Burgemeester blijft doorgaans zitten

Eberhard van der Laan (Trouw)Beeld ANP

amsterdam – - De Amsterdamse zedenzaak stelt burgemeester Eberhard van der Laan voor grote uitdagingen. De bestuurspraktijk van de afgelopen decennia wijst echter uit dat burgemeesters in de meeste gevallen crises overleven, ook al falen gemeenten soms aantoonbaar.

Als er al sprake is van het trekken van persoonlijke consequenties uit een crisissituatie, dan vangen wethouders de klap op en kan de burgemeester blijven zitten. Zeker als een burgemeester kans ziet om zich in een vroeg stadium van een crisis te profileren als betrokken burgervader, heeft hij later weinig te duchten van de gemeenteraad.

„Als burgervader is de burgemeester het symbool van de lokale gemeenschap. Meer dan in gewone tijden het geval is, wordt hij het gezicht van de gemeente”, aldus de bundel ’Als dat maar goed gaat; bestuurlijke ervaringen met crises’. In mei 2000 bracht de toenmalige burgemeester van Enschede, Jan Mans, deze les met verve in de praktijk na de vuurwerkramp. Mans verscheen voor elke camera en microfoon die hem werd voorgehouden en vestigde zo het beeld van een vertrouwenwekkend bestuurder die de collectieve stress bekwaam tempert.

Niet veel later bleek dat Enschede ernstige steken had laten vallen bij het verlenen van vergunningen aan SE Fireworks. Ambtenaren knepen bij controles een oogje toe, omdat de gemeente het bedrijfsterrein nodig had voor stadsvernieuwing. De positie van burgemeester Mans kwam echter geen moment in gevaar. Twee wethouders besloten om wel op te stappen nadat een onderzoekscommissie zware kritiek op de gemeente had geuit.

In Eindhoven voltrok zich in 1996 een soortgelijk scenario. Burgemeester Rein Welschen verklaarde kort na de crash van het Hercules-vliegtuig op vliegbasis Eindhoven dat de meeste inzittenden al na enkele minuten waren bezweken door het vrijkomen van hitte en gassen. Snellere hulpverlening had volgens Welschen geen verschil gemaakt. Van die conclusie bleef later niets over, maar dat had voor Welschen geen gevolgen.

In bestuurlijk Nederland is het sowieso niet in zwang om als verantwoordelijk bestuur na gemaakte fouten op te stappen.

Een van de uitzonderingen is Frank IJsselmuiden, die eind maart 2001 vanwege de cafébrand zijn ontslag aanbood als burgemeester van Volendam. De gemeente had jarenlang niets gedaan aan brandpreventie. Voor IJsselmuiden was dat reden om op te stappen.

„Niet omdat ik mij schuldig voel, maar er is sprake van tekortkomingen waarvoor het bestuur verantwoordelijk is.” Juist IJsselmuiden had geprobeerd meer werk te maken van preventie, maar volgens de Carrington-doctrine (naar een Brits politicus) is dat niet van belang: wie verantwoordelijk is voor een crisis, moet daaraan de consequentie verbinden om te vertrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden