Buitenstaanders in Nederland

Levensbeschouwelijk Nederland telt twee nieuwe groepen: de ’ongebonden spirituelen’ en de ’niet-religieuze niet-humanisten’. Over die laatsten moet de overheid zich zorgen maken, vinden onderzoekers.

’Laten we ons er maar niet druk om maken, het verdwijnt vanzelf.” Dat dacht de overheid over religie, zegt Gerrit Kronjee, onderzoeker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De socioloog is een van de auteurs van ’Geloven in het publieke domein’, een verkennend onderzoek van de WRR over de rol van religie in Nederland.

Conclusie: de secularisatiethese, over het verdwijnen van de godsdienst, is achterhaald. Kronjee: „Al onze onderzoeken gingen daar vanuit. Maar de maatschappij is veranderd, en dat levert nieuw inzicht in zingeving op. Vroeger zat je een leven lang bij het spoor en was je lid van een kerk die bij je sociale klasse hoorde. Maar het draait nu niet meer om organisaties, het leeglopen van de kerken is maar één aspect van de werkelijkheid. We leven in een leefstijlenmaatschappij.”

Martijn Lampert van onderzoeksbureau Motivaction, beaamt dat. Hooguit een op de drie Nederlanders voelt zich verbonden met een kerk. Instemming met geloofsuitspraken loopt terug, de invloed van de kerken in maatschappij en persoonlijk leven ook. „De gedachte was: het humanisme verdringt het christendom.” Maar de ontkerkelijking bracht geen stormachtige groei van het humanisme met zich mee. Wat is er dan wél aan de hand?

Lampert en Kronjee analyseerden ongebruikt materiaal dat Motivaction eind 2003 verzamelde. Toen hadden meer dan 2000 Nederlanders in ’vrije formuleringen’ verteld wat voor hen van betekenis was in het leven en hoe ze daaraan vormgaven. Kronjee. „Je moet niet alleen weten wat mensen zeggen te geloven, maar ook: wat doen ze in het dagelijks leven met hun zingeving.”

Wat opvalt, signaleert Lampert, is dat de gevoeligheid voor religieuze ideeën onder jongeren toeneemt. Lampert: „De jeugd heeft nauwelijks een band met kerken. Het transcendente is niet meer het exclusieve domein van de kerken.’’

De nieuwe categorie die zich aftekent is die van de ’ongebonden spirituelen’. Daar vallen ietsisten en soloreligieuzen onder, witte heksen, pendelaars en tarotkaartleggers (Lampert: ’premoderne magie’). Ze geloven in reïncarnatie en doen aan wellness, yoga en meditatie.

Het lijkt een toevallig samenraapsel, maar er zit lijn in, zegt Lampert. „Ze zijn gericht op harmonie en liefde, vertrouwen op hun intuïtie, ze menen dat iets waar je positieve aandacht aan schenkt, zal groeien. Dat er een invloedrijke, hogere werkelijkheid is. Dat alles verbindt ze.’’

Tot op heden was de gedachte dat deze new-age-achtige groepering uit ouderen bestond; opgegroeid in de sixties, op termijn een uitstervend ras. Lampert stelt vast dat het juist om een ’wat jongere leeftijdscategorie’ gaat, ’een nieuwe groep spiritueel bewusten’. Inmiddels maken die meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking uit – net zoveel als er christenen zijn.

Het clichébeeld van christenen – dorps en bekrompen – is volgens Kronjee nodig aan herziening toe. Christenen paren een geloof in transcendentie aan ’naastenliefde’ – ze doen veel aan vrijwilligerswerk, in én buiten de kerk, zijn de grote geldgevers bij collecten, offeren ruimhartig voor armen in Zambia. De kerken herbergen een groot ’sociaal kapitaal’.

Kronjee: „Christenen achterlijk en dorps? Integendeel. Christenen voelen zich verantwoordelijk voor de hele samenleving, niet alleen voor de nabije naaste. Ze denken globaal. Zij zijn de echte kosmopolieten.”

Diametraal daartegenover staat een andere ’nieuwe’ groepering die Motivaction heeft ontdekt. Dat zijn de buitenstaanders. Ze zijn niet positief ingesteld, maar afkerig. Ze hunkeren naar erkenning (’respect’), ze wantrouwen de overheid. Humanistische idealen delen ze niet. Lampert: „Ze hebben een lage tolerantie, wantrouwen buitenlanders en andersdenkenden, ze willen winnaars volgen, hebben een kort lontje en zoeken snelle bevrediging. Ze hebben geen beeld van een betere wereld, maar kennen alleen een slechte wereld. Ze zijn ongelukkig met zichzelf en met de wereld, en ze hebben geen hogere zingeving.”

Ze hangen geen geloof aan en zijn ook geen humanisten. Ze scoren, aldus de WRR-publicatie die vandaag verschijnt, op alle Schwartz-waarden (zie grafiek over levenshouding) laag: ze willen zich niet inleven in anderen, bemoeien zich nauwelijks met hun buurt en al helemaal niet met mensen in andere werelddelen, leggen weinig contacten en hebben een geringe neiging tot presteren.

Een op de vijf Nederlanders valt in deze niet-religieuze en niet-humanistische categorie ’buitenstaanders’. Onlangs vertelde Kronjee over deze buitenstaanders aan Amerikaanse collega’s. „Die schrokken en zeiden: je mag je er wel ongerust over maken. Zó’n grote groep ontevredenen.”

En Kronjee ís bezorgd. „Deze mensen leven in een omgeving waarvan ze de normen niet aanvaarden. Ze kunnen makkelijk vervallen tot anomie, wetteloosheid. Waar ik van schrik: dat ze de politiek wantrouwen én aan hun werk geen identiteit ontlenen. Je moet uitkijken dat ze hun werk niet kwijtraken, maar het is duidelijk: de slogan ’werk, werk, werk’ is niet voldoende.”

In hun aanbevelingen stellen Kronjee en Lampert vast dat de overheid iets aan de zingeving van deze groepering moet doen om een betere ’burgerschapsstijl’ te ontwikkelen.

Ze zijn het erover eens hoe het níet moet: verguizing. Lampert: „In de jaren zeventig heette het de verplatting, daarna was het de ’vertrossing’, nu kijken ze Talpa en SBS en doen we er weer neerbuigend over. Ik vind dat gevaarlijk. Kijk naar België, daar heeft het cordon sanitaire ervoor gezorgd dat ze geïsoleerder werden, nog meer naar erkenning hunkerden – en groeiden.’’

De buitenstaanders zijn goed voor 25, 30 Kamerzetels – het zijn de LPF’ers van voorheen. Lampert: „Een vaste, eigen ideologie hebben ze niet. Nu zitten ze bij Wilders, bij Marijnissen. En bij Jan Peter Balkenende.’’

Aan dat laatste heeft Motivaction actief meegewerkt, als adviesorgaan voor de CDA-verkiezingscampagne. „Wij hebben gezegd: probeer die onderbuikgroep te bereiken. Geef ze trots in plaats van wrok, bied die zoekende mensen leiderschap en vertel wat je als kabinet bereikt hebt. Speel niet in op de angst voor een tsunami van moslims, zoals Wilders dat deed, maar doe iets positiefs en inspireer hen.” Om dat te doen, ging Balkenende op aanbeveling van Motivaction bijvoorbeeld een avondje RTL Boulevard presenteren. „De commerciële zenders, daar kijken de buitenstaanders naar. Dat is hun venster op de wereld.’’

Waarom lukte het Balkenende wel, en GroenLinks of D66 niet? Lampert: „Die partijen zijn de ongebonden spirituelen, de libertijnen die vinden dat ieder zijn eigen waarheid moet vinden. Ze kunnen niet, zonder hun principes geweld aan te doen, roepen: zó is het. Dat is hun handicap. Ze hebben geen antwoord op egocentrische partijen. Je moet de durf hebben om in one-liners te praten, archetypen te gebruiken, de tv te benutten.’’

De inhoud is secundair: Wilders, Marijnissen en Balkenende lijken in weinig op elkaar. Met één uitzondering: ze bieden helderheid, leiderschap. „Ongebonden spirituelen en humanisten verliezen hun greep op de samenleving.’’

Voor het bereiken van de buitenstaanders is waarschijnlijk geen grote rol weggelegd voor traditionele kerken. Die zijn, zegt Lampert, ingesteld op het intellect, het hoofd. „Bij deze groep moet je het hart bereiken, de compassie die bij hen weinig ontwikkeld is, maar er wél is. Ze hebben een klein hartje”.

Volgens Kronjee is er bij de kerken één uitzondering: de op Amerikaanse leest geschoeide evangelicals, zoals Orlando Bottenbley’s Vrije Baptisten in Drachten. „Het is er zondagmorgen net een show van Joop van den Ende. Duidelijke taal, camera’s, knappe regie. Dat spreekt aan.”

Welke rol ziet de overheid voor zichzelf weggelegd bij het herstellen van het burgerschap? Kronjee: „Dat is precies de vraag. We zien dat de burgerschapsbinding samenhangt met zingeving. Dat er een grote groep tot wetteloosheid kan vervallen.”

Met het krimpen van de groep christenen ’verliest de maatschappij sociaal kapitaal en cohesie’, zegt Kronjee. En, zegt Lampert, er komen steeds meer buitenstaanders. „Zij krijgen de meeste kinderen.” Dus is het tijd voor bezinning op de rol van de overheid.

Als het aan Kronjee ligt, gaat zijn WRR er een stevig rapport over opstellen. „In de VS bestaan in opvattingen onoverbrugbare tegenstellingen tussen religieuze groepen. Toch gaan ze in de praktijk goed met elkaar om. De Amerikaanse leefstijl wint het van de religie en dempt de tegenstellingen. Ook in Nederland heb je gemeenschappelijke binding nodig. Ik vraag me af of de canon van de geschiedenis daar echt bij helpt. Dat geldt ook voor de economie: belangrijk, maar niet genoeg. Aandacht voor zingeving is nodig, dat is zeker.”

Lampert en Kronjee vinden dat de ’leidende kaste’, die van de verantwoordelijken, haar rol ook buiten de eigen groep moet opnemen, leiderschap tonen, ’ook op levensbeschouwelijk terrein mensen inspireren’.

Gaat de overheid dat stimuleren? En op commerciële zenders een andere dan puur materialistische werkelijkheid presenteren? En hoe zit het met de scheiding tussen kerk en staat? Kronjee: „Daar moet de WRR zich over buigen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden