Burcht van het absurde

Servië heeft zich op 5 oktober via de stembus van dictator Slobodan Milosevic ontdaan, maar niet van het nationalisme. Een reis langs Servische intellectuelen: dansers van de Servische wals.

door Rémi Ourdan

Dedinje is een doodstille, nette, lommerrijke wijk, waar een zweem van geheimzinnigheid hangt. Hier hebben de hoogwaardigheidsbekleders gewoond uit de jaren van Tito, vervolgens de partijbonzen uit het tijdperk van de heerschappij van Slobodan Milosevic en zijn echtgenote Mirjana Markovic. Dedinje domineert Belgrado, Dedinje ruikt de macht.

In een laan met klinkerbestrating, de Branka Dzonovicaweg, woont een van de meest controversiële mannen van de Balkan. Dobrica Cosic was de officiële ghostwriter van Tito en schepper van de mythe van de Joegoslavische 'partizaan'; daarna werd hij diens tegenstander; vervolgens werd hij de inspirator van het nationalistisch reveil in Servië, de lijfintellectueel van Slobodan Milosevic, de theoreticus van de gedwongen migratie van bevolkingsgroepen, de lofzanger van 'Groot-Servië'; tenslotte riep hij zichzelf uit tot tegenstander van Slobodan Milosevic en werd hij, opnieuw, een van de oppositieleden die noch gevangenschap noch ballingschap hebben gekend. Dobrica Cosic, die zichzelf kenschetst als 'verzetsstrijder' en als 'schrijver van de vrijheid', de Cosic die door Servië tot 'vader van de natie' is uitgeroepen, de man die voorstanders van het Haagse Joegoslavië-tribunaal graag beschuldigd zouden zien worden van 'misdaden tegen de menselijkheid', omdat hij als ideoloog verantwoordelijk was voor de afgrijselijke moordpartijen die uit naam van het Servische volk zijn bedreven, deze Cosic woont al bijna dertig jaar in Dedinje - hoog boven het gewoel in Belgrado. Van het communisme naar het nationalisme: Dobrica Cosic, ofwel de wals van de ideologieën.

Servië heeft tijdens de jaren van Milosevic - de dertien jaren van een dictator die aanvankelijk democratisch was gekozen, en zelfs bejubeld als de 'redder van de Servische natie' - een ware chaos aan politieke richtingen en een instorting van morele waarden beleefd. De kwalificatie 'nationaal-communist', herhaaldelijk gebruikt om de heerser van Belgrado te kenschetsen, is terecht en heeft de verdienste te onderstrepen dat 'Slobo' en zijn dierbare 'Mira', zijn favoriete ideologe, een nieuw soort totalitarisme in de praktijk hebben gebracht, zonder dat ze daarbij iets origineels hebben bedacht. Het woord heeft echter een nadeel: het draagt niets bij aan het verhelderen van de houding van Servië in het uiteenvallen van Joegoslavië en in de oorlogen die het gebied hebben verscheurd (Slovenië 1991, Kroatië 1991-1995, Bosnië-Herzegovina 1992-1995, Kosovo 1998-1999).

Zo heeft Slobodan Milosevic de gedachte van een 'Groot-Servië' kunnen verspreiden, van een verbeten strijd om etnische grondgebieden, zich verschuilend achter het argument dat Joegoslavië moest worden verdedigd. Zo heeft de propaganda van Belgrado jarenlang heen en weer kunnen fladderen tussen kreten van haat jegens de Ander, de niet-Serviër, en oproepen tot het behoud van een federatie waarin alle Zuidslaviërs samenleven. Zo hebben extreem-links (Joegoslavisch Links, JUL, van Mira Markovic) en extreem-rechts (de Radicale Partij Servië, SRS, van Vojislav Seselj), bondgenoten van de 'centrumpartij' (Socialistische Partij Servië, SPS, van Slobodan Milosevic) de komedie kunnen opvoeren van een gezond politiek leven op de ruïnes van Joegoslavië, de ellende van de Serviërs en de massagraven van de 'vijanden van het Servische volk'. Zo schreeuwen tenslotte de jonge activisten, die overigens oprechte democraten zijn, van vreugde omdat ze 'de laatste communistische dictator van Europa' van zijn macht hebben ontheven, zonder ook maar één keer te refereren aan diens nationalistische geaardheid, zonder - nogmaals - ook maar de geringste boodschap te richten tot de Ander, de niet-Serviër.

Servië, dat nog euforisch nageniet van zijn 'revolutie' op 5 oktober, erft een verleden dat is gevormd door die ontvlamming van het nationalistische vuur, door dictaturen en door leugens. Vojislav Kostunica, de gekozen president - die overigens lijkt te hechten aan de democratische gebruiken, aan respect voor het recht, en die zegt dat hij gekant is tegen gebruik van geweld, is zelf diepgaand beïnvloed door een sterk nationalistische traditie. Servië heeft nog geen einde gemaakt aan de omgang met zijn demonen, waarvan sommige uit een ver verleden zijn gehaald, andere zijn geschapen en gemanipuleerd door Slobodan Milosevic, een man die tot alles bereid was, tot moord, tot bloedige overwinningen en tot verholen nederlagen, opdat hij en de zijnen een absolute controle konden behouden over een land dat was meegesleept in de waanzin.

Dobrica Cosic drinkt een kop koffie. De vazal van Tito en Milosevic, die een niet te verwaarlozen rol heeft gespeeld in de opkomst van de nationale waanzin, is blij met 'de woede van het volk', met 'de democratische en vreedzame revolutie', met 'de uitbarsting die broeide tijdens de tientallen jaren dat Tito en Milosevic aan de macht waren'. De witte haardos naar voren gekamd, met een zorgelijk voorhoofd, zittend in een stijlvolle fauteuil, omringd door boeken en schilderijen, kijkt Cosic zijn gespreksgenoot aan met de blik van een oude wantrouwige uil.

De initiatiefnemer van het in 1986 verschenen 'Memorandum' van de Servische Academie van Kunsten en Wetenschappen, ideoloog van het 'Nationale Programma van Servië', vertelt dat 'het Servische nationalisme geheel en al democratisch is'. ,,De Sloveense, Kroatische en islamitische vormen van nationalisme zijn daarentegen chauvinistische ideologieën die oorlog hebben uitgelokt.'' Een paar jaar voor het uiteenvallen van de titoïstische federatie verklaarde de academicus: ,,Om uit Joegoslavië te treden zal een prijs moeten worden betaald!'' Toentertijd prees hij 'verplaatsingen van bevolkingsgroepen' aan, die wel 'beschaafd' dienden te blijven. ,,Ik had etnische compromissen voorgesteld'', geeft hij toe, ,,die het territoriale probleem moesten oplossen, zoals de verdeling van Kosovo. Maar het is Franjo Tudjman (de president van Kroatië) geweest die, door zijn weigering om de Serviërs in Kroatië ook maar enig recht te verlenen, een Servische opstand heeft uitgelokt!'' Zijn beschuldigende vinger wijst naar Slovenen, Kroaten, moslims, Bosniërs en Kosovaarse Albanezen. Alleen zij hebben schuld! Samen met het Westen, dat, volgens Cosic, 'het Servische volk heeft gedemoniseerd'.

Hij is bereid de balans op te maken van het tijdperk-Milosevic. Het 'positieve' aspect is 'de strijd om gelijkheid tussen het Servische volk en de andere volkeren in Joegoslavië' en 'de weerstand tegen de druk van de buitenwereld'. Het 'negatieve' aspect is de afwijzing door de dictator van een 'democratische maatschappij'. De schrijver beweert nadrukkelijk dat hij een 'dissident' is geweest vanaf 1992, het jaar waarin hij niettemin tot president van de Federale Republiek van Joegoslavië werd benoemd, en wel door Slobodan Milosevic, destijds president van Servië, de 'Slobo' die van een middelmatige leerling in de politiek zijn absolute meester was geworden.

Om te weten wat Dobrica Cosic bedoelt, moet men zijn vocabulaire begrijpen. Voor hem is 'de oppositie', waartoe hij dus behoort, noodzakelijkerwijs nationalistisch, omdat zij anticommunistisch, anti-Tito en anti-Milosevic is. ,,Toen Milosevic het Servische volk verdedigde werd hij gesteund door tegenstanders. Daarna, toen wij hadden begrepen dat hij een tiran was, dat zijn machtsbelustheid zijn patriottisme had verdrongen, heeft hij die steun van de oppositionele elites in Servië verloren.'' Cosic laat een detail onvermeld: de reden dat hij in 1993 uit zijn ambt van federale president werd ontzet, was dat hij de kant had gekozen van Radovan Karadzic, de politieke leider van de Bosno-Servische separatisten. Hij gaf de voorkeur aan de psychiater, die gedichten voordroeg terwijl hij opdracht gaf voor de bombardementen op Sarajevo, die de plannen van de westerse landen afwees, boven Slobodan Milosevic die ervan werd beschuldigd de vitale belangen van het Servische volk te verkwanselen. Cosic vond dat Radovan Karadzic, een nationalist met oprechtere haatgevoelens jegens de niet-Serviërs, een betere leider zou zijn voor het 'Groot-Servië' dat zich in die tijd aftekende, in het kielzog van de triomfen op het gebied van de etnische zuivering.

In Belgrado is Dobrica Cosic voortaan voorwerp van spot, behalve van de zijde van bepaalde academici van zijn generatie. Hij wordt bespot omdat hij eerst Tito en daarna Milosevic zozeer heeft gesteund, omdat hij zolang in Dedinje heeft gewoond, omdat hij bijna altijd die 'dissident' is geweest die zo dicht bij de macht stond. En hij wordt ook bekritiseerd omdat dit leven van raadsman der vorsten, van weelde en privileges in de ogen van de Serviërs van 'communistische' snit lijkt te zijn, heel anders dan dat van de moderne nationalisten zoals Vojislav Kostunica, die onlangs aan de macht zijn gekomen. ,,Cosic is een man van de vorige eeuw, een communist. Hij is op het perron van een provinciaal stationnetje blijven staan, zonder te merken dat de trein al lang vertrokken was,'' denkt Dusan Kovacevic, nationalist en monarchist, de beroemdste Belgradose toneelschrijver, die ook filmscenario's op zijn naam heeft staan, waaronder 'Underground', geregisseerd door Emir Kusturica. ,,Het is onmogelijk om tegelijk Serviër en communist te zijn,'' zegt hij. ,,Je bent of Serviër of communist! Zelf ben ik meegegroeid met het Servische nationalisme, zonder haat jegens anderen, in liefde voor Servië.''

,,Er zijn twee Servië's, het ene op het Oosten gericht, het andere op het Westen,'' verduidelijkt Svetislav Basera, schrijver en harde criticus van de academici, die zichzelf omschrijft als 'Serviër' en 'christen, dus anticommunist en antinationalist'. ,,Cosic is de leider van het pro-oosterse Servië, geïsoleerd en xenofoob. Zijn tijd is geweest. De jongeren van het pro-Europese en stedelijke Servië zien in hem niet meer dan een clown.'' ,,Het 'Memorandum', dat is shit, ideeën uit de 19de eeuw,'' vervolgt hij. ,,Cosic en zijn clan hebben Milosevic een ideologie geboden die hij heeft gebruikt om een bloedbad uit te lokken.''

De 'vader van de natie' heeft niettemin nog vrienden behouden, met name binnen de Servische Academie voor kunsten en wetenschappen. Predag Palavestra, de voorzitter van het PEN-Center in Belgrado, denkt dat 'Dobrica Cosic een van de invloedrijkste mannen in de tweede helft van de 20ste eeuw' is geweest, 'de grondlegger van de partizanenmythe, en daarna van het 'Nationale Programma van Servië''. ,,Welnu, die natie, waarvan hij de spirituele vader is, is niet de natie van het geweld, van de vernietiging en de etnische zuivering, maar die van de vrijheid en van de verdediging der mensenrechten,'' verdedigt de schrijver hem. Predag Palavestra legt, zoals veel andere Belgradose intellectuelen, een verband tussen de Servisch-nationalistische intelligentsia en de overwinning van de oppositieleden op Slobodan Milosevic, een verband dat teruggaat op het 'Comité voor de verdediging van de vrijheid van denken en meningsuiting', dat van 1984 tot 1989 een rol heeft gespeeld in het politieke leven van Servië. ,,Wij kwamen bijeen in het atelier van de schilder Mica Popovic,'' herinnert hij zich. ,,Er waren uiteenlopende figuren, Mihajlo Markovic (de ideoloog van de SPS van Milosevic in de jaren negentig), Vesna Pesic (een van de mensen achter de tegen Milo sevic gerichte manifestaties in de winter van 1996-1997), Vojislav Kostunica, de jongste van ons. En dan was er Dobrica Cosic, onze leider. We hadden trouwens de bijnaam 'Cosic-comité'. Toen bereidden wij de democratische revolutie voor die dit jaar heeft plaatsgevonden.''

Zo was het 'Cosic-comité' de belangrijkste politieke groepering van de man die kort tevoren president van Joegoslavië was geworden. In die tijd bestreden Slobodan Milosevic en de Liga van de communisten deze democraten, van wie sommigen later de eerste nationalistische strijdgroepen vormden. Vervolgens ging ieder zijn eigen weg, Cosic en Markovic aan de zijde van de nationaal-communistische dictator, Pesic als lid van de nationalistisch-pacifistische oppositie, Kostunica trok zich terug uit het openbare leven. De toekomstige president bleef zeer nauwe banden onderhouden met een andere nationalistische academicus, Nikola Milosevic, filosoof en ere-voorzitter van de Liberale Partij van Servië. De laatste vat hun intellectuele verstandhouding en hun oppositie tegen Slobodan Milosevic als volgt samen: ,,Kostunica en ik denken dat een keuze voor het liberalisme kan samengaan met een keuze voor het nationalisme.''

Nikola Milosevic, die een bescheiden appartement in een verloederde torenflat bewoont, ver uit de buurt van de mondaine salons, en die het in weerwil van 'een dertig jaar oude vriendschap' niet erg op prijs stelt dat hij wordt afgeschilderd als 'de ideoloog van Kostunica', vertelt over hun vijandige houding jegens het Joegoslavië van Tito - 'een verkeerde constructie, waarvan het uiteenvallen jammer genoeg, maar onvermijdelijk, tot bloedvergieten moest leiden' - en jegens het Joegoslavië van Milosevic - 'de vernietiging van instituties, van de economie, en de nederlaag na afloop van alle oorlogen'.

Ver, heel ver verwijderd van de kringen die deze wals der ideologieën symboliseren, zijn er in Belgrado ook overtuigd antinationalistische actievoerders. Met name drie vrouwen belichamen deze wanhopige, door 'Joego-nostalgie' gekenmerkte strijd. Zij hebben hun eigen niet-gouvernementele organisatie (NGO) opgericht om gehoor te vinden: Sonja Biserko, van het Helsinki-comité voor de Rechten van de Mens in Servië, Natasa Kandic, van het Centrum voor humanitair recht, en Borka Pavicevic, van het Centrum voor culturele schoonmaak. Een trio dat met gehoon wordt bejegend door de vroegere machthebbers en door nationalisten van alle richtingen, drie vrouwen die ervan worden beschuldigd 'verraadsters' en 'anti-Servische' activistes te zijn, zeker niet alleen maar in de kolommen van de officiële kranten.

Sonja Biserko stelt nu juist het verleden van Vojislav Kostunica aan de kaak. ,,De nationalisten hebben gewonnen in Servië!'', zegt ze. ,,Dat is ons hoofdprobleem, evenals het feit dat ze er zelfs in zijn geslaagd de westerse landen ervan te overtuigen dat alleen oprechte nationalisten Milosevic konden verslaan. Kostunica heeft de steun van de kerk en het leger, de twee pijlers van het Groot-Servische model! Kostunica belichaamt een nationalistisch model, in die zin dat hij nooit gewag maakt van de niet-Serviërs.'' Ze benadrukt ook het feit dat de paramilitaire eenheden, uitgezonderd die van Vojislav Seselj, zich bij de nieuwe machthebbers hebben aangesloten, en zelfs hebben deelgenomen aan de onlusten van 5 oktober, die de val van Slobodan Milosevic teweeg hebben gebracht. Sonja Biserko schetst het beeld van een staat in een toestand van 'morele verwoesting'.

Wat Borka Pavicevic betreft, zij heeft een heel bijzondere positie in Belgrado. Zij is de vriendin van Sarajevo, een Servisch staatsburgeres die de grootste bekendheid geniet vanwege haar antinationalistische optreden in de Bosnische hoofdstad, die in de ban is van multi-etnisch verzet en Joego-nostalgie. Omdat zij denkt dat Sarajevo en Bosnië-Herzegovina in de verwoeste Balkan het laatste restant van 'joegoslavisme' blijven, en omdat zij niet kon verdragen dat het Servische leger die symbolische stad bombardeerde, heeft Borka Pavicevic haar organisatie opgericht, door in Belgrado een tentoonstelling te organiseren onder de titel 'Leven in Sarajevo'. Aan de muur van haar werkkamer is een kaart van het beleg van de Bosnische hoofdstad geplakt. Zij heeft tijdens de oorlog ook inwoners van Sarajevo een schuilplaats geboden, en daarna in Belgrado de eerste film verspreid over het bloedbad in Srebrenica en de processen van het Tribunaal in Den Haag.

Borka Pavicevic, die een warme sjaal heeft omgeslagen, en die van streek raakt zodra ze de oorlog en het verlies van Joegoslavië aanroert, praat onomwonden over haar nieuwe land, Servië, 'een samenleving die in ideologisch opzicht ziek en waanzinnig is'. ,,Milosevic heeft voor de nationale identiteit gestreden met behulp van een totalitarisme van de communistische soort. Daarna is hij een oorlog om grondgebieden begonnen, een absurde oorlog in de tijd van het Europese proces van eenwording,'' foetert ze, bedroefd en melancholiek. Zij kan niet verdragen dat de Servische oppositie Milosevic de verloren militaire campagnes verwijt. ,,Milosevic is niet in de eerste plaats schuldig omdat hij de oorlogen heeft verloren, maar omdat hij ze heeft uitgelokt! Wat het zwaarst weegt, dat is het uiteenvallen van Joegoslavië! Wat het zwaarst weegt, dat zijn de tweehonderdduizend doden, de vier miljoen mensen die werden gedwongen te verhuizen!'' Borka Pavilcevic denkt dat 'het optreden van die schoften', die een 'vergiftigd, paranoïde en nationalistisch Servië' hebben gecreëerd, nu leidt tot de noodzaak van een 'denazificatie', van een 'desinfectie'. Zij praat nog altijd over Sarajevo, en concludeert dat 'de Serviërs werkelijk in Europa zullen integreren wanneer ze zullen hebben begrepen dat vrijheid begint met de vrijheid van de ander'.

Voor Borka Pavicevic en anderen, reikt de 'in ideologisch opzicht waanzinnige samenleving' van Dedinje tot Pale, van Dobrica Cosic tot Radovan Karadzic. Die samenleving dringt ook door tot op het industrieterrein van Belgrado: daar heeft Ljubisa Ristic, ideoloog van Mira Markovic en voorzitter van Joego slavisch Links, een theater geopend. De man, het Joegoslavische symbool van mei 1968, ontvangt de bezoekers aan de bar van deze voormalige suikerfabriek, die is veranderd in een verbazingwekkend en schitterend cultureel centrum, van een stuitende luxe in een Servië dat tot ellende is vervallen. Doof voor beschuldigingen van corruptie en van megalomane waanideen, verklaart Ljubisa Ristic dat het Kapegete-theater, gebouwd tijdens de bombardementen van de Navo in het voorjaar van 1999, 'een symbool van de verzetsmentaliteit in Servië' is. De regisseur en de echtgenote van Slobodan Milosevic waren de bezielende krachten achter het gepraat over 'het fascistische Westen' en 'Servië als bolwerk van de vrije wereld', dat sinds de interventie van de Navo de discussie in Belgrado heeft beheerst. Het licht is gedempt, een zachte muziek verbreidt zich door het pand, meisjes in witte jakken ontvangen de toeschouwers. Ljubisa Ristic, wiens gedachten steeds bij de gebeurtenissen van 5 oktober zijn, slaat een beschuldigende toon aan.

,,Ik had niet gedacht dat we zo'n staatsgreep zouden beleven in dit land! We hebben echt een reeks vergissingen begaan,'' klaagt hij. ,,De eerste vergissing van president Milosevic was dat hij verkiezingen heeft uitgeschreven, en de tweede dat hij in de loyaliteit van de politie en het leger heeft geloofd. Een derde vergissing zou hebben kunnen plaatsvinden,'' vervolgt hij: ,,het uitlokken van een bloedbad met behulp van degenen die hem tot het laatst trouw bleven. Maar Milosevic heeft besloten om de macht af te staan, want in het kader van die door het buitenland geregisseerde staatsgreep was de laatste stap in het scenario natuurlijk dat zo'n bloedbad als voorwendsel zou hebben gediend voor de bezetting van het land door vreemde strijdkrachten.''

Ristic strijkt met zijn vingers door zijn snor, hij is zenuwachtig, er zijn nog zoveel complotten die hij aan het licht moet brengen. ,,De westerse mogendheden gaan voortaan de extremisten van Vojvodina en Sandjak (Servische provincies met sterke Hongaarse en islamitische minderheden) bewapenen, zij gaan nieuwe oorlogen ontketenen, hele zware, met het doel Servië militair te bezetten, zoals eerder Bosnië en Kosovo. We gaan een tijd van chantage en van onlusten beleven.'' En de reden voor die westerse agressie? ,,De Europese Unie gehoorzaamt aan de logica van een wereldrijk. Haar leger moet buiten haar grenzen activiteiten ontplooien, zoals elk leger van een wereldmacht. En de Verenigde Staten gebruiken de Navo om dat nieuwe Europese rijk te omsluiten.''

Zo vaart Servië, burcht van het absurdeellipse. Ljublisa Ristic brengt de dreigingen aan het licht waaronder het Servische volk gebukt gaat, Dobrica Cosic heeft het over de gevechten die hij levert voor de vrijheid, Antonije Isakovic, academicus en medeauteur van het 'Memorandum', herhaalt in navolging van tal van Belgradose intellectuelen dat 'het uiteenvallen van Joegoslavië heeft geleid tot de tweede genocide van de eeuw op het Servische volk' - de eerste waren moordpartijen op de Serviërs die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bedreven door de pro-nazistische Kroatische staat.

Predag Palavestra aarzelt, maar gaat toch in op het verzoek om een eerste barst te onthullen achter het masker van de nationalistische ideoloog. Hij is geboren in Sarajevo. Hij mompelt dat 'de verdediging van het nationale gevoel van de Serviërs soms trots, soms schaamte teweegbrengt'. ,,Mijn broer en mijn schoonzuster, allebei Serviërs, zijn in Sarajevo omgekomen tijdens de Servische bombardementen, respectievelijk in 1993 en 1995,'' vertelt hij aangedaan. ,,Dat ik niet meer naar mijn geboortestad Sarajevo terugkeer komt door dat schaamtegevoel waardoor ik word gekweld,'' besluit hij. Hij staat op en geeft me de tekst van een lezing die hij onlangs in Zweden heeft gehouden over de rol van intellectuelen tijdens de oorlog - ,,Ik erken dat schrijvers een verantwoordelijke positie in het nationalisme innemen, zij hebben olie op het vuur gegooid'' - en dan verdwijnt hij. Zijn schouders zijn plotseling gebogen, hij maakt een vermoeide indruk.

,,Geen enkele verantwoordelijkheid! Geen enkele verantwoordelijkheid!'' schreeuwt Dobrica Cosic. ,,Als ik me schuldig voelde vanwege die oorlogen, zou ik niet hebben overleefd...'' De academicus is niettemin, zonder dat zijn gelaatsuitdrukking iets verraadt, aan het vertellen over zijn volgende kruistocht. ,,We zullen moeten handelen om de politieke chaos in Montenegro het hoofd te bieden,'' zegt hij. ,,Een half miljoen Montenegrijnen zal niet over de toekomst van tien miljoen Serviërs beslissen! Montenegro moet zijn identiteit bepalen, zijn positie bepalen ten opzichte van de dubbele, Servische en Montenegrijnse, identiteit van zijn burgers.''

Wat betreft de vervulling van de taak om de banden die Servië en Montenegro verenigen opnieuw vast te leggen, heeft Dobrica Cosic vertrouwen in Vojislav Kostunica, die hij beschouwt als 'de beste staatsman in Servië'. Hij doet alsof hij niet meer weet dat hij in 1989 had verklaard dat 'Milosevic de meest getalenteerde Servische politicus van de 20ste eeuw' is, en vervolgens, in 1993, dat 'Karadzic de meest getalenteerde Servische politicus van de 20ste eeuw' is.

Zo vaart Servië... Het is laat, Dedinje slaapt in. Staande op de hoogste tree van het trapje voor zijn huis, glimlacht de 'schrijver van de vrijheid', de 'verzetsstrijder', en geeft met z'n hand een laatste teken ten afscheid. Onbewogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden