Buitenplaats Beeckestijn moet zelf geen 'folly' worden

Met nieuwe, publiekstrekkende initiatieven wil Nathalie Faber van landgoed Beeckestijn in Velsen weer een levendige buitenplaats maken. Met de cultuurgeschiedenis en de bijzondere tuinen van het buiten als inspiratiebron.

Het contrast kan bijna niet groter, tussen het twintigste-eeuwse beton van de oude Shelltoren aan het IJ in Amsterdam en de achttiende-eeuwse grandeur van Buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid. Toch maakte curator Nathalie Faber moeiteloos de overstap. Richtte zij vorig jaar zomer in de leegstaande torenflat nog een Tijdelijk Museum in voor duurzame kunst, tegenwoordig zwaait ze de scepter over de museale ruimten in het chique Beeckestijn.

Recht tegenover haar vorige werkplek aan het IJ stapt zij nu 's morgens in de snelle draagvleugelboot naar Velsen. Deze moderne 'schuit' brengt haar naar haar werk, zoals in vroeger tijden de rijke Amsterdamse patriciërs 's zomers naar hun buitenverblijven voeren, zij het in wat rustiger tempo. "Elke keer voelt het een beetje als vakantie", zegt Faber, die geniet van haar nieuwe, romantiek uitstralende werkomgeving.

"Uiterlijk ontbreekt inderdaad elke verwantschap met een zakelijke kantoorflat als de Shelltoren", beaamt Faber. Maar de vraag hoe je een bestaand gebouw duurzaam gebruikt of hergebruikt is in wezen dezelfde, vindt zij. "Ook bij een historische buitenplaats moet je goed weten waarom je die in stand houdt en hoe je zo'n gebouw weer levendig krijgt en houdt. Sommige oude gebouwen zijn van buiten prachtig, maar vanbinnen omgevormd tot kale conferentieruimten, ontdaan van elke historische sfeer. In de tuinen van Beeckestijn stond vroeger een aantal folly's, van die opmerkelijke, soms bizarre en opzettelijk nutteloze bouwwerkjes. Daarvan is alleen de neogotische kapelwoning achterin de tuinen bewaard gebleven. Zonder een goede reden van bestaan verandert een buiten zoals Beeckestijn, als je niet oppast, zelf in een folly."

Beeckestijn is een van de weinige in zijn geheel bewaard gebleven buitenplaatsen aan de duinrand van Kennemerland die in de 17de en 18de eeuw werden gesticht als zomerverblijven van Amsterdamse kooplieden en regenten. Toeristen en dagjesmensen komen sinds jaar en dag vooral af op de 43 hectare parkbos en tuinen van het rijksmonument, die tot de belangrijkste historische tuinen van Nederland worden gerekend.

Het landgoed was ruim twee eeuwen in handen geweest van de familie Boreel toen de gemeente Velsen het in 1953 kocht. "Velsen maakte er een museum van, met stijlkamers," vertelt Faber. "In de weekenden verkleedden vrijwilligers zich als de familie Boreel en leidden zo de bezoekers rond." In 2007 verkocht de gemeente het landhuis aan Vereniging Hendrick de Keyser, die zich inzet voor het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen in Nederland. De tuinen en het parkbos zijn sinds 2011 eigendom van Natuurmonumenten. Het idee van de stijlkamers werd vaarwel gezegd, ze werden leeggehaald en op initiatief van de twee nieuwe eigenaars kwam er een 'Podium voor Tuin- en LandschapsCultuur', met een permanente expositie over de invloed door de eeuwen heen van mensen op hun omgeving en de cultuurhistorische achtergrond van tuin- en landschapsarchitectuur.

Een begrijpelijke keuze, vindt Faber. "De tuinen van Beeckestijn zijn wel het mooiste onderdeel van het landgoed, en vormen een organisch geheel met het buitenhuis. Daarom is de vaste tentoonstelling ook daarop gefocust. Prima, en heel informatief ook, maar daar moet het niet bij blijven, vind ik. En wie mij aanstelt als curator weet dat hij de beeldende kunst naar binnen haalt."

Toch houdt ook Faber wel degelijk rekening met de bijzondere omgeving waarin zij haar tentoonstellingen gaat inrichten. "Je ontkomt niet aan de rijke cultuurhistorie van de buitenplaats. Het zou raar zijn om daar niets mee te doen. Of om niets te doen met de bijzondere tuinen. De geschiedenis en de tuinen waarop je vanuit het huis aan alle kanten uitkijkt, vormen voor mij juist de inspiratie voor de exposities die ik hier wil organiseren."

Daarom heeft ze om te beginnen, in de ruimten die tot haar beschikking staan, met antieke meubels weer een beetje de oude sfeer teruggehaald. Over het onderwerp van haar eerste expositie op Beeckestijn hoefde Faber niet lang na te denken. "Ik ben dol op stillevens. Dit genre in de Nederlandse schilderkunst - met de bekende fruitstillevens, jachtstukken, banketjes en bloemstillevens - bereikte zijn hoogtepunt in de Gouden Eeuw, maar de laatste tijd zie je bij hedendaagse kunstenaars een hernieuwde belangstelling voor het stilleven."

En zo kwamen ze naast elkaar te hangen in de Eetkamer, Groene Kamer, Antichambre en Vogeltjeskamer van Beeckestijn: stillevens uit de 17de en 21ste eeuw. De 17de-eeuwse stillevens kon Faber lenen van kunsthandel P. de Boer uit Amsterdam. Voor de moderne stillevens benaderde ze kunstenaars uit haar eigen kring, voor een belangrijk deel fotografen. De wijze waarop bijvoorbeeld Krista van der Niet haar 'Fruit op blauw' heeft gearrangeerd, is nauwelijks te onderscheiden van die in een klassiek fruitstilleven. En je moet heel goed kijken om te zien dat het hier toch echt om een foto gaat en niet om een schilderij.

Hetzelfde geldt voor de foto van Elspeth Diederix. Een stuk watermeloen in een plastic zakje en flessen rode en zachtgele frisdrank zijn bepaald geen 17de-eeuwse objecten, maar het arrangement is klassiek en combineert wonderwel met het 'banketje' van Maarten Boelema (1611-1644), met een antiek glas gevuld met witte wijn en een stuk brood ernaast.

Het gefotografeerde plastic bloemstuk 'Bloei' van Richard Kuiper is van een afstandje nauwelijks te onderscheiden van een klassiek bloemstilleven als dat van Jacques de Claeuw (1623-1694) dat ernaast hangt. En ook de overgang van het (tamelijk bloederige) vissenstuk van Jacob Gillig (1636-1701) naar het in vergelijkbare piramidevorm gestileerde stilleven 'Bouquet IV' van fotografen Maurice Scheltens en Liesbeth Abbenes verloopt soepel. Voor 'Bouquet' fotografeerden zij een arrangement van rechtop gezette foto's van bloemen en blaadjes die zij uit boeken en tijdschriften hebben geknipt.

In haar volgende expositie, met portretten als onderwerp, wil zij opnieuw oude en nieuwe kunst combineren. En voor de tuinen heeft zij een spannend plan in voorbereiding, met ook weer verleden en heden naast elkaar. Geïnspireerd door de gravure van de tuin- en landschapsarchitect J.G. Michael uit 1772, waarop alle folly's staan aangegeven die Beeckestijn vermoedelijk ooit kende, wil Faber moderne kunstenaars vragen om nieuwe folly's te maken. Ze heeft er al tien gepolst voor dit bijzondere buitenproject. Met een tuinarchitect gaat ze bekijken waar ze wel en niet kunnen komen, in verband met zichtlijnen. "Het gaat mij om de waardevolle nutteloosheid van de folly's. Ze moeten je prikkelen en aantrekken en zo door de tuinen loodsen. Vroeger hadden folly's ook de functie om door hun ogenschijnlijke functie de wandelaar aan te zetten tot bespiegelen."

Het park van Beeckestijn is nu nog vooral in trek bij omwonenden die er hun hond uitlaten. Met haar nieuwe, publiekstrekkende initiatieven - op 21 februari begint ze ook met art-dinners in de Eetkamer - wil Faber van Beeckestijn weer de buitenplaats voor Amsterdammers maken die het vroeger was. De voortekenen zijn gunstig. "Iedereen die ik Beeckestijn laat zien, vindt het hier geweldig. Ik was bang dat mijn collega-kunstenaars het een tuttige omgeving zouden vinden, maar het tegendeel is waar. Ze vinden dit net als ik een heel inspirerende plek."

Stillevens van de 17de en 21ste eeuw. Expositie op Buitenplaats Beeckestijn, Rijksweg 134, Velsen-Zuid. T/m 17 maart, do t/m zo van 11-16 uur.

Wie is Nathalie Faber?

Nathalie Faber is sinds november 2012 directeur van Stichting Beeckestijn. Vorig jaar zomer was zij initiator van het 'Tijdelijk Museum' voor duurzame kunst in de voormalige Shelltoren aan het IJ in Amsterdam.

Faber maakte een serie korte kunstfilms, 'Grote Kunst voor Kleine Mensen (2011, 2007, 2005). Ze organiseerde tentoonstellingen in onder andere Museum De Paviljoens en Villa Zebra en was initiatiefnemer van 'Façade' (2010), een tentoonstelling op grootformaat steigerdoeken op bouwlocaties en braakliggende terreinen in Amsterdam.

Samen met Matthijs Immink maakte Faber een serie artistieke 'eerste-woordenboekjes' voor kinderen (2008-nu). Deze 'Dingen'-boekjes, onder andere 'Amsterdamsedingen', 'Hollandsedingen' en 'Nattedingen' zijn in 2009 door de Penseeljury bekroond met Vlag en Wimpel.

Franse barok en Engels landschap
Een wandeling door de tuinen van Beeckestijn is een gang door eeuwen van tuinarchitectuur. Nieuwe tuinstijlen werden steeds toegevoegd aan de bestaande tuin zonder de oude stijlen te verdringen. En zo daal je bij de stenen wal aan het eind van de strakke geometrische tuinen in Franse barokstijl langs een trapje af naar de speelse romantiek van het meer natuurlijke parkbos in Engelse landschapsstijl. In totaal zijn er wel zes stijlvormen terug te vinden op Beeckestijn, waaronder Hollands classicisme en rococo. Het tuinontwerp uit 1772 van J.G. Michael dient als basis voor verdere restauraties van de tuinen. De kersenboomgaard en de bloemenwaaier zijn al gerealiseerd, maar er staat meer op het wensenlijstje, zoals de reconstructie van de moestuinen en het vroegere dwaalbos. Met het boekje 'Wandeling door de tuinen van Beeckestijn' in de hand, ter plekke te koop, ontgaat de wandelaar geen detail van de geheimen van de tuinen. Voor de fietsers is er het Fietsrondje buitenplaatsen in de IJmond, dat vanaf NS-station Beverwijk, via het Fietsroutenetwerk, langs vier buitenplaatsen voert: Beeckestijn, Akerendam in Beverwijk en slot Assumburg en Château Marquette in Heemskerk. Via de app AbelLife kunnen iPhonebezitters ook wandel- en fietsroutes in IJmond downloaden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden