Buren: een ongebruikt hulpreservoir

We willen onze buren dolgraag helpen, ontdekte onderzoekster Lilian Linders. Als ze maar niet zo bang zouden zijn om dat te vragen.

Marten van de Wier

’Een oudere weduwnaar ging elke dag op zijn balkon staan, vertelde hij. Dan overwoog hij om te springen. Hij was eenzaam, had slaapstoornissen en voelde zich opgesloten in zijn huis. ’U heeft toch kinderen?’, vroeg ik. ’Ik heb een hele goede relatie met mijn kinderen’, zei hij. ’Maar die kan ik hier toch niet mee lastigvallen?’ De buren durfde hij al helemaal niets te vragen.”

Lilian Linders hoorde schrijnende verhalen tijdens haar onderzoek naar burenhulp in de Einhovense volksbuurt Drents Dorp. Toch is haar conclusie optimistisch. „We zijn best bereid elkaar te helpen, als je erom vraagt.” Ook inwoners van Drents Dorp, een wijk met weinig ’sociale cohesie’ (‘wij-gevoel’), willen graag iets voor een ander doen. Maar die hulpbereidheid blijft vaak ’latent’, zegt Linders: het komt er niet van. Linders is docent en onderzoeker aan de Fontys Hogeschool Sociale Studies, en promoveerde deze maand aan de Universiteit van Tilburg.

Waarom blijft hulp ’latent’?

„Aan de ene kant zijn mensen terughoudend iets aan te bieden. Ze willen zich niet opdringen. Er is een reservoir van vooral vrouwen ouder dan 45, die hun hulp niet kwijt kunnen. Aan de andere kant zijn mensen verlegen om om hulp te vragen. In onze samenleving ligt een sterke nadruk op autonomie, onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Dat zit ook bij ouderen tussen de oren. Ze vinden dat ze sterk moeten zijn.

„Bovendien hebben ze een negatief beeld van de zorgzaamheid van de samenleving. Kijk naar de hele normen- en waardendiscussie, of de mediacampagnes van Sire: de nadruk ligt erop dat de samenleving asocialer wordt. Bewoners zeggen dat de samenleving onveilig is, en verhardt. Maar vaak hebben ze zelf geen slechte ervaringen. Ze pikken het beeld op uit de media.”

De Sire-campagne over ’aardige mensen’ is dus een goede zet?

„Ja! Dat is de beste tot nu toe. Hij wijst erop dat je je naasten niet moet wantrouwen, dat ze ook goede bedoelingen kunnen hebben als ze een koekje aanbieden.”

Als buurtbewoners al om hulp durven te vragen, doen ze dat eerder bij familieleden – zelfs als die elders wonen – dan bij buren, ontdekte Linders. Buurtfeesten, die sociale cohesie moeten bevorderen, kunnen daar weinig aan veranderen. „Op activiteiten komt steeds dezelfde groep af”, verklaart ze. Een algemeen ’wij-gevoel’ heeft bovendien geen invloed op burenhulp. Veel belangrijker is een goede persoonlijke relatie.

Er zijn straten of stukken buurt waar mensen een echt wij-gevoel hebben. „Ze zeggen: ’Zo doen wij dat hier voor elkaar.’ Dat zijn waarschijnlijk de straten die rond het WK oranje kleuren”, zegt Linders. Maar de meeste ondervraagden voelen vooral een band doordat ze een goed persoonlijk contact met buren hebben.

Een voorbeeld: een oudere buurman belde een keer bij zijn buurvrouw aan, omdat hij inbrekers dacht te horen. Het klikte tussen hen. Nu kijkt zij iedere ochtend of zijn rolluiken al omhoog zijn. Ze houdt zijn gezondheid in de gaten, heeft hem een tijdje verzorgd na een operatie, brengt hem af en toe een kopje soep. Hij geeft haar kinderen iedere maand een klein zakcentje.”

Wat kunnen sociaal werkers en thuiszorgers doen?

„Na ’bemoeizorg’ is het tijd voor een volgende stap: doorvragen naar iemands sociale netwerk. De organisatie Buurtzorg doet dat: zij kijken of er een buurvrouw is die de steunkousen kan helpen aantrekken. Zo krijg je ook sociale contacten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden