Buitenlandse studenten voelen zich niet thuis in Nederland

Vier buitenlandse studenten op de campus van de Erasmus Universiteit (v.l.n.r.). de Roemeense Bogdan Hurjui (20), Nandini Agarwal (21) uit India, de Venezolaanse Barbara Burgues (20) en José Luis Sarmiento (20) uit Peru (zie hieronder voor een interview over hun ervaringen). Beeld Otto Snoek

Internationale studenten voelen zich niet thuis in Nederland, blijkt uit een enquête van drie studentenorganisaties.

Internationale studenten leven geïsoleerd. Ruim driekwart mist het contact met Nederlandse leeftijdsgenoten, blijkt uit een enquête die de studentenbonden ISO en LSVb en  het Erasmus Student Netwerk (ESN) afnamen onder 1002 buitenlandse studenten. “Internationale studenten worden actief geworven”,zegt Carline van Breugel van de LSVb. “Maar als ze in Nederland aankomen zijn er vaak geen betaalbare woningen, krijgen ze geen Nederlandse les en vinden ze moeilijk aansluiting bij Nederlandse medestudenten. Dit moet echt anders.”

Voor de tweede keer inventariseerden de studentenorganisaties hoe internationale studenten zich voelen in Nederland. Dit jaar werd de vragenlijst veel vaker ingevuld dan vorig jaar. Behalve dat ze behoefte hebben aan meer interactie met leeftijdsgenoten vindt bijna 72 procent dat de huisvesting beter geregeld moet worden. En bijna 44 procent ervaart veel stress.

Goede integratie is volgens de studentenorganisaties belangrijk om buitenlandse studenten te behouden in Nederland. Uit vorige week gepubliceerd onderzoek van weekblad Elsevier blijkt dat 61 procent van de buitenlandse studenten die in 2017 een masterdiploma haalden binnen een half jaar vertrekt. In 2001 lag dat percentage nog op 45. Van de afgestudeerde buitenlandse hbo’ers blijft wel een hoger percentage hangen dan in het verleden. 

Internationale masterstudenten tijdens de master kick-off (introductieweek speciaal voor de masterstudenten) van de TU Eindhoven. Beeld Hollandse Hoogte / Bart van Overbeeke Fotografie

Die zogenoemde stay rate (het aantal buitenlandse studenten dat in Nederland blijft werken) is belangrijk, blijkt uit verschillende beleidsdocumenten. Deze afgestudeerden leveren op termijn een bijdrage aan de economie. “Zorg dan ook goed voor ze”, zegt Tom van den Brink van ISO. 

Om de integratie te bevorderen is het volgens de studentenorganisaties van belang dat buitenlandse studenten Nederlands leren. Van de respondenten geeft bijna 37 procent aan ontevreden of zeer ontevreden te zijn over mogelijkheden om de taal te leren. Universiteiten en hogescholen zouden meer werk moeten maken van het aanbieden van cursussen Nederlands. Daarnaast zouden ze meer aandacht moeten hebben voor culturele verschillen in de collegezaal. Anne Pepping van het Erasmus Student Netwerk heeft ook een boodschap voor Nederlandse studenten. “Wees niet bang, internationale studenten bijten niet.”  

Het aantal buitenlandse studenten neemt ieder jaar toe. Dat komt onder andere doordat universiteiten geld krijgen voor iedere student die ze binnenhalen. In 2006 studeerden nog 30.000 internationale studenten aan universiteiten en hogescholen, in 2018 was dat aantal opgelopen tot 90.000. Dat komt neer op 11,5 procent van de studentenpopulatie.  Daarmee bevindt Nederland zich in de top van populairste bestemmingen voor buitenlandse studenten in rijke industrielanden, blijkt uit cijfers van de Oeso.

Universiteiten doen al veel om buitenlandse studenten zich thuis te laten voelen, reageert woordvoerder Bart Pierik van de vereniging van universiteiten VSNU. Zo wordt ingezet op ‘international classrooms’ waarin de achtergrond van de studenten wordt ingezet voor de kwaliteit van het onderwijs. Ook op huisvestingsgebied gebeurt het een en ander. De Universiteit van Amsterdam mag ieder jaar 2600 woningen aanbieden aan internationale studenten en in het stationsgebied in Almere worden aankomend collegejaar drieduizend extra studentenwoningen beschikbaar gesteld. 

Volgens de VSNU heeft de snelle groei van het aantal internationale studenten ook nadelige effecten, bijvoorbeeld op de kwaliteit van het onderwijs. Pierik: “De vraag die we onszelf stellen is: hoe houden we dit beheersbaar?” De wet biedt nog weinig mogelijkheid om een rem te zetten op het aantal buitenlandse studenten. Pierik noemt als voorbeeld de studenten die van buiten Europa komen. Want ook hun aantal is tussen 2006 en 2018 verdubbeld. “Je zou als universiteit een stop moeten kunnen instellen, bijvoorbeeld als de instroom uit een specifiek land heel snel stijgt.”

Wat zeggen de studenten er zelf van?

De buitenlandse studenten Bogdan Hurjui (20) uit Roemenië, Nandini Agarwal (21) uit India, de Venezolaanse Barbara Burgues (20) en de Peruaanse José Luis Sarmiento (20), studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. foto Otto Snoek Beeld Otto Snoek

Studeren in Nederland lukt ze wel, maar echt deel uitmaken van de samenleving is iets anders. Vier buitenlandse studenten aan de Erasmus Universiteit over het leven in Nederland, aan de hand van vier stellingen.

1 Ik heb geen contact met Nederlandse studenten

Een van de lastigste dingen aan Nederland zijn de Nederlanders. De Roemeense Bogdan Hurjui (20) zegt het nog net niet letterlijk op het terras van het studentencafé van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De student economie spreekt Nederlands op A2-niveau, beter dan de drie buitenlandse studenten waarmee hij aan tafel zit. Nederlandse vrienden heeft hij desondanks niet. “Nederlanders zie ik in de les, de supermarkt en op het gemeentehuis. Allemaal formele situaties.”

Stiekem is het eigen subcultuurtje ook wel makkelijk, blijkt uit het kringgesprek van vier internationale studenten. De Venezolaanse Barbara Burgues (20) en de iets later gearriveerde Peruaan José Luis Sarmiento (20) slaan tegen alle studentenmores in een aangeboden drankje af. De reden: ze hadden de avond ervoor de eerste bijeenkomst van hun eigen latino-vereniging. “We missen allemaal hetzelfde: het eten en het goede weer”, zegt Burgues.

Hun tafelgenoot Nandini Agarwal (21) uit India heeft wel een tip voor Hurjui: kies een hobby. Zelf is de bachelorstudente psychologie actief bij het Erasmus Studenten Network en ze danst. “Daar kom ik veel Curaçaose Nederlanders tegen”, zegt ze enthousiast.

2 Culturele verschillen in de klas zijn te groot

“Dat valt wel mee”, zegt Burgues direct. De Venezolaanse is naar Nederland gekomen voor een bachelor communicatie en media. Communiceren gaat haar docenten en studenten – wellicht daardoor – goed af. Ook haar tafelgenoten loven de docent-assistenten en de inzet van de universiteit.

Valt er dan niets aan te merken? Jawel. Het komt voor dat Nederlandse medestudenten een vertaling alleen snappen als ze die woord voor woord terugvertalen naar het Nederlands. Die luxe hebben de buitenlandse studenten niet. “Een groot deel van mijn examen gedragseconomie is eens flink versoepeld. De vragen, in het Engels, waren nauwelijks te volgen”, zegt Sarmiento.

3 Ik heb een baan naast mijn studie

Er moet Bogdan Hurjui iets van het hart. De tweedejaars student snapt niet waarom zijn medestudenten in vredesnaam hun tijd verdoen met datgene wat je later lang zat moet doen: werken. “Mijn Nederlandse klasgenoten staan zo veel uren in de supermarkt. Waarom is dat zo belangrijk?”

Op dat punt staat de Roemeen alleen. Sarmiento heeft net een baantje gevonden. De praatgrage student economie en communicatie wordt de student-ambassadeur van zijn opleiding. Ook Agarwal en Burgues willen maar wat graag aan de slag.

Dat valt ze niet makkelijk. ­Wederom is de taal een probleem, al is er in het geval van de Indiase Agarwal nog een tweede drempel. Zij heeft geen EU-paspoort, wat betekent dat een simpel studentenbaantje een hoop bureaucratie oplevert.

“Bij de festivalorganisatie waar ik gesolliciteerd heb, zeggen ze al tijden dat ze met een werkvergunning bezig zijn. Ik zou liever meteen horen dat ze er geen zin in hebben.”

Ik wil in Nederland blijven

De grootste afknapper van Nederland blijkt een klassieker, en ook meteen iets waar kennisland Nederland weinig aan kan doen: het weer. Naar binnen gevlucht voor de vallende druppels griezelen de vier studenten aan de cafétafel bij de gedachte dat ze straks door de regen zullen moeten fietsen. Ja, het is een groot goed dat ze hier ’s nachts over straat kan, zegt de Venezolaanse Burgues. “Maar de temperatuurwisselingen maken me ziek. Misschien ga ik naar Spanje.”

Nederland is een prachtige plek voor een carrière, erkent de Peruaanse Sarmiento. Maar blijven betekent aanpassen. “Dan moet ik een integratieslag maken: de taal leren, punctueel zijn. De internationale bubbel knapt bij het afstuderen.”

Uitzondering is wederom de Roemeen Hurjui. Hij wil graag een baan in Nederland. Hij wil er alleen liever niet wonen. “Ik heb ook in België gewoond. Hun Nederlands is makkelijker uit te spreken, ze hebben beter eten. En ze zijn net iets minder arrogant.”

Hoe zit het in andere landen?

In meer Europese landen is discussie over de aantallen internationale studenten en dan met name over de vraag of het algehele niveau van het onderwijs door hun komst daalt. Voor Denemarken was het twee jaar geleden al aanleiding een stop te zetten op de aantallen. Doel was om duizend tot tweeduizend minder buitenlanders toe te laten bij bepaalde populaire Engelstalige masters die vervolgens werden gesloten. Die rigoureuze maatregel was nodig omdat Deense opleidingen geen selectie mogen maken op basis van Europese afkomst, dit in het kader van vrij verkeer van personen.

Niet alleen in Denemarken, in heel de wereld is studeren in het buitenland bezig aan een opmars, vooral onder Aziatische studenten, blijkt uit cijfers van de Oeso, de club van rijke landen. Het aantal Chinezen dat studeert in het buitenland, stijgt het snelst. Zij kiezen vaak voor het Verenigd Koninkrijk, Australië en de VS.

Europa is ook een populaire bestemming. Qua absolute aantallen voeren Frankrijk en Duitsland met 245.000 studenten de lijst aan, gevolgd door Italië (93.000), Nederland (90.000) en Oostenrijk (70.000). Procentueel gezien vormen buitenlandse studenten in Luxemburg (23 procent), Nieuw-Zeeland (24), Australië (21) en Zwitserland (20) het grootste aandeel van de totale studentenpopulatie.

Opvallend is dat Estland, Letland, en Polen populairder worden. Ook Rusland is een geliefde bestemming, voornamelijk onder studenten uit de buurlanden Kazachstan en Oezbekistan. Uit Hongarije, Spanje, Italië en Saudi-Arabië trekken juist veel jongeren weg om elders te studeren.    

Lees ook: Universiteiten en hogescholen moeten niet meer beloond worden op basis studentenaantallen

Universiteiten en hogescholen zetten te veel in op aantallen studenten en dat is niet houdbaar. De commissie-Van Rijn, die in opdracht van het kabinet de bekostiging van het hoger onderwijs onderzocht, adviseert dat het geld dat beschikbaar is voor universiteiten en hogescholen anders ingezet moet worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden