Bunkermuseum in natuurgebied op Vlieland

museum in de duinen | Op Vlieland moet een bunkermuseum in de duinen de geschiedenis van de oorlog levend houden. Maar dat gaat zomaar niet, een stelling afgraven in een beschermd natuurgebied.

Pas op dat je niet in een loopgraaf stapt", waarschuwt Marc ter Ellen in de Vlielandse duinen. Met een groep badgasten beklimt hij een hoog duin vlak achter de Noordzee, overwoekerd door duindoorn, distels en helmgras. De kuilen zijn verraderlijk, bijna niet meer te zien door de planten, maar het is echt waar: gegraven door de Duitsers. Eenmaal boven laat Ter Ellen, directeur van het Vlielandse bezoekerscentrum De Noordwester, zien wat hier verscholen ligt: een bunkercomplex uit de Tweede Wereldoorlog.


De wind, het zand en de natuur hebben sindsdien niet stilgezeten. Verstoven, begroeid, alleen een paar stukken muur steken een meter boven de grond uit. Slechts één ruimte is te betreden, als je eerst in een gat springt en je dan door een opening wurmt. Het is de voormalige woonbunker, door opeenvolgende generaties jonge Vlielanders eerst als illegale kroeg en later als hangplek gebruikt.


"Er is nu eigenlijk nog weinig te zien", geeft Ter Ellen toe. "Maar er is heel veel belangstelling voor deze bunkerexcursie, we hebben extra rondleidingen ingelast." Enthousiast vertellend, aan de hand van oude plattegrondjes, weet Ter Ellen levend te maken hoe deze 'stelling 12H' begin jaren veertig functioneerde. Hoe de Duitsers bij die nog zichtbare betonnen ring hun kanon naar de Noordzee draaiden, hoe ze aten en sliepen, zich bewogen door de gegraven gangen, waar ze hun geweer neerzetten en hoe ze omgingen met de Vlielanders.


Als het aan Ter Ellen ligt, blijft hij die geschiedenis nog heel lang vertellen, maar dan in een uitgegraven, voor bezoekers geschikt gemaakt bunkermuseum. Dat idee kwam tien jaar geleden op bij Ter Ellen en Dirk Bruin. Bruin is de 'oorlogshistoricus' van het eiland. In De Noordwester stelt hij al sinds 1985 tentoonstellingen samen over Vlieland en WOII. In 2006 bedachten ze dat die uitstallingen veel beter tot hun recht zouden komen in de duinbunkers zelf. Er kwam een serieus plan, onderzoeken, aanvragen voor vergunningen en subsidies maar pas afgelopen maand, tien jaar later, is de laatste hobbel genomen om het plan ook echt uit te voeren.


Er was namelijk een grote complicatie: de natuur. De overblijfselen liggen in beschermd natuurgebied en de grond is eigendom van Staatsbosbeheer. Daarnaast is het duin het laatste voordat het strand begint, een zeewering dus en ook daar gelden strenge regels voor. Om de bouwwerken weer te onthullen moet de begroeiing weg en het opgestoven zand er vanaf.


De 'natuurtoets' leverde aanvankelijk een hoop vragen op. "Er zou een tapuit broeden op het duin tegenover de stelling", vertelt Ter Ellen in zijn kantoortje naast de Jutterszolder in De Noordwester. "Bijenorchis was er gezien, een zeldzaam plantje, de tapuit zou dichtbij broeden. En zandhagedissen komen hier voor." Geen gebied dus waar graafmachines aan het werk mogen en veel bezoekers welkom zijn, zo leek het. Maar Ter Ellen en Bruin zagen de bedreigingen niet zo. Er volgden nog meer onderzoek en allerlei procedures die veel tijd kostten.


Uiteindelijk kwamen medewerkers van de provincie Friesland, die de Natuurbeschermingswet uitvoert, toch nog eens zelf kijken. Voor hun bezoek had Dirk Bruin met vlaggetjes aangegeven waar de zeldzame soorten zoals de bijenorchis en de tapuit nu precies zaten. "Komt hier een golfbaan?, vroegen ze aan ons. Ze zagen meteen dat de vlaggetjes veel te ver weg stonden van het gebied waar de bunkers liggen. Maar op die manier ben je zo weer maanden verder", zegt Bruin.


"We zullen er alles aan doen om te voorkomen dat de natuur verstoord wordt", verzekert Ter Ellen. "We gaan de bunkers alleen aan de binnenkant van het duin uitgraven. De bezoekers zullen binnen de herstelde loopgraven blijven, niet over het hele terrein gaan lopen. En we moeten 'mitigerende' maatregelen nemen, zoals dat heet." Bruin legt uit: "We zijn geen ecologen, maar gebruiken ons gezonde verstand. Op de open stukken duin kun je blauwe zeedistel zaaien. We zullen iets maken voor vleermuizen. Die zitten nu gelukkig nog niet in de bunkers, anders hadden we een probleem gehad. En met de zandhagedis kunnen we wel leven. Het is een beetje de korenwolf van de Waddeneilanden. In Nederland wel zeldzaam, maar hier liggen ze met tientallen platgereden op de fietspaden. Die zandhagedis gaat wel verderop. En als die in winterslaap is zullen we niet met graafmachines werken."


Met de eigenaar van de grond, Staatsbosbeheer, moest een pachtovereenkomst gesloten worden. Eerst zou De Noordwester het terrein voor het symbolische bedrag van een euro per jaar kunnen pachten. Maar daar kwam Staatsbosbeheer op terug. "Ze wilden toch meer en vroegen 7000 euro per jaar plus 25 cent per bezoeker", zegt Ter Ellen. "Dat legde een bom onder het plan. Uit de exploitatie zouden we dat nooit kunnen verdienen. We voelden ons behandeld als een duinhuisje." Na lang onderhandelen kwam er toch een overeenkomst: 1000 euro per jaar en na vijf jaar 10 procent van de entreegelden daar bovenop. In november kwam de bevrijdende handtekening onder de pachtovereenkomst.


Zeewering


De dag voor Kerst is omgevingsvergunning gepubliceerd, in februari kan dan als het goed is eindelijk de schep het zand in. Ter Ellen snapt eigenlijk niet dat hij en De Bruin het zo lang hebben volgehouden. Vlieland had in 2006 als eerste van de Waddeneilanden het plan een oude oorlogsstelling als museum in te richten en deed een aanvraag voor subsidie bij het Waddenfonds. Ook dat proces verliep traag. "Doe het met alle eilanden samen, zei het fonds. Dat hebben we toen gedaan. Daarna wilden ze een plan met de eilanden en de wal samen. Ook dat is gemaakt. Dat bleek toch te ingewikkeld en is het weer losgeknipt in twee delen."


Intussen moest ook nog Rijkswaterstaat ervan overtuigd worden dat het duin een goede zeewering zou blijven. De regels daarvoor waren inmiddels weer veranderd, dus ook die toets moest opnieuw. "Het is een heel erg massief duin en we gaan niet aan de kant van de zee graven." En de eigenaren van de duinhuizen dichtbij de bunkers maakten bezwaar. Het complex ligt enkele honderden meters voorbij de laatste vakantiewoning. Ze vrezen veel meer fietsverkeer en inkijk op hun terrassen. Ook dat lijkt met een sisser af te lopen. "De observatiepost bovenop de stelling zullen we zo maken dat die alleen over zee uitkijkt. Sommige mensen dachten dat we de bunkers allemaal nog moesten gaan bouwen maar die zitten er natuurlijk al. Er komt wel een nieuwe entreebunker die geheel onder de grond komt te liggen en een eindje van het fietspad af", legt Ter Ellen uit. "Ik dacht laatst dat we nog wel wat kunnen met die rietmatten van de vogelkijkhut", vult Bruin aan. "Als we die rechtop zetten, kunnen je net voorkomen dat je erin kijkt en het heeft dezelfde kleur als het helm." Goed idee, vindt Ter Ellen. "Dat wordt dan weer vanzelf een natuurlijk duintje."

Ontspannen in de oorlog

De Duitse soldaten op stelling 12H in de duinen van Vlieland hebben een tamelijk ontspannen leven gehad. Ze moesten wachtlopen, waarnemen en geregeld oefenen met wapens. Er waren in de Tweede Wereldoorlog meerdere stellingen op Vlieland. Eén complex ligt nog deels, vervallen, onder de duinen aan de Oostkant, een post vlakbij de Vuurtoren was tot voor kort in gebruik door het waterbedrijf. Van daadwerkelijke gevechtshandelingen is het niet gekomen op het Wadden-eiland. De soldaten hielden vaak kippen en konijnen bij de stellingen om in extra voedsel te voorzien. In de broedtijd was het verzamelen van meeuweneieren een favoriete bezigheid. De eenheden werden regelmatig afgelost. In de loop van de oorlog kwam er daardoor ook een groep aan het barre Oostfront geharde soldaten. In die periode breken de Duitsers in bij vakantiehuisjes in de duinen om met hout en huisraad het leven in de bunkers te veraangenamen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden