Buitenshuis hebben zij niets te vertellen

Terwijl in het Midden-Oosten het verzet broeit en uitbarst, stellen uit Irak en Iran afkomstige vrouwen de ongelukkige levens van moeders en grootmoeders te boek. De één was rijk, de ander analfabeet, maar vrijwel altijd beperkte hun macht zich tot het eigen huishouden.

Lange, blonde haren heeft ze. Met haar lichte huid, haar hippe kleren en haar uitgesproken meningen zou je haar voor een Amerikaanse houden, misschien van Italiaanse afkomst. Maar hoewel Tamara Chalabi in Engeland opgroeide, werd ze geboren in Beiroet, en haar familie komt uit Irak. Toen ze dat land in 2003 bezocht¿ waren de Amerikaanse soldaten aldaar stomverbaasd dat ze Irakese was. ¿Het enige wat ze tot dusver hadden gezien¿, schrijft Chalabi, ¿waren een stuk of wat van top tot teen in zwarte gewaden gehulde inheemse vrouwen. Hun onwetendheid over de regio en hun misvattingen op cultureel gebied baarden mij zorgen.¿

Misvattingen over landen als Irak en Iran komen natuurlijk niet alleen voor bij Amerikaanse soldaten. Daarom besloten niet alleen Chalabi, maar ook Jasmin Darznik en Carolien Omidi te schrijven over de cultuur van hun voorouders (in Omidi's geval over die van haar schoonfamilie). Maar omdat deze schrijfsters, allen goed opgeleide dertigers, letterlijk en figuurlijk zelf ook heel wat in zwarte gewaden gehulde vrouwen op hun weg vonden, kregen de zoektochten van Chalabi en Darznik ongewild scherpe kanten, en nam Omidi haar toevlucht tot een verhaal dat in de zestiende eeuw speelt.

Chalabi laat haar uitvoerige familiegeschiedenis beginnen in de eerste helft van de twintigste eeuw, toen de Britten de grenzen trokken van het huidige Irak - letterlijk met potlood en liniaal. De politieke geschiedenis van Irak speelt in deze familiekroniek een grote rol, want de Chalabi's waren er als welgestelde sjiitische familie direct bij betrokken.

Toch besteedt Chalabi de meeste aandacht aan haar grootmoeder Bibi, een sterke persoonlijkheid, met een passie voor klassieke gedichten, dure sieraden en de nieuwste Parijse mode. Negen kinderen baarde ze; de dochters werden uitgehuwelijkt, de zonen ontwikkelden zich tot politici, zakenlieden en wetenschappers. Toen de familie in de jaren vijftig na een staatsgreep naar Londen vluchtte, naaide Bibi haar juwelen in de jas van een van haar dochtertjes en redde zo een deel van het familiekapitaal.

Maar hoe groot Bibi's invloed binnenshuis ook was, buitenshuis had ze niets te vertellen. Dat verklaart misschien waarom Chalabi de details in Bibi's leven invult met materiële zaken als eten, kleren en juwelen en dat levert niet altijd interessante informatie op. Chalabi had meer moeite kunnen doen haar grootmoeder een innerlijk leven te bezorgen.

'De goede dochter' van de in Iran geboren Jasmin Darznik gaat hoofdzakelijk over de levens van haar grootmoeders, tantes en moeder. Omdat die bijna allemaal analfabeet waren, de hele dag met het huishouden bezig waren en niemand eerder over hen heeft geschreven, is ook Darzniks verhaal soms tot vervelens toe doorspekt met beschrijvingen van stoofschotels, saffraanrijst, dadels en granaatappels.

Desondanks is deze familiegeschiedenis vooral een indrukwekkende aanklacht tegen de mishandeling en onderdrukking van vrouwen. Darzniks moeder werd uitgehuwelijkt aan een sadist. Met de hulp van Darzniks grootvader, die zijn vrouw ook bijna wekelijks bont en blauw sloeg, lukte het haar te scheiden en in Duitsland een opleiding tot vroedvrouw te volgen. Ze hertrouwde met een Duitse ingenieur - Darzniks vader - met wie ze naar Teheran terugkeerde. Toen Khomeini aan de macht kwam, vluchtte het gezin naar de Verenigde Staten. Door keihard te werken lukte het Darzniks moeder haar dochter daar de best mogelijke opleiding te bieden.

Darzniks verhaal is met evenveel compassie geschreven als dat van Chalabi. Maar terwijl Chalabi zich grotendeels laat leiden door het verlangen naar eerherstel voor haar familie, die ze wel erg edelmoedig afschildert, worstelt Darznik zichtbaar met haar opvoeding. Hoewel haar moeder haar een onafhankelijk, westers leven gunde, hield ze toch vaak vast aan haar traditionele Iraanse maatstaven.

Bovendien bleef Darznik jarenlang onwetend van haar moeders verleden. Pas na de dood van haar vader vond ze een foto van haar moeder als bruid van een andere man. Geconfronteerd met dit bewijsstuk, laat Darzniks moeder stukje bij beetje meer los over haar leven en dat van haar eigen moeder - een verhaal vol ontberingen en afscheid nemen, dat weliswaar een happy end kent, maar nooit echt gelukkig was. Toch geeft Darznik er een optimistische draai aan: ¿Als er te veel afstand is en er te vaak afscheid is genomen¿, schrijft ze, ¿is er geen terugkeer, of tenminste geen terugkeer waarin we echt nog kunnen geloven. Toch verstrikt de ene liefde zich altijd in een andere, om onherkenbaar door te groeien en te overleven.¿

Hoe hoopvol Darznik ook eindigt en hoe strijdbaar Chalabi zich ook toont, hun verhalen laten een ongemakkelijk gevoel achter. Hoe zal het de beide schrijfsters verder vergaan? Zullen ze zich kunnen handhaven, schipperend tussen de dromen van hun ouders en hun eigen werkelijkheid, de cultuur van hun grootmoeders en hun eigen professionele levens?

Omidi's verhaal over een miniatuurschilderes uit het zestiende-eeuwse Perzië, die aan steniging ontsnapt door zich als man te verkleden, schilder wordt aan het hof van de sjah, trouwt met de man van haar dromen en een tekenschool voor meisjes opricht, is wat dat betreft een fijn antidotum. Spannend geschreven, hoewel niet bepaald uitblinkend in stijl en dialogen, geeft ook dit boek inzicht in de cultuur van het Midden-Oosten, met als bonus een onverdeeld gelukkige afloop.

Maar afgezet tegen de Iraanse realiteit blijft 'De miniatuurmeesteres' toch te sprookjesachtig. Het is misschien geen toeval dat het is geschreven door een Nederlandse journaliste die met haar Iraanse man in Teheran woont en waarschijnlijk geen al te negatief beeld wil geven van de positie van vrouwen in Iran.

De verhalen van Chalabi en Darznik zijn allesbehalve sprookjes, hoezeer ze ook zijn doortrokken van dromen over een democratisch Irak en Iran. Na het lezen van hun boeken vermoed je dat er voor Iraakse en vooral Iraanse vrouwen die in vrijheid zelfstandig willen leven en werken nog steeds slechts één optie bestaat: emigreren.

Drie journalistes en hun band met Iran en Irak

Tamara Chalabi werd in 1973 in Beiroet geboren, als telg van een rijke Iraakse familie in ballingschap. Ze studeerde geschiedenis in Cambridge en aan Harvard en woont sinds de val van Saddam Hoessein afwisselend in Bagdad en Londen.

Jasmin Darznik, dochter van een Iraanse moeder en een Duitse vader, werd begin jaren zeventig geboren in Teheran, maar groeide op in Californië. Zij promoveerde aan Princeton University, doceert Engels en werkt als journaliste. 'De goede dochter' is haar debuut.

Carolien Omidi (1972), net als de beide andere auteurs journaliste, woont sinds 2000 met haar man en kinderen in Teheran. In 2003 schreef ze de novelle 'Het vuur van Perzië', en in 2009 publiceerde ze 'Van onze correspondent. Standplaats Teheran'. Ze is correspondente van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden