Bulgaar werkt hard, en juist daarom is hij bedreigend

SCP onderzocht beeldvorming rondom Oost-Europese arbeidsmigranten

Veel Nederlanders hebben respect voor Oost-Europese arbeidsmigranten omdat die zo hard werken en ondernemend zijn. Maar juist daarom worden ze ook gezien als concurrenten op de arbeidsmarkt.

Die dubbelzinnige houding komt naar voren in het kwartaalbericht 'Burgerperspectieven' van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Per 1 januari hebben Bulgaren en Roemenen geen tewerkstellingsvergunning meer nodig als zij in Nederland willen werken.

Veelzeggend is hoe de ondervraagden kijken naar de uitbuiting van arbeidsmigranten, zegt SCP-onderzoeker Jaco Dagevos. "Dat vinden veel burgers spijtig en vervelend, daar zou meer tegen opgetreden moeten worden, vindt men. Maar ze voegen er ook direct aan toe: zo kunnen wij natuurlijk niet concurreren. Het argument van oneerlijke concurrentie en de angst voor hun eigen positie is groot."

Onderzoekers van het SCP kijken elke drie maanden hoe Nederlanders denken over zaken als de politiek en de economie. Dit keer hadden ze speciale aandacht voor de beeldvorming rond Oost-Europese migranten.

Die is zacht gezegd 'niet gunstig', concludeert het SCP. Zes op de tien Nederlanders zien vooral nadelen aan de komst van migranten uit Oost-Europa.

Bijna de helft van de duizend ondervraagden vindt dat Oost-Europese migranten banen afpakken van Nederlanders en 58 procent vindt dat ze misbruik maken van uitkeringen.

Bijna de helft zegt dat Oost-Europese migranten voor overlast in de wijken zorgen en 46 procent dat ze vaak in de criminaliteit zitten.

Het SCP denkt dat dat vooral komt door mediaberichtgeving over toeslagenfraude door Bulgaren en Roemeense zakkenrollers die actief waren tijdens de Gay Pride in Amsterdam.

De onderzoekers stellen dat de beeldvorming van ondervraagden overigens niet altijd strookt met de feiten - zoals dat arbeidsmigranten de samenleving doorgaans meer opleveren dan kosten. "Maar de associatie met criminaliteit is voor burgers heel belangrijk voor hun beeldvorming", zegt SCP-onderzoeker Jaco Dagevos. "Hoe beeldvorming ontstaat is een ingewikkeld proces. Mensen ontwikkelen ideeën onder meer door wat ze om zich heen zien, wat ze via-via horen en in de media zien."

Dat Roemenen en Bulgaren vanaf 1 januari geen tewerkstellingsvergunning meer nodig hebben, speelt een minder grote rol, denkt Dagevos. "Veel mensen hebben dat helemaal niet zo op hun netvlies. Het gaat vooral om wat ze horen en zien, deze bevolkingsgroepen waren afgelopen maanden veelvuldig in het nieuws."

Uit de SCP-cijfers blijkt ook dat Poolse arbeidsmigranten, die al sinds 2007 zonder vergunning in Nederland kunnen werken, een positiever imago hebben dan bijvoorbeeld Marokkanen. Daaronder bungelen nog weer de arbeidsmigranten uit Roemenië en Bulgarije.

Die beeldvorming kan in de loop van de tijd veranderen, zegt Dagevos. "Dat hebben we met andere bevolkingsgroepen ook gezien. De beeldvorming over Surinamers is nu veel beter dan twintig jaar geleden, voor Antillianen geldt juist het tegenovergestelde, daarover denken Nederlanders nu negatiever. Het zal ervan afhangen hoe de integratie van Roemenen en Bulgaren verloopt."

Achterover leunen en bijstand incasseren is er niet bij voor Roemenen en Bulgaren
Volgens de meest recente raming van het Centraal Planbureau komen er vanaf 1 januari jaarlijks maximaal 6000 Bulgaren en Roemenen naar Nederland om te werken. Er is vanaf die datum geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Het betreft een ruwe schatting, want hoe het werkelijk zal gaan, weet niemand. Toen de grens in 2007 open ging voor Polen, bleken de schattingen te laag. Dat kan nu opnieuw het geval zijn, maar andere voorspellingen gaan ervan uit dat Bulgaren en Roemenen liever naar Zuid-Europese landen gaan en dat degenen die zich in Nederland willen vestigen dat al lang hebben gedaan.

De lonen in Bulgarije en Roemenië zijn lager dan hier, maar wie voor een Nederlands bedrijf aan de slag gaat, moet worden betaald volgens de Nederlandse cao en belastingen en premies betalen. Uiteindelijk komt daar ook recht op een uitkering bij werkloosheid uit voort.

Recht op WW is er pas nadat een werknemer in 36 weken minimaal 26 weken heeft gewerkt. De uitkering die dan volgt, is afhankelijk van het arbeidsverleden. Wie dus maar kort aan de slag is, krijgt ook maar kort WW. Wie de genoemde 26 weken heeft gewerkt, krijgt niet langer dan drie maanden WW en daarna volgt een half jaar bijstand. Wie na een jaar zijn baan verliest, heeft recht op een reguliere bijstandsuitkering, net als Nederlanders.

Achterover leunen en bijstand incasseren is er niet meer bij. Sociale diensten proberen uitkeringsgerechtigden aan het werk te krijgen en dus geldt ook voor Roemenen en Bulgaren onder meer dat zij Nederlands moeten spreken of dat moeten leren. De kans dat inwoners uit deze landen naar Nederland komen vanwege de sociale voorzieningen is zeer klein, denkt Divosa, de vereniging van gemeentelijke sociale diensten. "Ter vergelijking: we hebben de afgelopen jaren naar verhouding weinig aanvragen voor een bijstandsuitkering gekregen van Polen. Als er een aanvraag was, ging het vaak om een echtscheiding waarbij een van de partners terugging naar Polen en de ander hier wilde blijven."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden