak, die vroeger pas om vier uur 's middags open ging. Maar nu, met al die mensen die in het gebouw werken en ook wel eens een broodje eten, loont het om al om elf uur 's ochtends te openen.

"En dat is maar één klein voorbeeld", zegt Anita Groenink. Zij woont iets verderop in de Mercatorbuurt en zij verbaasde zich over het 'zwarte gat' dat de leegstaande school in de buurt was en waar niets mee gebeurde. "Er was wel bedrijvigheid hier op het pleintje. Van jongens op scooters en mannen die in auto's met draaiende motor zaten te wachten op anderen die in- en uitstapten. Drugsdealers, ja."

Groenink maakte samen met een paar andere buurtbewoners een plan en stapte daarmee naar het bestuur van stadsdeel West. Dat had er wel oren naar om het gebouw tijdelijk in bruikleen te geven. Het pand stond al vier jaar te koop, maar kopers hadden zich niet gemeld. "En als zo'n gebouw leeg staat, werken er geen mensen die boodschappen doen of naar een café of restaurant gaan, dan is er geen reuring", zegt stadsdeelwethouder Godfried Lambriex. "En reuring is goed voor de buurt."

De bewoners hebben een stichting opgericht, MidWest, met Groenink als voorzitter. In april ging het gebouw open, met een 'aanjaagsubsidie' van de gemeente van 50.000 euro. MidWest heeft nu twee betaalde krachten in dienst en met de inkomsten uit de verhuur draait ze inmiddels quitte - mede dankzij de grotendeels onbetaalde inzet van mensen als Groenink. "Een uur of zestig per week kost het me wel, ja. Ik heb met mijn werk als communicatieadviseur een spaarpotje opgebouwd, dus dat kan wel een tijdje."

Achterstandswijken
Deze kant moet het op met de aanpak van achterstandswijken, zegt Freek Ossel, wethouder wonen en wijken van Amsterdam. De PvdA'er komt na de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart niet terug en schreef eerder deze maand een 'persoonlijk verslag' van vijf jaar wethouderschap. "We zijn bezig met de overgang van een door de overheid gestuurde wijkaanpak naar een aanpak die begint bij de mensen in de buurten", zegt hij.

Toen Ossel aantrad als wethouder, was het kabinet nog van plan honderden miljoenen te investeren in achterstandswijken ('Vogelaarwijken', 'krachtwijken'). Het was de bedoeling deze wijken er in tien jaar bovenop te helpen, maar dat plan liep al na drie jaar stuk op geldgebrek. Voor sloop en nieuwbouw of renovatie is sowieso geen geld meer. "Maar stoppen met de wijkaanpak, dat willen we niet", zegt Ossel. "We waren juist gaan inzien dat we planmatig in deze wijken aan de slag moeten, niet een paar jaar, maar langdurig. De vraag was: hoe kan dat met minder geld?"

Allereerst schoof Ossel geld uit verschillende potjes op één hoop. "Dat helpt." Daarnaast besloot hij de wijkaanpak toe te spitsen op minder wijken: vooral de kwetsbaarste krijgen nog steun. Maar de belangrijkste verandering in de nieuwe wijkaanpak is dat die nog meer dan voorheen uitgaat van wat buurtbewoners zelf ondernemen.

Een hoeksteen in die nieuwe aanpak is de zogeheten wijkonderneming: een onderneming die, zoals MidWest, voortkomt uit initiatieven van buurtbewoners en die gericht is op de buurt zelf. Dat kan van alles zijn. Het kan gaan om een groepje bewoners dat een met sluiting bedreigd buurthuis zelf gaat runnen. Of een kunstenaarscollectief dat een leegstaand pand betrekt en evenementen voor de buurt opzet. Of een clubje meubelmakers, fotografen, filmmakers, interieurontwerpers dat een gebouw deelt, daar samen stages aanbiedt én workshops voor de buurt geeft.

Vaak helpt de gemeente zulke wijkondernemingen op gang. Soms met wat 'aanjaaggeld', soms met hulp bij het schrijven van een businessplan. "We willen af van een subsidieverhouding, we moeten toe naar een investeringsverhouding", zegt Ossel. "Daarmee bedoel ik: zulke ondernemingen moeten niet afhankelijk blijven van subsidie. Ze moeten zelf hun geld gaan verdienen, dat maakt hun kans op overleven ook groter. Maar de gemeente wil er wel aandacht en tijd in investeren."

Dat vergt een omslag bij de gemeente zelf, erkent Ossel. "We moeten buurtbewoners en hun ondernemingen zien als zakenpartners. We moeten heel precies kijken welk project welke steun nodig heeft. Soms moet je bewoners met hun initiatief hun gang laten gaan, soms is er veel begeleiding nodig. Sowieso moeten we ervan af dat we de hele zaak van begin tot eind willen beheersen. Dat kan niet. Het gaat niet altijd goed, nee. Maar dat is ook niet erg."

Er zijn inmiddels honderden van zulke projecten en projectjes aan de gang in Amsterdam, en volgens Ossel staat één conclusie nu al 'als een paal boven water': "Door bewoners en wijkondernemers een duidelijke rol te laten spelen, kunnen in buurten bergen verzet worden met bescheiden bedragen."

Zet dat echt zoden aan de dijk, al die kleinschalige initiatieven? Ja, zegt Ossel. "Onderschat de kracht niet van een geslaagde wijkonderneming. Het snijdt wel degelijk hout, soms door de omvang, maar soms ook gewoon doordat ze het goede voorbeeld geeft. Als er een keer iets lúkt in een buurt, werkt dat op zich soms al heel goed."

Maar deze aanpak staat of valt met het initiatief van bewoners. Zijn er in de kwetsbaarste wijken wel genoeg bewoners die in staat zijn zulke initiatieven van de grond te krijgen? "Er zijn ontegenzeggelijk buurten waar zoiets minder makkelijk van de grond komt. Maar het kan. Mijn ervaring is: je hebt maar drie mensen nodig om mee te beginnen; die kunnen het verschil maken."

'Geef om de Jan Eef'
De Mercatorpleinbuurt lijkt Ossel gelijk te bewijzen. Want ook MidWest begon ooit met drie of vier mensen. Dat was in het najaar van 2010, vlak na de moord op juwelier Hund in de Jan Evertsenstraat, de grote winkelstraat in de buurt. "Ik zat thuis te werken, die dag. Ik heb de traumahelikopter wel gehoord", vertelt Anita Groenink. "Later hoorde ik wat er gebeurd was, en dat raakte me. Ik deed nooit boodschappen in de Jan Evertsenstraat, net als heel veel mensen uit de buurt. Daardoor was de straat zo achteruitgegaan."

Met een paar buurtbewoners die ze kende van het schoolplein van haar kinderen zette Groenink een actie op, 'Geef om de Jan Eef'. Het begon met een zaterdag waarop buurtbewoners een grote tas kregen met de oproep die te vullen met boodschappen uit de straat. En dat groeide uit tot een 'winkelstraatvereniging' - met winkeliers én buurtbewoners als lid - die met het ene evenement na het andere de loop in de straat probeert terug te krijgen. "We hebben gewoon de netwerken ingezet van de mensen die we kenden."

Opnieuw met een groepje buurtbewoners heeft Groenink nu haar schouders gezet onder de stichting MidWest. Een dezer dagen valt de beslissing of die het schoolgebouw kan kopen, en onder welke voorwaarden precies.

"Deze buurt is al een tijdje bezig uit het dal te klimmen", zegt Godfried Lambriex van stadsdeel West. "Hier zijn het nu bewoners van de buurt zelf die doorpakken. In andere buurten moet de impuls soms van buitenaf komen, van kunstenaars bijvoorbeeld die goedkoop een pand huren en in ruil daarvoor van alles voor de buurt doen."

Gemengd winkelaanbod
Op zomaar een zaterdag in januari is goed te zien hoe de Jan Evertsenstraat er intussen voorstaat. Het is er goed druk. Jawel, er staan nog wel wat winkelpanden leeg. Maar wat er aan winkels zit, is mooi gemengd. Een Bulgaars supermarktje en een biologische levensmiddelenwinkel, wat belwinkels en een goedkope matrassenzaak, maar ook een Turkse groenteboer en wat hippe café's. En aan het begin van de straat - heel belangrijk - een grote Albert Heijn.

"De sfeer is echt verbeterd", zegt Jeroen Jonkers, een van de schoolpleinvrienden van het begin en nog steeds nauw betrokken bij 'Geef om de Jan Eef'. "Op terrasjes hoor ik mensen nu opscheppen over hoe leuk de buurt is waar ze wonen."

'Leg de rechten van buurtbewoners vast'
Geef bewoners de ruimte om te ondernemen in hun eigen buurt. Dat is de kern van de nieuwe wijkaanpak van Amsterdam. En het is de gemeente zelf die moet zorgen dat die ruimte ook echt ontstaat. Volgens wethouder Freek Ossel kan dat op termijn het best door de rechten van buurtbewoners vast te leggen in een zogeheten buurtwet.

Het voorbeeld van zo'n buurtwet komt uit Engeland. Daar is wettelijk vastgelegd dat buurtbewoners drie rechten hebben: het right to bid, het right to challenge en het right to build. Dat betekent dat de gemeente buurtbewoners bij het aanbesteden van een bepaalde taak - bijvoorbeeld buurthuiswerk - het recht geeft met een eigen bod te komen. Of dat de gemeente, als ze een gebouw wil verkopen, eerst kijkt of er bewoners met een goed plan zijn die met het gebouw aan de slag willen.

Zo'n buurtwet hoeft niet per se landelijk geregeld te worden, denkt Ossel. "We kunnen ook al veel met Amsterdamse verordeningen. En laten we niet beginnen met papier: we hoeven niet te wachten tot die verordeningen er zijn, we kunnen nu al aan het werk."

De Engelse wet werd eind vorig jaar ook al aan de Nederlandse politiek ten voorbeeld gesteld door het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Volgens het CDA past die wet heel goed in een participatiesamenleving én bij de traditie van het CDA zelf, tussen het marktdenken van de VVD en het staatsdenken van de PvdA in.

Maar PvdA'er Ossel bestrijdt dat de Engelse benadering haaks staat op het gedachtengoed van zijn eigen partij. "Het doel blijft hetzelfde: verheffing, echt sociaal-democratisch. Maar dat hoeft niet meer met grootse plannen van bovenaf."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden